Verdeeldheid onder activisten

De jonge activisten/ politici, Maisha Neus, Curtis Hofwijks, Stephano ‘Pakittow’ Biervliet en Gulshan Alibux, zijn gisteren in debat gegaan in het programma ‘To the Point’. Hofwijks en Biervliet zijn bestuursleden van de nieuwe politieke partij PRO, terwijl Neus en Alibux van de politieke partij STREI! zijn. Duidelijk was de verdeeldheid onder hen te merken. Bestuurskundige August Boldewijn, zegt desgevraagd dat hij het jammer vindt dat deze jonge Surinamers nu al strijd voeren met elkaar. Hij geeft aan dat dit niet alleen de acties tegen de regering verzwakt, maar vooral de mensen verdeelt die hen ondersteunen. De bestuurskundige benadrukt dat Suriname nu geen verdeeldheid nodig heeft, maar juist eenheid. Veel mensen zullen volgens Boldewijn naar het programma gekeken hebben, omdat men benieuwd was hoe deze jonge activisten eenheid willen brengen in vergelijking tot de oude politiek in het verleden, waar er sprake was van verdeeldheid doordat partijen zich etnisch profileerden. Boldewijn merkt op dat de onderlinge strijd tussen deze activisten, te vergelijken is met de oppositie en de vakbeweging in ons land. Hij legt uit dat bepaalde vakcentrales een bepaalde politieke partij aanhangen en de acties in het verleden niet hebben ondersteund, met als gevolg verzwakking van Ravaksur. Zo ook als de regering een maatschappelijke activiteit organiseert, dan blijft de oppositie weg.

“De hele zaak is verdeeld in Suriname”, aldus de bestuurskundige. Hij merkt op dat de politiek nu verjongd is door de komst van deze activisten en dat er hoop was voor verandering, maar nu al beginnen zij hetzelfde pad als van de oude politiek te volgen.

Boldewijn had graag gezien dat de activisten eerst met elkaar hadden overlegd over zaken die ze dwars zitten in plaats van dit publiekelijk te doen. Hij geeft aan dat er geen kracht meer is en vraagt zich af als de activisten strijden voor het behoud van eigen gezag.  Boldewijn zegt dat deze jonge mensen zijn opgestaan met als doel om de regering naar huis te sturen. Hij geeft aan dat het daarom geen zin heeft om met elkaar te strijden, alle energie moet juist gestopt worden in een gemeenschappelijke actie. Over de dingen die over en weer zijn gezegd, zegt Boldewijn dat dit typisch Surinaams is. Hij benadrukt dat alle koppen bij elkaar had moeten blijven in het prille begin onder ‘We zijn Moe’ en zegt dat mensen zich niet hadden moeten afsplitsen.

-door Johannes Damodar Patak-