DOOR DE NOOD GEDREVEN

Na de moorden van 8 december 1982, schortte Den Haag het ontwikkelingssamenwerkingsverdrag dat in november 1975 met de regering van het Koninkrijk der Nederlanden onder leiding van Joop den Uyl en de NPK-regering van Henck Arron was gesloten, op. De stroom van deviezen ( Nederlands courant) stopte abrupt en de Surinaamse regering was genoodzaakt lopende projecten door te financieren uit de monetaire reserves van de Centrale Bank. Ook toentertijd werd de kardinale fout gemaakt om in de monetaire reserves, die de dekking van de Surinaamse gulden vertegenwoordigden, te gaan graaien. De ouderen onder ons weten precies wat er toen gebeurde. De Surinaamse gulden, die tot voor de zogeheten militaire staatsgreep een solide dekking had met een wisselwaarde van Surinaamse gulden 1.80,- voor een US-dollar, kwam in een vrije val terecht en de inflatie sloeg meedogenloos toe. Achter de Surinaamse gulden kwamen in de daaropvolgende jaren de nullen erbij en devaluatie en inflatie deden zich gevoelen. Schaarste op alle fronten ontstond en ook de koopkracht ging aan diggelen. Lege supermarkten, zoals de Venezolanen die thans meemaken, hadden we in de jaren na 1982 ook in heel Suriname. Er werden doodgewoon zeer onvoldoende deviezen uit onze exporten verdiend om de benodigde goederen, met name consumptiegoederen, te kunnen importeren. In die periode ontstond de zwarte valutamarkt met natuurlijk hogere wisselkoersen dan die golden voor de weinige deviezen die nog door de Centrale Bank ter beschikking gesteld konden worden. De informele sector diende zich langzaam maar zeker aan en ook de drugscriminelen zagen genoeg mogelijkheden om via ons land ander extern territoir te kunnen bestrijken. Vanaf 1983 werd het steeds duidelijker dat steeds meer importen werden gefinancierd met middelen uit de informele sector. Deze sector wist zich dan ook goed te nestelen in dit land. Niet velen zullen zich nog de Cessna kunnen herinneren die vol drugs werd gepakt in het Tibiti gebied op de weg naar West-Suriname. In de jaren daarna, volgden nog vele vangsten van drugsvliegtuigen in de districten, Brokopondo, Marowijne Commewijne en Saramacca. Suriname is sindsdien een belangrijke schakel geworden voor de doorvoer van voornamelijk cocaïne naar het buitenland, met name West-Europa en heeft zich momenteel zwaar in de kijker geplaatst van buitenlandse drugsbestrijdingsdiensten. Wat opvalt, is dat de situatie sinds de jaren tachtig weer een negatieve wending heeft genomen en dat de hoeveelheden drugs die hier binnenkomen en weer worden uitgevoerd volgens ingewijden zeker het tienvoudige bedragen. Als dat daadwerkelijk zo is, dan is het niet moeilijk te begrijpen hoe bepaalde importen worden gefinancierd en ook niet hoe de verkregen middelen worden witgewassen. Onlangs werd door een hoge politiefunctionaris in Nederland gesteld, dat het Koninkrijk der Nederlanden verworden is tot een narcostaat waar noch de politie noch de inlichtingendiensten tot op heden een vuist tegen de drugshandelaren hebben kunnen maken. Bepaald geen frisse onthulling van de hoge opsporingsambtenaar. Als men in Nederland nog maar nauwelijks bij machte is de drugscriminaliteit aan te pakken, dan vragen we ons af hoe wij deze misdaaduiting moeten aanpakken en effectief bestrijden. Keerpunt durft met het nodige gezag te stellen, dat zonder externe en massieve ondersteuning, het ons ook niet zal lukken en dat het vrijwel een verloren strijd inhoudt. Het is dan ook niet onterecht te constateren, dat een aanmerkelijk deel van onze economie drijft op middelen afkomstig uit dit circuit. Het grote risico dat we daarbij lopen is dat we uiteindelijk gaan aankijken tegen financiële boycot acties en als dat niet helpt, zal het buiteland andere maatregelen tegen ons treffen. En die kunnen heel onplezierig voor ons aflopen. De autoriteiten die een gedoogbeleid naar criminelen voeren, zijn daarom voor de zoveelste keer gewaarschuwd.