KADERARMOEDE

Misschien heeft het alles te maken met het verloren vertrouwen in de eigen achterban, dat de president van dit land thans zoekt naar ministers in de gelederen van oppositionele politieke partijen die hij altijd als ‘oude politiek’ heeft neergezet en derhalve niet langer geschikt voor de ontwikkeling van dit land.Maar hoe kan je een oordeel uitspreken over politici uit het oppositionele kamp als je zelf geen bekende ideologie huldigt en daarenboven een ontwikkelingsvisie ontbeert? Je kan wel à la dol ministers benoemen die niet geschikt zijn voor hun taak en er een puinhoop van maken, maar daar schiet land noch volk wat mee op. Zo is het gewoon een belediging aan de Surinaamse natie geweest om een gewezen korporaal op een tonner bij de Militaire Politie te benoemen tot minister van Openbare Werken, een man die niets afweet van wegen- of bruggenbouw en geen jota snapt van afwateringssystemen. Op dit departement behoort een in Delft afgestudeerde ingenieur te zitten en geen politieke loyalist die er slechts op uit is door tal van malversaties zijn eigen zakken te vullen. En dan zou je denken dat de president door die ene grove fout, een betere kandidaat aldaar zou plekken. Maar nee hoor, een ander die wat weet heeft van autootjes mocht het gaan proberen en werd ‘the laughing stock’. Probeersel en nog eens probeersel, omdat er gewoon geen kader is binnen de paarse club. Maar hoe kom je aan kader wanneer het zeer dun bezaaid is binnen de eigen gelederen? Kader dien je te kweken door educatieve instellingen op te richten en vervolgens van de benodigde middelen te voorzien. Niet door een begroting voor onderwijs te kortwieken en leraren , docenten en pupillen, te frustreren. Wat er thans binnen het onderwijs in dit land gebeurt, is gewoon een schande. Met slecht opgeleide burgers bouw je echt geen land op. Maar we behoren naar de huidige toestand te kijken en hebben kundige bewindslieden nodig om ons uit de huidige rotzooi te bevrijden en die zijn er nog maar nauwelijks bij paars, dus zoekt de president uit nood zijn toevlucht tot de oude politieke partijen waar het kader in grote mate aanwezig is. Zoiets heet eigen braaksel inslikken in een verwoede poging tot politieke overleving. Maar bij de oppositionele partijen is men ook niet op het achterhoofd gevallen en is men niet te enthousiasmeren voor een ministerspost in de gelederen van Bouta. Daar valt maar weinig eer te behalen en dat weten ze allemaal. Natuurlijk zijn er nog gelukzoekers die zich te schande willen maken en waarvan familieleden het pad van overloop al enige tijd zijn ingeslagen. Er zullen wel opportunisten te vinden zijn, maar of die in staat zullen zijn na de komende reshuffeling goed uit de verf te geraken met bijna of geen middelen, blijft een open vraag waarop wij in ieder geval wel het antwoord weten.