KABINET I EN KABINET II

Na in de afgelopen ruim zeven jaar al 25 ministers geruild te hebben, heeft president Bouterse aangegeven de komende week weer mutaties binnen de Raad van Ministers door te voeren.Nu reeds is bekend dat de ministers Dogojo, Miranda en Peneux, repectievelijk van Sport- en Jeugdzaken, Openbare Werken, Transport en Communicatie, en Onderwijs, het veld zullen moeten ruimen. Echter zullen er naar verluidt meer vervangen worden of verplaatst. Ook op het niveau van directeuren kunnen er veranderingen optreden, volgens de berichten afkomstig van de overheid. Ook werd reeds gesteld dat binnen de parastatale bedrijven er ook wijzigingen zullen worden aangebracht. Tot op heden worden er slechts namen genoemd en is het nog helemaal niet duidelijk of de zaak in kannen en kruiken is en of de gevraagde kandidaten al ingestemd hebben met hun nieuwe politieke bestemming. Dat er steeds nieuwe ministers moeten worden benoemd, geeft aan dat er iets falikant fout is met het beleid dat door deze regering wordt gevoerd. Het kan er bij ons niet in dat alle 25 ministers die al werden weggestuurd, hun werk niet naar behoren deden. De NDP, een partij die is ontstaan uit de 25 Februari Beweging die werd opgericht tijdens de militaire dictatuur ( 1980-1987), heeft altijd haar toevlucht gezocht tot het vervangen van ministers en soms wel hele kabinetten. Tijdens de zogenaamde revolutie die gewoon een voortzetting was van een ordinaire militaire staatsgreep, ontstond er op een gegeven moment gewoon verzanding van het beleid dat gewoon nergens op leek. En om de zogeheten revo steeds weer nieuw leven in te blazen, werden er maar steeds reshuffelingen doorgevoerd in de hoop dat het beter zou gaan. Maar als je geen politieke visie of ideologie bezit, dan blijf je maar op een adhoc wijze aanrommelen en dat is de hele revolutie zo geweest. In 1987 werd dan ook een politieke , economische, financiële en monetaire puinhoop achtergelaten voor de nieuwe machthebbers. Macro-economie geheel naar de filistijnen geholpen. En op dezelfde desastreuze weg zijn we sinds 2010 wederom beland. We hebben weer devaluaties van onze nationale munt, inflatie, ernstig verlies aan koopkracht, crisis in de gezondheidssector, het onderwijs, het nationaal transport, verhoogde corruptie, onbeschrijfelijke verkwisting vanwege de overheid, een gedaalde export, afgenomen overheidsinkomsten, teruggelopen productie en een overheid die zich staande tracht te houden door binnenlandse en buitenlandse leningen , en het opvoeren van fiscale heffingen. De situatie is thans zelfs uitzichtlozer dan tijdens de revolutie, want toen waren de exportcijfers nog aanzienlijker en waren multinationale ondernemingen als BHP-Billiton en Suralco LLC nog hier aanwezig en actief. Maar die zijn nu ook al enkele jaren vertrokken en moeten we het voor onze inkomsten, hoofdzakelijk hebben uit de exportopbrengsten van goud en aardolie en die inkomsten worden bepaald door op de internationale markt geldende prijzen. Maar te midden van dalende overheidsinkomsten en stijgende onvrede bij de gehele bevolking, zoekt de regering naar een uitweg door naar andere ministers om te kijken in de hoop dat het dan beter zal gaan. Maar elke minister of die nu man of vrouw is, begint aan zijn of haar werk met het vooruitzicht dat er vanwege Financiën weinig of geen geld zal worden overgemaakt om het werk op het departement naar behoren te doen. En als je er niet in slaagt je zogeheten ‘targets’ te bereiken, dan krijg je al heel gauw het verwijt niet berekend te zijn op de aan jou toebedeelde taak. In de afgelopen ruim 7 jaar is het veel gewezen ministers uit de kabinetten Bouterse I en II duidelijk geworden, dat het beleid voornamelijk niet wordt gemaakt en bepaald aan de Dokter Sophie Redmondstraat, maar aan de Kleine Combéweg en in bepaalde gevallen zelfs aangestuurd vanuit het Presidentieel Paleis, waar revolutionaire fossielen uit de militaire dictatuur die de president aanhoudend omringen, hem adviseren wat volgens hen wel of niet goed voor Suriname en zijn toekomst is. En het zijn juist deze sujetten die zowel tussen 1980 en 1987 en 1996 en 2000, het land naar de financiële afgrond hebben geholpen die momenteel weer de bestuurskundige betweters uithangen en de zaak verder de vernieling in brengen. Ministers die wel weten waar ze mee bezig zijn en een beleid wensen te voeren dat vooruitgang herbergt, worden met de regelmaat van de klok teruggefloten door het kliekje aan de Kleine Combéweg of het Presidentieel Paleis. Je kan dan wel benoemd zijn als minister maar in wezen ben je niet meer dan een marionet van de directe presidentiële entourage die eigen en groepsbelangen aan het bewaken is ten nadele van de gehele gemeenschap. Elke minister die in de komende dagen wordt aangesteld ter vervanging van zijn of haar afgedankte voorganger, moet er ten volle rekening mee houden dat hij zich zal moeten onderwerpen aan het kliekje rond de president. Een kliekje dat de president vaak genoeg de verkeerde adviezen geeft die hij ook nog opvolgt, omdat hij niet in alles inzage heeft en kan overzien. Het is dan ook niet vreemd, dat Assen en Levens niet zijn ingegaan op de uitnodiging van Bouterse om minister van Justitie en Politie en Onderwijs te worden. Deze mensen die lang genoeg in de politiek hebben gezeten, weten precies waar Bouterse en de NDP voor staan en dat minister onder een dergelijk kabinet worden, op een denigrerende wijze beëindigd kan worden en dat hebben deze twee eerbare en erudiete burgers zeker niet verdiend.