BTW BETEKENT VERZWARING

De coalitie in De Nationale Assemblee heeft de begroting voor het jaar 2018 goedgekeurd en hiermede is de weg vrijgemaakt voor de overheidsbestedingen voor dit jaar. Bij de begroting hoort natuurlijk ook de bedoeling van de regering te gaan besteden en daarvoor zijn honderden miljoenen aan Surinaamse dollars vereist. Bekend is dat de regering tegen enorme financiële tekorten aankijkt die ze toch op de een of andere manier dient terug te dringen. Lenen van geld in het buitenland en bij lokale financieringsinstellingen, heeft ze tot nog toe als uitweg gekozen om haar uitgaven te kunnen dekken. Vorig jaar leende de staat nog 10 miljoen US-dollar bij de Republic Bank tegen een rente van 8 procent om haar begrotingstekort te kunnen financieren. Ook stapte ze naar het Oppenheimer Instituut om daar een lening van 75 miljoen dollar los te krijgen. Tot op heden is het niet duidelijk of Oppenheimer bereid is gevonden om tegen een redelijke en betaalbare rente dit bedrag aan Suriname over te maken. Naar verluidt, was Oppenheimer vooral geïnteresseerd hoe het ratingbureau Moody’s aan het begin van dit jaar zou oordelen over de kredietwaardigheid van Suriname. De rating is, zoals eerder vermeld, slechter uitgevallen en daarom is het nog steeds niet duidelijk of Suriname over de 75 miljoen dollar kan beschikken. Volgens de begroting over het jaar 2018, zal de regering nog eens 1.9 miljard SRD gaan lenen om de staatshuishouding draaiende te houden. Hoe wij deze enorme bedragen inclusief rente en binnen welke termijn wij gaan aflossen, vertelt niemand ons van de regering. De schuld van de regering vastgesteld in SRD, bedraagt thans al 2.1 miljard die inclusief rente moet worden terugbetaald. Hier staat tot op heden geen op export gerichte verhoogde productie tegenover. Hierdoor ontstaat het vermoeden dat de overheid lopende schulden aan buitenlandse en lokale financiële instellingen met nieuwe leningen zal gaan aflossen, hetgeen betekent dat we het ene financiële gat gaan dichten met nog meer leningen tegen nog onvoordeligere rentes. Suriname belandt hierdoor in een vicieuze cirkel van schulden, maar over dit vraagstuk heerst er een ijzige stilte vanwege de overheid. Dat de overheid steeds meer moeite heeft aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, blijkt momenteel uit het niet betalen van de bus- en boothouders die sinds maandag het werk hebben neergelegd. Het enige wat de overheid doet naar aanleiding van de staking, is een verklaring uitgeven dat het geld bestemd voor de belanghebbenden, reeds op 28 februari ter beschikking is gesteld en dat de fout dan ook niet meer bij de overheid kan worden gezocht. Er werd zelfs gesuggereerd, dat er bij de banken een vertraging voor wat betreft de betalingen kan worden gezocht. De overheid heeft dan wel een document onder de noemer ‘begroting’ waar tal van nog te besteden bedragen op staan, maar als je niet de benodigde middelen hebt om dat allemaal te financieren, dan heeft de begroting nog maar nauwelijks nut. Dus is de regering verplicht naarstig op zoek te gaan naar geld om toch nog redelijk voor de dag te kunnen komen. Waar het geld allemaal vandaan moet komen, weet Joost. Wat wel heel duidelijk is , is dat ze toch naar een uiterste middel grijpt en wel in de vorm van de Belasting op de Toegevoegde Waarde, BTW, die op den duur wel in dit land geïntroduceerd zou moeten worden, maar dan wel onder veel betere financiële –economische en monetaire omstandigheden. We hebben thans te maken met een grotendeels vernietigd macro-economisch bestel, instabiele wisselkoersen, een gedevalueerde munt, zwaar afgenomen koopkracht, en ook toenemende armoede onder het volk. De Belasting op de Toegevoegde Waarde die als een indirecte fiscale maatregel moet worden gezien, zal een ieder verplichten meer te betalen voor elk goed dat in de winkel wordt gekocht. Althans, zo werkt de BTW in andere landen. Of er een Surinaamse draai aan deze fiscale maatregel zal worden gegeven, moet nog blijken. De bedoeling is van meet af aan, althans dat hebben de meesten begrepen, is dat de omzetbelasting zal verdwijnen en dat bepaalde groepen minder loonbelasting zullen betalen. De BTW moet al deze vervallende fiscale heffingen gaan vervangen en meer geld voor de overheid opleveren. Of dat werkelijk tot meeropbrengsten voor de overheid zal leiden, zullen we in de toekomst wel zien. In ieder geval zal elke landgenoot, vreemdeling of ingezetene, met de BTW geconfronteerd worden en die moeten betalen. Personen die tot op heden gevrijwaard waren van het betalen van belasting, zullen nu ook moeten afdragen bij de aankoop van elk goed. De personen die nu reeds maandelijks zeer onvoldoende in de portemonnee hebben om rond te komen zullen nog meer verliezen. En laat niemand ons komen, vertellen dat zulks niet het geval zal zijn. De BTW is de zoveelste plukmethode van het kabinet Bouterse II om aan meerinkomsten te komen. En dan nog te bedenken dat de verschillende ratingbureaus erop hameren dat de overheid nog meer impopulaire maatregelen, waaronder de verdere opheffing van subsidies dient door te voeren om de economie wederom op spoor te krijgen. Als die ook nog worden gehonoreerd door dit kabinet dan zal het leven in dit land nog ondraaglijker worden. Niemand kan bezwaar maken tegen een invoering van een maatregel als de BTW, maar dan wel op een moment dat er sprake is van goed economisch herstel, een sterk toegenomen koopkracht, een minimale inflatie en een stabiele wisselkoers. Drukken we de zaak volgens plan door en komt de BTW nog dit jaar, dan zullen de gevolgen in mei 2020 voor de huidige coalitieregering niet gunstig uitpakken.