Oppositie dient motie in tegen corruptie

De oppositie heeft gisteren een motie ingediend om de regering te vragen een vervolging in te stellen van de corruptieve gevallen die zich hebben voorgedaan. De motie die door veertien oppositieleden is getekend, werd gisteren ingediend in De Nationale Assemblee (DNA) bij de voortzetting van de begrotingsbehandeling van 2018.

De oppositieleden geven in de motie aan, dat de uiteenzetting door de regering van het te voeren beleid voor het dienstjaar 2018 gelezen en gehoord te hebben, alsmede de antwoorden van de regering op de gestelde vragen in DNA, er duidelijk beleid ten aanzien van de bestrijding en aanpak van corruptie ontbreekt.

Bij de uiteenzetting van de jaarrede, heeft de waarnemend president bevestigd, dat er grove vormen van corruptie bestaan in de samenleving. Ook zou de waarnemend president toen gesteld hebben, dat de regering ook deze corruptie ziet in het bestuur van het land, en dat het als een bijzondere taak, ook van de regering blijft, naast wetgeving om samen als gemeenschap op te trekken om overal corruptie te bestrijden.

De oppositie stelt dat er echter nog geen acties zijn genomen hiertoe. In dit kader haalt zij aan, dat in het land vele schandalen zijn geïdentificeerd, die een sterk profiel hebben van ernstige corruptie; onder andere het Ballast Nedam schandaal, de Carifesta uitgaven, de aankoop van de cassavefabriek, het schandaal van de Naschoolse Opvang, de aankoop van de EBS- generatoren, de aankoop van het ambassadegebouw in Frankrijk etc. De oppositieleden die de motie ingediend hebben, zijn van mening dat bij deze zaken vele honderden miljoenen Amerikaanse dollar betrokken zijn, die nu beter ingezet kunnen worden voor de bestrijding van de armoede van het volk.

De oppositie wijst de regering er ook op, dat er naast moreel-ethische, ook juridische verplichtingen bestaan om handelingen die in strijd zijn met de wet, aan een grondig onderzoek te onderwerpen door het daartoe bevoegd gezag. In de motie herinnert zij de regering eraan dat er een strafvorderlijk vereiste bestaat voor aangifte of klacht in gevallen waarin kennis is van strafbare feiten. De oppositie benadrukt dat dit strafvorderlijke vereiste ook geldt voor de staatsorganen, waarbij de regering daarin het voortouw neemt.

Een weigering om de justitiële autoriteiten in kennis te stellen van gepleegde strafbare feiten, is volgens de oppositie een ernstige schending van een rechtsplicht c.q. obstructie in de voorgeschreven rechtsgang oplevert.

Met het indienen van deze motie wil de oppositie bij de regering erop aandringen, de procureur-generaal bij het Hof van Justitie te verzoeken een strafrechtelijk onderzoek c.q. vervolging in te stellen van tenminstede eerder genoemde gevallen van corruptie.

De motie is getekend door Chandrikapersad Santokhi, Mahinder Jogi, Asiskumar Gajadien, Dew Sharman, Djoties Jaggernath, Jitendra Kalloe, Sheilendra Girjasing, William Waidoe, Ingrid Karta-Bink, Edward Belfort, Dinotha Vorswijk, Diana Pokie, Patricia Etnel en Carl Breeveld.

 

More
articles