Economische groei van 1,2% nauwelijks voelbaar

Onlangs heeft de Caribbean Development Bank (CDB) haar jaarlijkse evaluatierapport van de (Caraïbische) regio voor het jaar 2017, inclusief een outlook voor 2018, uitgebracht. De CDB heeft de onder andere de economische groei van alle Caraïbische lidstaten geëvalueerd. De CDB heeft groei in reële output als maatstaf gehanteerd. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is voor deze maatstaf een dominante factor.

Uit het evaluatierapport blijkt dat Suriname in 2017 een negatieve groei van -1.2% heeft gekend. Met andere woorden, Suriname is nog niet uit de economische crisis die ons land sinds 2015 teistert. In de onderstaande tabel is de groei van Suriname in de periode 2013 – 2017 weergegeven.

2013 2014 2015 2016 2017
2.9 0.4 -2.7 -10.5 -1.2

Tabel 1 – Groei in reële output Suriname

Het is geen verrassing dat in 2016 de Surinaamse economie een hele grote klap heeft gekend. Het effect hiervan is nog steeds voelbaar en het zal nog jaren duren, voordat ons land weer op het niveau van voor de crisis komt.

Inflatie

Hetzelfde geldt voor de inflatiecijfers. De inflatie wordt gemeten op basis van de Consumenten Prijs Index (CPI). De CPI is niks anders dan een prijspeil. De prijs van een pakket van (bepaalde) producten wordt namelijk gemeten en vergeleken met eerdere perioden. Hieronder zijn de jaarinflatiecijfers voor dezelfde periode als in tabel 1 weergegeven.

2013 2014 2015 2016 2017
1.9 3.4 6.9 55.5 22.0

Tabel 2 – Inflatiecijfers Suriname

In 2015 heeft Suriname een jaarinflatie van 55% gekend, terwijl dit in 2017 22% was. Dit wil niet zeggen dat 2017 een goed jaar was. 2017 was alleen niet zo een rampzalig jaar als 2016, maar goed was het zeker niet. Waar dezelfde producten in 2016 55% duurder zijn geworden, ten opzichte van een jaar eerder, was dit in 2017 ‘maar’ 22% t.o.v. 2016.

Groeivoorspelling CDB

In haar rapport voorspelt de CDB voor 2018 een groei van 1.2% voor de Surinaamse economie. Deze groei zal gedreven worden door een herstel van de goudsector, met name de internationale goudprijs. Het is te hopen dat deze voorspelling uitkomt. Daarmee wordt namelijk de eerste stap richting herstel gezet, maar is ons land er nog lang niet. Op basis van tabel 1 kan namelijk het volgende gezegd worden: in de periode tot en met 2014 heeft Suriname jaren stappen in de goede richting (vooruit) gemaakt. In 2015 is het tij echter gekeerd en zijn de eerste twee stappen achteruit genomen. Vergist u zich niet, net als hoe een positieve groei van 2% al behoorlijke impact kan hebben (en dus meteen voelbaar is binnen de samenleving), heeft een achteruitgang van 2% hetzelfde effect, maar dan negatief. In 2016 is ons land sprongen achteruitgegaan. Als je praat over een negatieve groei van 10% kun je namelijk niet meer over het maken van stappen praten, of deze nou vooruit of achteruit zijn. Een groei van 1.2%, zoals de CDB voorspeld voor 2018, zal dus nauwelijks voelbaar zijn voor de samenleving.

Uiteraard is het een goed geluid dat de verwachting is dat wij niet verder achteruit gaan, maar een hosanna stemming mag het zeker niet zijn. De groeiverwachting is namelijk gedaan op basis van een herstel van de goudsector. Daarmee wordt kenbaar gemaakt dat wij als land deze groeiverwachting niet zelf in de hand hebben, maar dat wij afhankelijk zijn van de goudprijs van de internationale markt. Daarnaast zullen ook de overige factoren, die bijdragen aan een stabiele economie, goed moeten presteren, waaronder de oliesector.

De bank noemt verder onder andere het ontwikkelen van de bevolking (human capital) en milieu paraatheid als noodzakelijke voorwaarden voor duurzame groei en ontwikkeling. Met milieu paraatheid wordt voornamelijk gedoeld op de eilanden die in het afgelopen jaar met orkanen te maken hebben gehad. Echter kunnen we in Suriname zeker niet over milieu paraatheid spreken, gelet op de grootschalige houtkap die in ons binnenland plaatsvindt (waarvan een deel zelfs in het Brownsberg Natuurpark) en de skalians die onverstoord hun gang mogen gaan in het stuwmeer. Ook bevolkingsontwikkeling staat niet hoog op de agenda van de regering Bouterse, getuige de onderwijsperikelen. Zo is er al weken geen Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. De voormalige minister, die zijn ontslag heeft ingediend maar wiens ontslag niet is geaccepteerd, had meer interesse in het ruzie maken met zijn personeel (lees: leerkrachten), dan in het bedenken en/of creëren van structurele oplossingen. Daarnaast krijgen studenten niet het goede voorbeeld van onze regeringsleiders en wordt hen niet de faciliteiten aangereikt om goed onderwijs te kunnen volgen. Dit resulteert dan weer in lage slagingspercentages van de verschillende scholen.

Wereldcrisis?

Uit de door de CDB gemeten groeicijfers blijkt dat van de 19 Caraïbische lidstaten slechts 5 in de jaren 2016 en 2017 een negatieve groei hebben gehad. Met andere woorden, slechts een kwart van de Caraïbische landen hebben economisch minder gepresteerd. Daarnaast is het voor enkele van deze 5 landen een incidentele situatie. Als voorbeeld nemen wij Anguilla, die in de periode 2013-2016 positieve groeicijfers heeft gekend en pas in 2017 een negatieve groei heeft gehad. Deze cijfers zijn in schril contrast met wat ons door de president en enkele beleidsmakers wordt voorgehouden. Die vinden namelijk dat er een wereldcrisis heerst en dat ons land daardoor in economisch zwaar weer terecht is gekomen. Uit dit rapport blijkt dat er niet eens sprake is van een regionale crisis. Over een wereldcrisis valt al helemaal niet te praten. Uiteraard gelooft het merendeel van de Surinaamse bevolking deze regering allang niet meer, maar het is altijd handig als je de regering met duidelijke cijfers op harde leugens betrapt. Kanttekening: de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, Halbe Zijlstra, is gisteren (13 februari) zelf opgestapt, omdat hij op een leugen betrapt is. De bevolking van Suriname wordt keihard voorgelogen door haar regering en DNA-leden, echter zonder consequenties voor hen. Consequenties zijn er wel, maar die zijn voor de bevolking. De groei- en inflatiecijfers (en de devaluatie van de SRD) zijn daar het ultieme bewijs van.

(Terugbetaling van) Schulden

De begrotingstekorten van ons land worden al enkele jaren gedicht door middel van leningen. De Bouterse regeringen hebben zoveel geleend dat de Wet op de Staatsschuld aangepast moest worden. Door de aanpassing van de Wet is het leningenplafond verhoogd, met andere woorden, de regering heeft toestemming van DNA gehad om meer te lenen. Ook de begroting van 2018 kent een miljarden (in SRD) tekort. Opnieuw wordt er gesproken over het aangaan van nog meer leningen om dit tekort te dichten. We kunnen ons allemaal wel rijk gaan rekenen met allerlei mooie verhalen over geld dat ons land toe zal komen uit de Merian goudmijn en dat olie gevonden zal worden voor onze kust. Alle leningen zullen op termijn terugbetaald moeten worden, MET RENTE. Als ons land inderdaad meer inkomsten zal genereren uit de goud- en oliesector, zullen deze voornamelijk aangewend worden voor het terugbetalen van al deze leningen. Hiermee wordt bedoeld dat de gemiddelde burger nauwelijks zal kunnen profiteren van de toegenomen inkomsten, omdat er weinig over zal blijven om te investeren in bijvoorbeeld de productiesector.

Voorts rekent men zich rijk met toekomstige inkomsten uit dezelfde sector die ons eigenlijk in deze crisis heeft geduwd. Een van de oorzaken van de Surinaamse economische crisis, naast de hoofdoorzaak van financieel wanbeleid en corruptie van de Bouterse regeringen, is de afhankelijkheid van de mijnbouwsector (inclusief oliesector). Suriname moet haar economie gaan diversifiëren, zodat eventuele klappen op de mijnbouwsector niet meteen een grote impact heeft op de totale economie. Dit is het advies van vele economisten en betreft ook een uitspraak die wij vele malen uit de monden van verschillende regeringslieden hebben gehoord. Het blijken echter alleen maar uitspraken te zijn, want het zijn dezelfde regeringslieden die beweren dat het goed komt met de economie, dankzij Merian en o.a. Staatsolie. Actie met betrekking tot het diversifiëren van de economie blijft helaas uit.