WERKGELEGENHEID EEN MUST

Dat in de afgelopen twee jaar velen hun baan verloren hebben in ons land, hoofdzakelijk door de sluiting van bedrijven of inkrimping van de productie, is bekend. Veel detailhandelsbedrijven zagen door de sterk gedaalde omzet als gevolg van de enorm afgenomen koopkracht zich genoodzaakt te sluiten of personeel af te vloeien. Binnen productiebedrijven was het in veel gevallen niet anders. Een van de grootste tegenslagen voor dit land, betrof de sluiting van de aluinaarderaffinaderij te Paranam en het stoppen van de mijnactiviteiten van de Suralco te Moengo en in het district Para. Honderden werknemers werden afgevloeid of gingen met vervroegd pensioen en ook de mensen die in dienst waren van de zogeheten contracters, kwamen er bekaaid vanaf. Het leger aan werklozen groeide daarmede zeker met honderden personen. Veel ex-Suralconiërs konden door hun zogeheten ‘skills’ wel elders aan de slag en konden zich daardoor wel redden. Maar lang niet iedereen kon weer werk vinden en sommigen zijn nog steeds op zoek naar een baan, hetgeen in deze periode van economische neergang in Suriname geen gemakkelijke opgave betreft. Moengo, het bauxietstadje van weleer, werd het hardst getroffen door het vertrek van de Suralco LLC. Surlaco was zonder meer met haar mijnactiviteiten in de Coermotibo mijn, de grootste werkgever en Moengo leunde eigenlijk hoofdzakelijk op de Suralco en lokale bedrijven haalden voordeel uit de zogeheten spin-off effecten, veroorzaakt door de aanwezigheid van de Amerikaanse multinational. Nadat Suralco haar werkzaamheden op 30 november 2015 te Paranam en elders in de mijngebieden had beëindigd en ze zich thans nog slechts bezighoudt met het zo goed als mogelijk milieutechnisch herstellen van de uitgemijnde gebieden, is er eigenlijk nog maar nauwelijks werkgelegenheid in Moengo. Een lokale ondernemer houdt zich bezig met de kaolienwinning en beheert de oude Suralco haven in het stadje. Verder zijn er nog wat kleinondernemers actief en exploiteert Ronnie Brunswijk er een groot pluimveebedrijf. Een aantal personen houdt zich rond Moengo bezig met landbouw en de producten worden deels afgezet in Moengo en Albina. Het behoeft geen uitvoerig betoog, dat er grote werkloosheid heerst in Oost-Suriname en in het bijzonder in Moengo. Een situatie die nu al langer dan twee jaar voortduurt en zeker niet zo kan blijven. De overheid heeft ook daar de taak verlichting te brengen, want de uitzichtloosheid zal zeker tot verhoogde criminaliteit leiden. We willen toch geen toename van gewapende roofovervallen meer in het gebied?We willen toch dat de Oost-Westverbinding veilig blijft voor een ieder die wenst te rijden van Paramaribo naar Albina? We willen toch geen calamiteiten meer in het gebied die alleen maar tot meer verlies voor een ieder zullen leiden? Als we de lokale bevolking blijven negeren en daarenboven hun politieke leiders onheus gaan behandelen, dan vragen we uiteindelijk om problemen. Hebben Bouterse en zijn NDP dan niets geleerd uit de jaren ‘80 en beginjaren ‘90? Wij die het gebied redelijk goed kennen, weten dat er grote onvrede heerst. En die onvrede moet worden weggenomen. Niemand wenst voorgoed in katibo te blijven en een ieder wenst een redelijk bestaan voor zichzelf en zijn geliefden. En juist daarom moet men de situatie in het oosten van ons land serieuzer gaan bekijken en streven naar het bewerkstelligen van meer werkgelegenheid, ook voor dat Surinaams gebied.