Minister Dikan praat veel maar zegt weinig

In een artikel verschenen op 3 januari 2018 in verschillende dagbladen en nieuwssites: ‘Welke rol speelt minister Dikan’, heb ik verschillende zaken aangehaald. Dat de minister kennis heeft genomen van het artikel en de tijd heeft genomen om erop te reageren, is goed. Echter reageert hij op een afleidende wijze en ontkracht de beschuldigingen niet.
Als ik zeg dat de in stamverband levenden niet gekend zijn bij de totstandkoming van de wet, dan kan hij dat makkelijk weerleggen door de namen van de groepen te noemen met wie er wel is gesproken. Dat doet hij niet. Simpelweg omdat de consultaties niet hebben plaatsgehad. Waarom zouden de verschillende groepen zich anders hierover negatief uitlaten in de media?
Verder ontkracht hij niet, dat hij de bisschop negatief heeft besproken. Hij praat ook niet over de explosieve situatie in Maho en hij kan niet aangeven hoeveel geld er reeds is terug gevloeid naar de in stamverband levenden. De districtskas heeft niets van doen met de in stamverband levenden, daarvoor moet er een ander fonds worden opgezet. Ook over de internationale veroordeling is hij onduidelijk. Waarom komt na zoveel jaren de uitvoering van het vonnis niet op gang? Met name de erkenning van de grondenrechten door de demarcatie van de gebieden van de in stamverband levenden wordt alsmaar uitgesteld. Of zoals nu, met een andere wet vertraagd.
Waar de minister wel kennis van draagt, zijn al de moeilijke namen van de wetten en decreten. Helaas zijn de belanghebbenden daarmee niet geholpen. De wet, zoals aangenomen, beschermd slecht een straal van 5 kilometer of, zoals de minister zegt, een middellijn van 10 kilometer. Het belangrijkste van de wet is juist wat er NIET in staat. Deze wet maakt dat de regering ‘bij wet’ ALLES wat buiten de straal van 5 kilometer valt, WEL mag uitgeven in concessies. Nu al zien wij hoe het binnenland wordt geplunderd. Deze wet zal ervoor zorgen dat de overheid ‘bij wet’ steeds meer bedrijven en personen zal kunnen accommoderen en dat de roof van hout en andere grondstoffen zal toenemen. Wie tussen de regels van deze wet leest, komt al gauw achter de ware intentie.
Vroeger geloofde ik dat de grondenrechten en boedelkwesties een rem waren op de ontwikkeling van het land. Maar nu zie ik dat het een geluk bij een ongeluk betreft. Gelukkig dat deze twee zaken deze ‘ontwikkeling’ afremmen. Want de huidige ‘ontwikkeling’ die eigenlijk een roof en plundering is, is ongewenst. Als deze twee zaken niet speelden, dan was heel Suriname al uitgegeven in concessies in naam van de ‘ontwikkeling’.
Wie twijfelt aan mijn zienswijze, doet er goed aan om het artikel waarin het helikopter wrak gevonden werd, kritischer te lezen. Dat wrak is gevonden door Chinese/Maleisische HOUTKAPPERS, in het Pusugrunu gebied. Wat doen die houtkappers in dat gebied? De Surinaamse samenleving, in het bijzonder de inheemsen en Marrons, wordt opgeroepen om beter op hun zaak te letten en zich uit te spreken tegen deze ‘ontwikkeling’.
De minister en de regering worden opgeroepen om de uitverkoop van Suriname te stoppen. De minister mag mij dan als ondeskundig kwalificeren, maar ik ben liever ondeskundig dan onoprecht.

Curtis Hofwijks