Leren van Maho

Als er één hete aardappel is geweest, die de stichters van de soevereine republiek Suriname ongezien voor zich uit hebben geschoven, dan zijn het wel de gronden- en andere specifieke rechten van op zichzelf aangewezen binnenlandbewoners. Op internationaal niveau is inmiddels heel wat gedaan om de positie van ‘inheemse volken’ wereldwijd te versterken, maar de politieke elite in Paramaribo, heeft zich daar weinig van aangetrokken. Dus is die aardappel er niet minder heet op geworden. Integendeel.

Gelegenheidswetgeving

Het afgelopen jaar is dat opnieuw en herhaaldelijk tot uiting gekomen. Toppunt was de affaire-Maho, die De Nationale Assemblée (DNA) noopte vlak voor de kerst even gauw haar eigen initiatiefwet Beschermde Dorpsgebieden, aan te nemen. Een typerend staaltje gelegenheidswetgeving met het doel te zorgen voor “sociale rust”, aldus voorzitter Simons. Dat geeft de politici en ambtenaren weer wat lucht, maar zet weinig zoden aan de dijk voor de doelgroep, die ze er gemakshalve maar buiten gelaten hadden.

In Maho waren de gedupeerden van een constant nalatig overheidsbeleid namelijk niet gezwicht voor de gebruikelijke intimidatie en lieten ze zich evenmin van de wijs brengen door vage toezeggingen. Ook hadden ze zich niet uit elkaar laten spelen en waren ze – dat vooral – erin geslaagd aansluiting te vinden bij het verzet in de hoofdstad tegen het bewind van de huidige president.

Is hier sprake van een doorbraak, wie zijn de belanghebbenden en hoe groot is de kans dat de politiek eindelijk genoemde rechten serieus neemt?

Vierhonderd miljoen

Het moge duidelijk zijn, dat het in Suriname gaat om twee categorieën landgenoten:de  volken die voorheen werden aangeduid als indianen, met de oudste rechten op het land, én de latere in het binnenland gevormde volken van Marrons, te weten mensen van Afrikaanse oorsprong wier voorouders zich aan de slavernij van kolonisatoren uit het buitenland wisten te onttrekken. Gezamen-lijk een niet te verwaarlozen deel van de bevolking.

De situatie waarin ‘inheemse volken’ verkeren, verschilt nogal van land tot land en van continent tot continent. Kenmerkend is in het algemeen, dat zij als naties met een eigen grondgebied en levenswijze op een gegeven moment zijn overvleugeld door heel andere, meestal grotere, volken die op een later tijdstip in het betrokken werelddeel waren aangekomen of binnengedrongen.

Ten tijde van de besluiten in de Verklaring van de Rechten van Inheemse Volkenin de Verenigde Naties (2007), waren die volken verspreid over 90 landen en telden ze gezamenlijk 400 miljoen mensen. De  meeste van die landen waren voorheen koloniën of overzeese gebiedsdelen van staten in Europa.

Native Americans

Het heeft lang geduurd voordat in het internationaal publiek recht – zeg maar volkenrecht – recht werd gedaan aan wat we nu inheemse volken noemen.

De bekendste inheemse volken ter wereld zijn ongetwijfeld die van de Verenigde Staten (VS), waar ze de verzamelnaam Native Americans kregen. Het federale Bureau of Indian Affairs, onder de vlag van het ministerie van  binnenlandse zaken, dateert al van 1824.

Sindsdien zijn de tribesvan de VS, waarvan er nu 567 officieel erkend zijn, stelselmatig onderworpen en – ook in omvang – teruggedrongen. Zo zijn  ruim 300 Indian reservations ontstaan, met een wisselende mate van zelfbestuur maar doorgaans zeer beperkte bestaansmogelijkheden. Op het ogenblik woont slechts een minderheid van de 3 tot 5 miljoen Native Americans in die reservaten.

Pas in 1975 werd de Indian Self-Determination and Education Assistance Act aangenomen, als oplossing voor de daar heersende chronische armoede en afhankelijkheid van externe bijstand. Maar toen hadden de inheemse volken al te lang aan het kortste eind getrokken.

Eenheidsstaat

Andere landen, zoals Australië en Canada, leveren een zelfde beeld op als de VS: de oorspronkelijke bewoners werden lange tijd gemarginaliseerd dooreen meerderheid van immigranten, aanvankelijk vooral uit Europa. Er bleven wel restanten over van hun oorspronkelijke woongebieden, maar werkelijk zelfstandige naties binnen de eenheidsstaat werden niet getolereerd.

De kans dat de pas deze eeuw vastgelegde rechten veel verandering  brengen in de daar gegroeide situatie, lijkt niet groot.  Al was het maar, omdat in de regel buitenlandse regeringen niet graag actief steun leveren aan een eigengereid laat staan opstandig  volk binnen de internationaal erkende grenzen van een andere staat (Zie bijvoorbeeld hun houding tegenover de Koerden in Turkije of  Catalanenin Spanje.), want ze zijn, andersom, als de dood voor buitenlandse inmenging in húninterne aangelegenheden.

Grondwet

Suriname is een buitenbeetje in vergelijking  met vrijwel alle andere landen in de Amerika’s,  vanwege de groepen vrijgevochten slaven die in het binnenland permanente gemeenschappen vormden op basis van hun Afrikaanse achtergrond en daarmee een positie innamen zoals die van de ‘indianen’. Maar dat neemt niet weg dat ook in dit land een meerderheid is ontstaan, die afzonderlijke minderheden met een eigen identiteit haar wil oplegt.

Tijdens het koloniaal bestuur werden weliswaar verdragen gesloten met die minderheden, waarin hun vrijheid van slavernij en rechten op territoriale en politieke autonomie werden erkend, maar als het erop aankwam, werden die niet nageleefd. Een toonbeeld bij uitstek van dit laatste is het huidige Brokopondomeer, dat voor de aanstichters gold als een mijlpaal in de ontwikkeling van het land maar op de bewoners van het getroffen gebied een traumatische uitwerking had (en heeft).

Bij de overdracht van de soevereiniteit traden de nieuwe machthebbers willens en wetens in de voetsporen van het voorgaande, vanuit Nederland aangestuurde, bewind. Dat wil zeggen dat belangenconflicten tussen de meerderheid en inheemse volken letterlijk op de koop toe werden genomen. Niet voor niets werd in de grondwet van de nieuwe staat opgenomen dat de staat eigenaar is van alle natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen (art. 41).

Rode draad

De geschiedenis van de afgelopen 42 jaar moet nog geschreven worden. Over ‘verzwegen geschiedenis’ gesproken… Maar het ligt voor de hand dat dit thema – de rechten van de inheemsen – een rode draad zal zijn, want voornoemde machthebbers hebben zich daar volledig op verkeken.

In het laatste kwart van de afgelopen eeuw kwam een brede internationale discussie op gang over inheemse volkeren. Dit leidde in september 2007 tot de aanvaarding van een plechtige verklaring dienaangaande in de Algemene Vergadering van de VN. Grote landen als de VS en Australië waren tegen, maar haalden later bakzeil. En in 2014 vond de eerste wereldconferentie over het onderwerp plaats.

Tegelijkertijd ontstonden mogelijkheden voor inheemse volken om klachten in te dienen inzake schendingen van hun rechten en om concrete conflicten met hun centrale overheid aan een juridisch oordeel te onderwerpen. Voor Suriname is in dit opzicht vooral het Inter-Amerikaans Hof voor de mensenrechten van belang gebleken. Op het ogenblik loopt nog een vonnis tegen de Surinaamse staat, dat op 25 november 2015 door dat Hof werd geveld in de Lokono&Kalinha-zaak. Kort gezegd houdt dat vonnis in dat de staat wordt gemaand binnen drie jaar de grondenrechten van inheemse volken bij wet te regelen.

Rashied Doekhie

Aangezien openheid en transparantie in het openbare leven ver te zoeken zijn en betrouwbare opiniepeilingen over actuele zaken nog moeten worden uitgevonden, blijft het gissen wat het publiek vindt van de inheemse volken en hun rechten. Maar uit de feiten zou je kunnen afleiden dat heel wat mensen het eens zijn met de voormalige ‘onderkoning’ van Nickerie en nu hoofdbestuurslid van de NDP, Rashied Doekhie, die als DNA-lid verklaarde dat de Marrons er beter aan zouden doen de grondenrechten uit hun hoofd te zetten.

Als opeenvolgende regeringen al iets hebben ondernomen op dit vlak, dan valt dat in de categorie slagen in de lucht of dode mussen. Alleen al de lange serie incidenten en botsingen in de loop der jaren tussen lokale gemeenschappen en externe exploitanten van het Bos, spreekt duidelijke taal. De Cola-kreekconferentie van oktober 2011 was een aanfluiting en het broddelwerk van de initiatiefwet die onlangs in DNA werd omarmd, deed de deur dicht.

Open kaart

Misschien wordt het zoetjesaan tijd dat de politieke elite, die grotendeels samenvalt met de financieel-economische bovenlaag, open kaart leert spelen. Al was het maar met het argument dat de grootste communistische partij ter wereld zich heeft opgeworpen als de nieuwe kampioen van het kapitalisme (én niet toevallig volstrekt  geen boodschap heeft aan inheemse volken en wat dies meer zij).

Of, nog eerlijker, met het motief dat ‘we’ de buit van ‘onze’ srefidensi langzamerhand zo keurig hebben verdeeld, dat het zonde zou zijn die verworvenheid ter wille van een stelletje achterblijvers op losse schroeven te zetten.

Dan kan het verzetsfront, dat  op 17 december in Maho gestalte kreeg, wat beter beoordelen welke tegenstander het voor zich heeft. Als díe trend zich doorzet, namelijk dat Marrons en Ingi elkaar weten te vinden en eindelijk ook stedelingen, van de andere kant van de eeuwen oude scheidslijn, zich met woord en daad solidair opstellen, dan ontstaat er een heel andere situatie. En  valt er nog een wereld te winnen.

Theo Ruyter