Welk spel speelt Curtis Hofwijks bewust of onbewust mee?

Ingezonden

Naar aanleiding van het artikel verschenen in het dagblad De West d.d. 4 januari 2018 en verschillende andere media, met als titel: ‘Welk spel speelt minister Dikan?’, het volgende.

Met stijgende verbazing en verbijstering is kennis genomen van de inhoud van het genoemde artikel van de hand van Curtis Hofwijks met betrekking tot de kamerbrede aanname van de initiatiefwet Bescherming Woon- en Leefgebieden in DNA op 22 december 2017. Het is belangrijk om aan te geven dat deze wet een initiatief is van DNA ter wijziging van de titel van de L-Decreten van 1982, artikel 4 en de aanpassing van de memorie van toelichting.

Dit conform het recht van initiatief toegekend aan de leden van DNA in de Grondwet (derde afdeling). Dit houdt in dat een initiatiefwet alleen door DNA-leden ingediend kan worden ter behandeling in DNA. Daarbij kunnen zij indien nodig en op basis van de inhoud van de initiatiefwet, deskundigen dan wel vakministeries consulteren. In dit kader moet de rol van de vakministeries Regionale Ontwikkeling, Natuurlijke Hulpbronnen en Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer worden geplaatst en begrepen bij de behandeling van de Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden. Tevens zullen deze ministeries worden belast met de vaststelling van voorschriften voor de uitvoering en toepassing van deze wet. Het bovenstaande geeft duidelijk aan dat de ingediende initiatiefwet, ter wijziging van de L-Decreten, primair niet een aangelegenheid is geweest van het ministerie van Regionale Ontwikkeling, maar van de initiatiefnemers: J. Simons, J. Vreedzaam, M. Bee en S. Tsang. De indruk die ten onrechte wordt gewekt alsof het ministerie van Regionale Ontwikkeling de initiatiefnemer is van de onderhavige wet, wordt hiermee verwezen naar het Rijk der Fabelen.

De L-Decreten (Decreet Beginselen grondbeleid van 15 juni 1982) geven de ministeries van RGB en NH de bevoegdheid om rechten toe te kennen aan derden. Artikel 4 lid 1 van voornoemd decreet, regelt het geval waarbij de ministeries als tevoren genoemd een beperking wordt opgelegd om rekening te houden met de dorpen, nederzettingen en kostgronden van Indianen en Bosnegers bij het toekennen van rechten aan derden. Echter heeft de wetgever in 1982 bij het formuleren van artikel 4 lid 1, nagelaten sancties in de wet op te nemen ter bescherming van de woon- en leefgebieden. De genoemde initiatiefwet heeft de omissie van de wetgever weggemaakt. De huidige vorm van de wet bevat strafbepalingen, die de overheid dwingend voorschrijft rekening te houden met de beschermde woon- en leefgebieden van de Inheemsen en andere in stamverband levende Surinamers bij de toekenning van rechten.

De wet legt dus een beperking op aan de overheid, met name de ministeries van RGB en NH en niet aan de gemeenschappen zoals wordt gesuggereerd. Met andere woorden, geeft de wet bescherming aan de woon- en leefgebieden van de gemeenschappen en regelt niet de afbakening (demarcatie) daarvan. Indien de overheid toch rechten toekent aan derden in de beschermde gebieden, zoals in de wet is aangegeven, worden deze rechten beschouwd als niet te zijn verleend (nietig). Aan dhr. Curtis Hofwijks wordt sterk aanbevolen om de finale versie van de wet, zoals aangenomen op 22 december 2017 goed door te nemen.

Vanwege de taakstelling van het ministerie van Regionale Ontwikkeling, heeft zij de traditie van structurele dialoog en overleg met het traditioneel gezag der Tribale Volken. Dus de Inheemse en andere in stamverband levende volken worden nooit buitenspel gezet. Tijdens de verschillende besprekingen van de Presidentiële Commissies Grondenrechten, hebben vertegenwoordigers van de Inheemsen en andere in stamverband levende Surinamers, geëist dat in de respectieve documenten worden opgenomen acute beschermingsmaatregelen voor hun woon- en leefgebieden. Dit houdt in dat de overheid direct moest stoppen met het uitgeven van rechten (concessies en domeingronden) aan derden in de woon- en leefgebieden van betrokkenen, hetgeen de vorengenoemde initiatiefwet thans regelt. In de memorie van toelichting is, ten aanzien van de figuratieve kaart met de indicatief aangegeven beschermde gebieden van de aangegeven locaties van woon- en leefgebieden, uitgegaan van een ruime afbakening met een middellijn van ongeveer 10 km (equivalent van de middellijn van Paramaribo).

Concluderend kan worden aangegeven, dat de roep voor bescherming van de woon– en leefgebieden van de Inheemse en andere in stamverband levende Surinamers afkomstig is van de gemeenschappen zelf, waarop door de initiatiefnemers is ingespeeld en kamerbreed is aangenomen door DNA. Het vorenstaande geeft aan, dat de diverse aantijgingen en beschuldigingen in verschillende gepubliceerde artikelen aan het adres van het ministerie en de minister van Regionale Ontwikkeling onterecht en misplaatst zijn. De bewering in het artikel als zou de minister binnen twee weken het binnenland en grote delen van de stad tegen zich in het harnas hebben gejaagd, is ongefundeerd en kan beschouwd worden als een slag in de wind.

Met betrekking tot de identiteit van de minister van Regionale Ontwikkeling, dient opgemerkt te worden dat de schrijver van het bewuste artikel zich niet op glad ijs moet begeven, aangezien hij elke vorm van deskundigheid mist en niet beschikt over de juiste informatie. De opmerking in het artikel dat de minister zou hebben gelogen in DNA en zich heeft geplaatst op de stoel van de voorouders van de Saamaka en daarmede ook op die van de Gaama, is gebaseerd op het artikel ‘Tijdelijke oplossing opvolging Granman’, verschenen in het dagblad de Ware Tijd d.d.16/12/17. Dit artikel was gebaseerd op een onjuiste conclusie van de journalist naar aanleiding van het betoog van de minister in DNA m.b.t. de voorgestelde tijdelijke oplossing voor de opvolging van kapiteins en bassia’s van de Saamaka en anderen die ressorteren onder het gezag van het Grootopperhoofd van de stam. Op 20 december 2017 heeft de journalist het artikel als voornoemd gerectificeerd (zie artikel ‘Regionale Ontwikkeling bemoeit zich niet met opvolging Granman’). Met het bovenstaande worden alle verwijten en beschuldigingen aan het adres van het ministerie en de minister van Regionale Ontwikkeling gelogenstraft.

Ten overvloede wil het ministerie aangeven, dat de Regering een beleid voert om een substantieel percentage van inkomsten voortkomende uit economische activiteiten in de woon- en leefgebieden van tribale volken, te laten terugvloeien naar de gemeenschappen. Deze middelen, die voor een belangrijk deel worden aangewend voor algemene ontwikkelingsprojecten, dienen vooralsnog in het districtsfonds gestort te worden. Thans wordt de laatste hand gelegd aan het instellen van het dorpsfonds, waardoor elk dorp of gemeenschap zal beschikken over haar eigen officiële bankrekening.

De grote vraag is welk spel dhr. Curtis Hofwijks bewust of onbewust meespeelt met zijn artikel. In geval hij het spel bewust meespeelt, roepen wij hem dringend op om dat pad te verlaten en niet langer de hakken in het zand te zetten. Het ministerie van Regionale Ontwikkeling gaat ook in het dienstjaar 2018 onvermoeid verder met het werken aan duurzame ontwikkeling van Suriname.

We hopen dat het negatief beeld dat onterecht door derden wordt geschapen naar het ministerie en de minister toe, uit de wereld is geholpen. Het ministerie beschouwt de discussies met betrekking tot dit onderwerp dan ook als gesloten. Ten overvloede verwijzen wij dhr. Curtis Hofwijks en anderen voor informatie over deze wetswijziging naar DNA.

When they go low, we go high!

Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling

Afdeling Voorlichting