‘Kleinschalige mijnbouw op lange termijn fataal voor milieu’

Volgens VHP-parlementariër Riad Nurmohamed, is het ontbossen als gevolg van mijnbouwactiviteiten in Suriname niet dramatisch. Wat volgens hem wel in de gaten gehouden moet worden, is de steeds toenemende kleinschalige landbouw die op lange termijn fataal kan zijn voor het milieu. Het rapport van de Surinaamse Bosbouwsector 2016 is uitgekomen en daarin staat duidelijk dat de ontbossing in de afgelopen jaren een stijgende trend vertoont.
Tussen 2000 en 2009 was er nog geen 3.700 hectare bos verwijderd, terwijl in de periode 2015-2016 bijna 12.000 hectare bos verdwenen is door menselijk handelen. Volgens Nurmohamed moet vooral de kleinschalige mijnbouw in de gaten gehouden worden, omdat die ongecontroleerd is en al gauw uit kan groeien tot grootschalige ontbossing. Hij zegt dat de kleinschalige mijnbouw fataal kan zijn voor het milieu, omdat de natuur hierbij geen kans krijgt om zich te herstellen.
Nurmohamed is daarom voorstander van het langzaam onaantrekkelijk maken van de kleinschalige mijnbouw. Volgens de parlementariër is het rehabiliteren van gebieden waar aan kleinschalige mijnbouw gedaan werd moeilijker, omdat daar het goud aan de oppervlakte ligt. De bovenste laag die de voedingstoffen voor de groei van planten en bomen stimuleert, wordt dan weggespoeld, terwijl dat niet het geval is in de grote mijnen. Door de kleinschalige landbouw zijn reeds veel rivieren verzild, worden kinderen ziek door kwikgebruik en wordt het leven van de mensen in die gemeenschappen bedreigd.
Met een bosoppervlakte van 96,4 procent, behoort Suriname tot het groenste land ter wereld. De grote uitdaging van de overheid is om het bos te behouden, maar tegelijkertijd dat ook te gebruiken voor het verdienen van geld. Nurmohamed zegt dat de regering dit alleen kan bewerkstelligen als er een streng controlemechanisme komt. “Voor elke boom die weggekapt wordt, moeten er vijf in de plaats geplant worden. Bij export moet er streng op worden toegezien dat een deel van dat geld gebruikt wordt voor de rehabilitatie van het gebied”, benadrukt Nurmohamed. Volgens hem wordt deze maatregel alleen door gecertificeerde bedrijven toegepast, terwijl het overgrote deel zich niet hieraan houdt.
Diverse landen zoals Guya-na, Indonesië en Brazilië, hebben geld gekregen van internationale organisaties voor het conserveren van hun bossen. Volgens Nurmo-hamed heeft Suriname het geld van het buitenland niet nodig. “Wij verdienen ge-noeg geld uit de goudsector en de bosbouw om de rehabilitatie van ons bos zelf te financieren. We kunnen dat zelfs doen met onze eigen mensen en instanties”, aldus Nurmohamed.

door Priscilla Kia