TOEGENOMEN EXTERNE AFHANKELIJKHEID

Op 25 november 2017 waren we als land 42 jaar staatkundig onafhankelijk. We stellen met nadruk, dat het om een staatkundige onafhankelijkheid ging en niet veel meer dan dat. Economisch waren we in 1975 op dat moment zeker nog niet weerbaar genoeg om ons ook op dat gebied onafhankelijk te wanen. De ruim 3 miljard Nederlandse ontwikkelingshulp uit die tijd, was dan ook bedoeld om de economische kloof tussen ons land en het voormalige moederland enigszins te verkleinen. Althans dat was toentertijd de bedoeling van de machthebbers die Suriname op aandrang van Den Haag, de staatkundige onafhankelijkheid bezorgden. Die ruim 3 miljard Nederlandse gulden leek op dat moment enorm veel geld en heeft bepaalde politici in dit land destijds verblind. Hoe de bestedingen van dat geld diende plaats te vinden, werd daarna niet slechts aan ons over gelaten. Bij de bestedingen hield Den Haag in de daaropvolgende decennia een flinke vinger in de pap en lette er voortdurend op dat het Nederlandse bedrijfsleven daar ook voordeel aan zou hebben. De ontwikkelingshulp is op enkele miljoenen euro’s na, geheel besteed en bijvoorbeeld de regering Bouterse kan daar geen aanspraak meer op maken. Den Haag loopt namelijk niet warm om de restanten aan nog beschikbare middelen, aan het regiem Bouterse te besteden. Als we terugblikken op wat er met de ontwikkelingshulp is gedaan en wat die steun ons werkelijk heeft opgeleverd, dan kunnen we niet echt tevreden zijn. Na 42 jaar kunnen we namelijk niet spreken van een daadwerkelijke snelle en of goede economische ontwikkeling voor de republiek Suriname waar er een significante productie die op export gericht is, werd gerealiseerd. Het land is er zeker niet economisch weerbaar op geworden en we zijn nog steeds in hoge mate afhankelijk van hulp van buitenaf. Veel geld dat verdiend was uit de aardolie en goudsector is na 2010 niet op een adequate wijze geherinvesteerd of in een noodfonds ondergebracht door de regeringen Bouterse I en II maar aan verkeerde zaken besteed en in veel opzichten verspild. Dit economisch en financieel wanbeleid heeft onder meer ertoe geleid, dat de monetaire reserves aanmerkelijk zijn afgenomen en de Surinaamse munteenheid, de SRD, ernstig aan waarde heeft moeten inboeten. Suriname is na 42 jaar staatkundige onafhankelijkheid door het voormelde wanbestuur en verkwisting van staatsgelden, nu zo ernstig verarmd dat we dan wel staatkundig nog soeverein zijn, maar economisch zwaar afhankelijk geworden van enkele buitenlandse ‘weldoeners’. Een van de grootste ‘weldoeners’ van het moment waar we telkens weer de hand voor ophouden, is de Volksrepubliek China . Dit land uit het Verre Oosten steekt maar al te graag een helpende hand toe om een land als Suriname, dat in ernstige financiële problemen is geraakt, te helpen . Maar voor niets gaat de zon op, zeggen ze in het Nederlands en de politieke leiders in Beijing verwachten van Suriname natuurlijk een wederdienst. En daar gaat het natuurlijk helemaal om. China bouwt een nieuw ziekenhuis in Wanica, Dalian de Chinese staatsonderneming, asfalteert wegen, een Chinese onderneming die van de staat is, gaat goedkope woningen bouwen die onder bepaalde langlopende voorwaarden door de minder draagkrachtigen kunnen worden gekocht, er worden beurzen aan Surinaamse studenten verleend, en nu is zelfs bekend geworden, dat China een ultra moderne luchthaven voor ons land te Zanderij wil opzetten. Wat is de Chinese regering toch geefs, zou je wellicht kunnen denken. Maar wie weet hoe zaken veelal verlopen in geopolitieke zin en hoe de machtsverhoudingen zich ook in de 21ste eeuw aan het ontwikkelen zijn, beseft dat China meerdere bedoelingen heeft met de zogenaamde steun aan een arm land als Suriname. Alvast heeft ook dit land het gemunt op onze natuurlijke hulpbronnen en wenst bijvoorbeeld zoveel mogelijk tropisch hout hier vandaan weg te slepen. Voorts wenst men in Beijing nieuwe afzetgebieden voor de producten uit de Chinese industrie te realiseren en uit te breiden. Suriname wordt door de hechte ‘vriendschapsbanden’(?) samenwerking en hulp ook geforceerd, steeds meer Chinese onderdanen te herbergen die de belangen van het vaderland moeten behartigen. Ook is het voor de Chinese leiders van strategisch belang, op dit continent een nieuwe bondgenoot als tegenhanger van de VS te hebben. De wereld is sinds mensenheugenis verdeeld geweest in invloedssferen van landen die financieel-economisch en militair een overwicht wisten te demonstreren en handhaven. Dat is ook in de 21ste eeuw niet anders en Suriname wordt als deel van deze wereld natuurlijk in het kielzog van de machtigen meegenomen. Wij moeten als klein en arm land wel kunnen doorgronden wat men met ons voor heeft en tijdig bepaalde gevaren trachten te ontwijken. Tijdens de jaren ‘80 onder de zogenaamde Koude Oorlog, en de dictatuur van Bouterse c.s. zijn wij bijna het slachtoffer geworden van de rivaliteit tussen twee supermachten. Een dergelijke situatie kan zich wederom voordoen, als wij niet snel genoeg in staat zijn de gevaren die dreigen te kunnen identificeren en voorkomen dat we voor de zoveelste maal de verkeerde vrienden uitkiezen. Want dat wij onder het regiem Bouterse I en II voortdurend doende zijn geweest de verkeerde naties als vrienden te zien, wordt steeds duidelijker. En als we de balans opmaken en kijken wat die zogenaamde vrienden ons tot nog toe hebben opgeleverd, kunnen wij met de beste wil van de wereld niet echt vooruitgang constateren en of tevreden zijn. Wat we thans zien, is toenemende armoede, verpauparing , slecht regeringsbeleid, en ons ophangen aan buitenlandse leningen die we in de komende decennia niet zullen kunnen terugbetalen. Het wordt dan ook de hoogste tijd dat de boeg wordt omgegooid en mensen aan het roer van staat komen te staan, die daadwerkelijk zich inzetten voor dit land en volk.