IN STRIJD MET DE REALITEIT

De Nationale Assemblee (DNA) is onlangs aangevangen met de begrotingsbehandeling over het jaar 2018. Nog voor de behandeling van deze conceptbegroting van start ging, werd het al duidelijk dat er tal van hiaten in voorkwamen en dat er bij leden van het college zeker de indruk was ontstaan, dat er sprake was van haastwerk en dat de regering voor bepaalde departementen veel te weinig middelen op de begroting had gebracht en dat er bij een eventuele goedkeuring door DNA, niet of nauwelijks zou kunnen worden gewerkt in het begrotingsjaar 2018. Kritiek vanuit de oppositie en op bepaalde momenten vanuit de eigen gelederen, was dan ook niet van de lucht. De afgelopen week kwamen er dan ook kritische vragen van de NDP-leden Amzad Abdoel en Wendell Asadang, waarvan de laatstgenoemde meedeelde, ernstige moeite te hebben met de stiefmoederlijke behandeling die vanwege de regering wordt getoond naar de mensen in het binnenland. Ook binnen de gezondheidssector en het onderwijs rammelt het beleid aan alle kanten en is het voor een ieder duidelijk, dat daar meer geld voor vrijgemaakt moet worden. Het kan namelijk nimmer zo zijn, dat een universiteit ruim onvoldoende middelen heeft en dat ziekenhuizen met sluiting worden bedreigd, omdat de overheid steeds in gebreke blijft haar financiële bijdrage op tijd te leveren. Het was al sinds het begin van de begrotingsbehandeling glashelder dat met een dergelijk concept niet zal kunnen worden gewerkt in het komende begrotingsjaar en dat veel ministeries hopeloos vast zouden lopen bij de uitvoering van hun taak. Zonder enige twijfel kan worden aangenomen, dat niet louter in De Nationale Assemblee naar voren is gekomen dat de conceptbegroting aanzienlijke onvolkomenheden herbergt, maar dat ook binnen de grootste coalitiepartij, de NDP, men tot de slotconclusie is gekomen, dat er behoorlijk aan het concept zal moeten worden gesleuteld, willen we niet hebben dat verschillende departementen in groot financieel gedrang zullen geraken; daarom is het achteraf bekeken niet vreemd, dat gisteren met spoed door de regering werd besloten om met een nota van wijziging te komen voor de begroting van 2018. De regering zal haar beperkte middelen anders moeten gaan besteden en prioriteiten moeten duidelijk gesteld worden, waarbij onderwijs en volksgezondheid op de voorgrond zullen moeten worden gebracht. Voor wat betreft de energierekening moet de zaak goed bestudeerd worden, want ervan uitgaande dat de zogeheten ‘rijken’, dus het bedrijfsleven, wederom de zwaarste lasten zal moeten dragen, is niet de oplossing, want verhoogde elektriciteitsrekeningen aanbieden aan het bedrijfsleven zal een inflatoire werking hebben binnen de economie en de verhoogde kosten zullen doorberekend worden aan de consument, die het nu reeds zo moeilijk heeft. Kan het niet uit de lengte komen, dan komt het zeker wel uit de breedte en de meerkosten worden uiteindelijk toch door de gewone burger betaald. Die 600 of 700 miljoen die de staat aan subsidie uitgeeft voor elektriciteit, moet niet losgelaten worden op de gemeenschap. Nu reeds kunnen velen hun elektriciteitsrekening aan het einde van de maand nauwelijks voldoen. Marktconforme stroomtarieven willen doorvoeren is daarom gemakkelijker gezegd dan gedaan. De regering is al enige tijd bezig met plannen om de stroomtarieven verder aan te passen, omdat ze doodgewoon niet voldoende geld meer heeft om al haar kosten te dekken. Ze kan de salarissen van haar werknemers maandelijks nog maar heel moeilijk voldoen, dus probeert ze thans meerdere inkomsten te genereren door zwaardere fiscale maatregelen door te voeren. Ze dient er wel rekening mee te houden, dat voor het volk elke verhoging die ze nog wenst door te voeren, één teveel is. Het komende jaar zal duidelijk worden hoever ze komt met ditzelfde beleid dat naar de mening van velen nergens toe leidt. Wat ze wel moet doen, is de verkwisting stopzetten en ervoor zorgdragen dat er veel minder gereisd wordt.