‘Voordelen leningen zoek voor komende generaties’

Tijdens een lezing van het Nationaal Informatie Instituut, afgelopen maandagavond in de Congreshal, zei Winston Caldeira dat de komende generaties de leningen die afgesloten zijn door de huidige regering, zullen moeten betalen. Dit, omdat volgens Caldeira de nieuwe generatie er voordelen uit zal halen. VHP-parlementariër Mahinder Jogi, zegt dat Caldeira de waarheid heeft gesproken, maar niet heeft aangegeven wat die voordelen zullen zijn. Hij geeft aan dat een ieder die een lening afsluit, dit doet om vooruitgang te boeken. Jogi noemt als voorbeeld een student die een lening neemt om de school te kunnen betalen, om zo later een goede baan te krijgen.

Hij vraagt zich af wat de resultaten zijn van de verschillende leningen die de regering heeft afgesloten. “Welke lening heeft de verdiencapaciteit van ons land vergroot?”, aldus de parlementariër.

Hij voert aan dat de regering al 80 procent van ons bbp aan leningen heeft afgesloten, hetgeen betekent dat elke burger in ons land een schuld van tussen de SRD 30.000 en SRD 40.000 heeft. Hij benadrukt dat elke NDP – regering die Suriname tot nu toe heeft gehad geen ontwikkeling heeft gebracht. Jogi zegt dat er projecten worden uitgevoerd om flink te kunnen stoeien met middelen. Hij noemt in dit kader Para Industries, de cassavefabriek, Tapajai project, ethanolproject etc. Volgens Jogi zijn het dezelfde mensen in de regering die in het verleden verschillende bedrijven kapot hebben gemaakt die nu over ontwikkeling komen praten. Hij zegt zich te herinneren dat wij in ons land drie locaties hadden waar bacoven werden geplant, namelijk Santo Boma, Jarikaba en Nickerie. Jogi zegt dat al deze bedrijven kapot zijn gemaakt, met uitzondering van Jarikaba.

Voor wat betreft de ontwikkeling van het district Brokopondo, zegt Jogi dat de VHP in de jaren ‘60 en ‘70 de basis had gelegd voor de ontwikkeling, doelend op Patamacca, Phedra etc., maar al deze projecten zijn kapotgemaakt en platgebrand door dezelfde mensen die nu aan de macht zitten.

-door Johannes Damodar Patak-