Edward Belfort: ‘Het is de president die steeds buiten de orde is”

Abop-parlementariër, Edward Belfort, zegt op basis van de uitspraken van de vicepresident inzake het verlangen van een respectvollere behandeling vanwege het parlement, dat het juist de regering is die geen respect heeft voor DNA-leden. Volgens Belfort maakt de regering, in het bijzonder de president, steeds weer beledigende uitspraken tegenover oppositieleden. Na ruim drie weken verstreken zijn van het betoog van Belfort waarbij hij de president confronteerde met de harde realiteit, vindt vicepresident, Ashwin Adhin, dat de regering een respectvollere behandeling dient te krijgen van het parlement. Dit entameerde de vicepresident gisteren bij de start van de openbare vergadering in DNA, naar aanleiding van de harde aanhalingen die Belfort op 7 november deed in het parlement. Adhin wil nu dat het parlement tijdens parlementaire debatten leden van de Raad van Ministers met meer respect gaat behandelen.

Adhin gaf aan dat de regering het hoogste College van Staat te allen tijde op een respectvolle wijze zal blijven benaderen. Redelijkerwijs verwacht de regering hetzelfde vanwege de volksvertegenwoordiging. Belfort kan zich echter niet heugen, wanneer de regering niet beledigend is overgekomen. Hij wijst erop, dat niet alleen oppositieleden op de korrel worden genomen door de president, maar de president heeft ook beledigende en bedreigende uitspraken gedaan tegenover de procureur-generaal en actievoerders. De volksvertegenwoordiger van Abop haalt als voorbeeld aan de beledigende uitlatingen die de president afgelopen zaterdag bij de volksreceptie op de onafhankelijkheidsdag heeft gedaan ten aanzien van de actievoerders op het Onafhankelijkheidsplein. ‘Mek den go dok’, zei de president letterlijk, wat Belfort geen manier van praten vindt tegenover burgers die opkomen voor een beter beleid. Hij meent dat de president steeds buiten de orde is. Zo zegt Belfort dat de president in het parlement oppositieleden politieke kuikens, politieke varkens noemt. De Abop-topper vraagt zich af, hoe lang de president zo door zal blijven gaan.

Ook vindt hij het triest dat de vicepresident drie weken na het voorval iets durft te zeggen, terwijl hij op die bewuste dag met een mond vol tanden zat in het parlement. Belfort zegt verder dat Adhin een van de regeringslieden was, die stond te lachen toen de president zei dat hij geen antwoord zou geven, maar zal wachten op 2020, zodat het volk hem antwoord kan geven.

door Richelle Mac-Nack