Parlement keurt motie oppositie met 23 stemmen af

Het parlement heeft de motie die gisteren is ingediend door VHP-voorzitter Chan Santokhi, met 23 stemmen afgekeurd. Slechts 16 parlementsleden stemden voor de motie waarin alle oppositionele partijen de regering vragen om het beleid drastisch om te buigen en een beleid te voeren in overeenstemming met de verdiensten van het land. De oppositie ziet graag een beleid waarbij de tering naar de nering gezet wordt. In de motie vragen VHP, NPS, ABOP en PL, de regering om dringende beleidsmaatregelen op te nemen in de begrotingen voor het dienstjaar 2018, gericht op de vergroting van de directe verdiencapaciteit. In dat kader zien de oppositionele partijen graag dat de regering overleg gaat voeren met functionele groepen over deze beleidsombuiging. Ook heeft de oppositie in de motie aandacht gevraagd voor het afbouwen van het leningenbeleid en leningen slechts te gebruiken voor het creëren van werkgelegenheid en productie conform de grondwet ter duurzame bestrijding van armoede. Verder moet de regering volgens de oppositionele partijen afzien van verdere maatregelen die lastenverzwaringen en meer armoede voor het volk betekenen.

De veertien parlementariërs hebben de motie getekend, omdat ze van mening zijn, dat het volk mandaat heeft verleend aan de regering om zijn belangen te dienen en die te beschermen tegen verval van de leefbaarheid in de samenleving, daarnaast haalt de oppositie aan, dat de Grondwet van de Republiek Suriname, uitdrukkelijk stelt dat de sociale doelstellingen van de staat gericht zijn op het garanderen van een politiekvoering die strekt tot verhoging van het welzijn en de welvaart van de samenleving die gebaseerd zijn op sociale rechtvaardigheid. Volgens hen heeft de president in de jaarrede aangegeven, dat hij er alles aan zal doen om de realisatiegraad van het Ontwikkelingsplan significant te verhogen. Echter merken zij dat de jaarrede meer een politiek van verbale acrobatiek met glanzende beloften inhoudt buiten de politieke realiteit, waarmee de realisatie van aangegeven grondwettelijke vereisten voor de beleidsvoering voor het bereiken van aangegeven doelen, niet kunnen worden gerealiseerd.

De veertien parlementsleden zijn van mening, dat tienduizenden voedselpakketten, financiële bijdragen aan sociaal zwakkeren en sociale beschermingsprogramma’s, niet tot duurzaam beleid en ontwikkeling zullen leiden. Ook zijn zij van mening dat de ontwikkelingskansen voor land en volk verminderd worden in 2018, gezien de rente en aflossingen van bestaande leningen SRD 2.1 miljard bedragen. De oppositie geeft op basis van de ongeveer SRD 1.6 miljard dat voor 2018 geleend zal worden, aan dat de regering doorgaat met het voeren van een onverantwoord beleid waarbij er te veel uitgegeven wordt. Ze geven aan dat het financieel beleid van het komend jaar zodanig ontwikkeld is, dat het geen garantie biedt voor directe investeringen in de productiesector. De oppositionele partijen zijn ervan overtuigd dat het voorgestane beleid niet zal leiden tot vergroting van onze verdiencapaciteit, de duurzame vergroting van de werkgelegenheid en de productie voor de exporten. De oppositie gaat er juist vanuit dat de armoede zal verergeren met alle gevolgen van dien voor de samenleving.

door Richelle Mac-Nack