Regeringsbeleid resulteert niet in grondwettelijke beleidsdoelen

Tijdens de politieke beschouwingen van afgelopen donderdag, heeft Chan Santokhi namens zijn VHP-fractie, kunnen concluderen dat aan de hand van het gepresenteerde regeerbeleid, de regering de grondwettelijke beleidsdoelen niet heeft bereikt. De fractieleider doelde daarbij op art. 4, art. 5, art. 6, art. 154 en art 40 van de Grondwet, die onder andere de constitutionele richting aangeven en de randvoorwaarden voor de inrichting van de economie en het financieel beleid, waaraan de regering zich zou moeten houden. “Het zijn zeker geen vrijblijvende zaken die in de grondwet zijn opgenomen, maar het zijn constitutionele verplichtingen om te zorgen voor voldoende bestaanszekerheid van het volk”, haalde Santokhi aan. Integendeel heeft het beleid volgens hem gezorgd voor substantiële erosie van de bestaanszekerheid. Hij wijst erop dat het volk gedompeld is in een bittere armoede. Om zijn mening te staven, haalde hij aan dat de prijzen van alle goederen zijn gestegen als gevolg van de gestegen wisselkoers van 2.78 SRD/USD in 2010 naar 7.60 SRD/USD. De parlementariër zegt dat dit een stijging is van ongeveer 270 procent, met als gevolg ernstige armoede, dit ondanks grote opbrengsten uit de mijnbouw en een voldoende monetaire reserve.

Op basis van het beleid dat de regering heeft gevoerd de afgelopen tijden, zegt Santokhi dat de beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering niet in overeenstemming is met het mandaat dat de regering heeft gekregen van het volk. Hij meent dat de regering constant een beleid heeft gevoerd waarbij steeds meer uitgeven wordt dan er verdiend wordt. Santokhi zegt dat dit in strijd is met de grondwettelijke verplichtingen, zoals, artikel 4 en artikel 154 van de Grondwet. “De schade, pijn, zorg en het verdriet, dat het volk heeft geleden en nog steeds lijdt als gevolg van dit, tot nu toe gevoerde wanbeleid, kan niet ongedaan worden gemaakt. Maar het beleid kan wel omgebogen worden naar goed beleid en goed bestuur”, vindt de voorzitter van VHP. Hij zegt dat de roep en aanmaningen van de oppositie terzijde werden geschoven, terwijl de coalitie in het parlement met haar goedkeurende en ondersteunende houding naar de regering en haar beleid toe,

mede verantwoordelijk gesteld moet worden voor de situatie waarin het volk terecht is gekomen.

Santokhi zegt dat het beleid om meer uit te geven dan er verdiend wordt gecontinueerd wordt door de regering, zonder duurzame verdiencapaciteitsvergroting en diversifiëring van de economie. De VHP- fractie is van mening dat de regering op deze wijze geen duurzame geen duurzame bestaanszekerheid zal kunnen brengen, zoals de vicepresident beloofd heeft en zoals de grondwet dat eist van de regering.

De VHP-voorzitter zegt dat dit beleid zeker geen tering naar de nering zetten is. Volgens hem is het juist gericht op een faillissement van onze toekomst, als er geen onmiddellijke beleidsombuiging komt.

door Richelle Mac-Nack