Inspanningen voor juridische samenwerking Frans- Guyana en Suriname

Het 2 kilometer verdrag dat onlangs door het parlement is aangenomen, heeft volgens de Fransen een nieuwe dynamiek gebracht in de samenwerking tussen beide landen. Vele dossiers zijn blijven liggen, de post van politie attaché is niet ingevuld en andere zaken stonden eveneens op een laag pitje. Maar nu blijken de Fransen de draad weer te willen oppakken en kijken al uit naar andere overeenkomsten, zoals die op juridisch en penaal vlak.

Laat het gezegd worden, Suriname heeft het de afgelopen jaren laten afweten in de onderhandelingen met onze oosterburen. Veel zaken, die in 2013 hoogtij vierde en de twee grenslanden bij elkaar zouden moeten brengen, zijn niet besproken, er waren weinig uitwisselingen op politioneel en militair vlak, ook de samenwerking op het gebied van zwaar transport en de gezamenlijke aanpak van gouddelving die een nefast effect heeft op de leefgebieden aan de Boven-Marowijne, liet te wensen over. En zonder dat openlijk te zeggen, was voor de Fransen het 2 km verdrag toch het slot om de ketting. Elf jaar hebben de Fransen zitten wachten op een nauwere samenwerking tussen de ordehandhavers op Saint-Laurent en Albina.

En de wens voor zo’n samenwerking werd alleen maar versterkt door hetgeen de goede samenwerking teweeg heeft gebracht tussen Frans-Guyana en Brazilië; juridische samenwerking, gezamenlijke politiepatrouilles, vooruitgang op het gebied van zwaar transport en de bouw van een brug over de grensrivier Oyapock. Net zo’n samenwerking hadden de Fransen eerder willen hebben met Suriname.

Nu het verdrag is getekend, is er een nieuw momentum ontstaan. Een tweede kans voor Suriname.

Volgens de Franse krant ‘France-Guyane’, zou de aanname van het verdrag vorige week, toegejuicht zijn. Zo verklaart Isabelle Arnal, de adjunct-procureur in Cayenne tegenover de krant, dat een samenwerkingsverdrag op juridisch gebied “op het punt staat ondertekend te worden” tussen beide landen. Zij bevestigt hiermee de verklaring die op 23 oktober door haar meerdere, de procureur-generaal Jean-Frédéric Lamouroux, is afgelegd. Hij zou, samen met de Franse ambassadeur in Paramaribo, Antoine Joly, en de liaison magistraat Jean-Philippe Rivaud, de laatste onderhandelingen hebben gevoerd met hun Surinaamse counterpart.

“De tekst ligt al sinds 2015 klaar. Hij is recentelijk herzien en vertaald in beide talen”, verduidelijkt Myriam Aflalo, chargée-de-mission voor samenwerkingen bij de prefect van Frans-Guyana.

Evenals de ambassadeur had aangegeven, voorziet het verdrag in een bredere samenwerking in “alle procedures in verband met penale overtredingen”.

Beide landen zijn lang nog niet zover om het gesprek aan te gaan over het uitleveren van verdachten, maar in de toekomst bestaat wel de mogelijkheid om tijdens een hoorzitting getuigen en deskundigen van het buurland te laten verschijnen voor de rechtbank. Dit zou een bijzondere bijdrage kunnen leveren tijdens een rechtszaak; getuigen kunnen verhoord worden, bevindingen kunnen uitgewisseld worden, documenten kunnen worden gedeeld, telefoongesprekken kunnen worden gebruikt als bewijsmatrial en huiszoekingen kunnen worden verricht aan de andere kant van de grens.

Maar de lijst van voordelen is groter; zo kunnen beslissingen van een rechter meewegen bij het veroordelen van verdachten, de overtredingen in het buurland kunnen worden overwogen bij een beslissing van de rechter en zelfs, in het uiterste geval, kan een gearresteerd persoon uitgeleverd worden.

Gezien de vele druggerelateerde zaken, zou dit een hele zware klap kunnen betekenen voor verdachten die dachten de juridische dans te ontspringen.

De Franse media laat echter weten dat de samenwerking al jaren bestaat, maar dat die per geval werd behandeld en dus meestal tot niets leidde.

“Tot op de dag van vandaag kunnen wij altijd hulp vragen aan onze Surinaamse buren, maar er bestaat geen voorgeschreven legaal kader. Het wordt dus altijd ondertekend met het oog op reciprociteit”, vertelt Isabelle Arnal.

Met de samenwerkingsovereenkomst kan het proces van samenwerking een behoorlijke steun in de rug zijn in de bestrijding van criminaliteit. Zo zou een van de twee landen feiten kunnen aangeven die het begin kunnen betekenen in het ander land van een diepgaand onderzoek. Hier twee voorbeelden:

In het geval er gestolen goederen worden gevonden tijdens een huiszoeking of tijdens een vlucht, kunnen die goederen worden teruggegeven aan het slachtoffer en dienen als bewijsmateriaal in het andere land.

Een ander geval zou kunnen zijn dat op aanwijzing van de Fransen, Surinaamse agenten huiszoekingen kunnen verrichten in drugshaarden, hetgeen het imago van Suriname als zijnde een doorvoerland voor drugs, in positieve zin kan veranderen.

Maar zoals aangegeven in het parlement tijdens de het debat over het 2 km verdrag, zal een dergelijke samenwerking zich eerst moeten uiten op het veld. Zo erkennen de Fransen dat er een discrepantie is in de middelen en de manschappen. Zo is een zere plek de vergoedingen die worden gegeven voor het uitvoeren van een taak. Met de schaarse middelen van de KPS, zou het onmogelijk zijn om bijvoorbeeld een huiszoeking te verrichten in afgelegen gebieden.

Maar desondanks tonen Frans-Guyana en Suriname de wil om samen te werken.

Zo wordt er aankomende maand een regionaal seminar gehouden in Frans-Guyana waarbij het vraagstuk over de koeriers zal worden aangekaart.

“Criminaliteit komt veel voor in dit gebied. Vanaf nu zal men makkelijker personen die denken naar de andere kant te kunnen vluchten, kunnen lokaliseren. Wij zijn heel erg blij, dit vragen wij al jaren”, zegt kolonel Pierre Poty, de tweede commandant van de gendarmerie in Frans-Guyana.

“In grote lijnen zal er niet veel veranderen aan de resultaten van de politie, maar het gaat zal duidelijk signaal geven dat de KPS nauw samenwerkt met de Franse gendarmerie”.

Volgens Poty is vooral de uitwisseling van informatie van groot belang.

“Het kan zelfs verder gaan, omdat onze overheden eraan denken om een politie en douane samenwerkingscentrum op te zetten”, vertelt Myriam Afllo. Zo’n centrum bestaat al in Saint-Georges en betreft de samenwerking Frans-Guyana-Brazilië.