SLECHTS CRIMINELEN ZIJN BOOS

De afgelopen week werd in De Nationale Assemblee, DNA, het verdrag dat op 29 juni 2006 door de toenmalige minister Santokhi van Justitie en Politie en de Franse bewindsman op Binnenlandse Zaken, Sarkozy was getekend, na ruim elf jaar bekrachtigd. Waarom het zo lang duurde, had alles te maken met politiek opportunisme van opeenvolgende regeringen, omdat de politieke partij ABOP, die falikant tegen het verdrag is, in twee coalities vertegenwoordigd was. Het bekrachtigen van het Santokhi-Sarkozy veiligheidsverdrag, dat betrekking heeft op de oostelijke grensregio en hoofdzakelijk gericht is op het bestrijden van de alsmaar oplopende criminaliteit aan de grens met Frans-Guyana, is bij de leiding van de politieke partij ABOP en haar aanhang in het verkeerde keelgat geschoten. Waarom ABOP zich zo druk maakt om dit verdrag, is omdat de voorzitter van ABOP, Ronnie Brunswijk, door de Franse justitie wordt gezocht voor drugssmokkel en twee verstek vonnissen op naam heeft waaraan langdurige gevangenisstraffen verbonden zijn. Het verdrag biedt namelijk Franse opsporingsambtenaren onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid verdachten en veroordeelde criminelen tot op 2 kilometer vanaf de linkeroever van de Marowijne- en Lawarivier aan te houden en weg te voeren naar het grondgebied van het Franse departement, Frans-Guyana. Begrijpelijk dat een in Nederland en Frankrijk bij verstek verooordeelde drugscrimineel als Brunswijk, zich niet meer veilig voelt wanneer hij zich vrijelijk op de oever langs de Marowijnerivier of Lawarivier zou willen verplaatsen. Maar het gaat bij de politieke partij ABOP niet slechts om Brunswijk, maar ook om andere Surinamers die gelieerd zijn aan of zich verbonden voelen met de voormelde politieke partij en die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige strafbare feiten op de Franse oever in Saint-Laurent-du-Maroni en andere delen van het Franse gebiedsdeel. De Fransen beschikken over voldoende aanwijzingen en in bepaalde gevallen zelfs over bewijs, dat criminelen die ernstige strafbare feiten in Frans-Guyana hebben gepleegd, zich schuil houden in de omgeving van Albina en ook verder stroomopwaarts langs de Marowijne en Lawa en juist voor deze misdadigers heeft de Franse politie grote belangstelling en wenst ze in samenwerking met de Surinaamse opsporing te neutraliseren. De Fransen zijn het zat dat Surinamers met de regelmaat van de klok misdrijven komen plegen in Frans-Guyana en dan ook nog kans zien snel de Marowijne- en Lawarivier over te steken en hierdoor dan straffeloos kunnen blijven. De Fransen hebben Paramaribo duidelijk onder druk gezet en dat kan goed opgemaakt worden uit een schrijven van minister Yldiz Pollack-Beighle op 9 oktober 2017, gericht aan de voorzitter van De Nationale Assemblee, mevrouw Jennifer Geerlings-Simons, waarin aangedrongen wordt op het bekrachtigen in DNA van het verdrag uit 2006, getekend door Santokhi en Sarkozy. Suriname heeft duidelijk baat bij het bestendigen van een goede bilaterale relatie met de Franse buur en daar moet het belang van een ABOP en criminelen uit de oostelijke regio van ons land onderschikt aan zijn en blijven. Voor fatsoenlijke burgers en personen die wet en recht respecteren, vormt het veiligheidsverdrag getekend met de Fransen, geen enkel probleem, omdat niet-wetsovertreders niet bevreesd hoeven te zijn, noch voor de Franse politie noch de gendarmerie en ook niet voor de Surinaamse wetshandhavers. Het is slechts het misdadig tuig dat het Franse departement onveilig maakt en zo rijkelijk vertegenwoordigd is in de Franse strafinrichting nabij Cayenne, dat zich zorgen maakt over het deze week bekrachtigde veiligheidsverdrag. Wie zich niet nauw verbindt aan de criminaliteit op de Franse of Surinaamse oever, hoeft zich helemaal geen zorgen te maken om deze samenwerking op justitieel gebied. Frankrijk en Brazilië hebben bovendien een soortgelijk verdrag getekend dat geldt voor de grensrivier de Oyapock, daar patrouilleren ook Franse politiefunctionarissen met hun Braziliaanse collega’s om de criminaliteit aldaar in te dammen. Ook daar is een dergelijk verdrag op zijn plaats, omdat Frans-Guyana grote last ondervindt van Braziliaanse criminelen.