OVERHEID ZEKER SCHULDIG

In tegenstelling tot de ontkenning van Gillmore Hoefdraad, minister van Financiën en voormalig governor op de Centrale Bank, dat de overheid een enorme schuld heeft bij het 188 miljoen SRD verlies over 2016 van De Surinaamsche Bank (DSB), weten velen binnen de financiële wereld en ingewijden in de Surinaamse bankwereld, wel beter. Hoefdraad kan natuurlijk wel komen met zijn eigen uitleg en trachten daarmede de feiten te verdraaien en of verdoezelen, feit is wel dat De Surinaamsche Bank kredieten heeft verstrekt aan veelal bonafide ondernemers (goede klanten van DSB), waaronder aannemers die projecten voor de overheid moesten uitvoeren. Deze mensen werkten met geld van de bank en hadden natuurlijk het volste vertrouwen dat ze na afronding van de projecten prompt door de overheid zouden worden betaald. Dat gebeurde dus niet of veel te laat waardoor de ondernemers in gebreke bleven en hun kredieten niet terug konden betalen aan de bank. Voorts is het binnen de Surinaamse bancaire wereld geen, geheim dat er grote monetaire financiering plaatsvond door tussenkomst van DSB. Ook werd later bekend dat de bank grote vorderingen had op de Surinaamsche overheid. Waarom de minister van Financiën thans glashard ontkent, dat de overheid grote schuld kan worden aangerekend met betrekking tot het enorme verlies van DSB, heeft natuurlijk een politieke achtergrond. De man wil niet dat de schuld van het verlies hem wordt aangerekend als oud-governor Centrale Bank van Suriname en thans minister van Financiën. Dat er geen goed beleid is gevoerd op financieel en economisch gebied door de regering Bouterse, staat als een paal boven water. Je hoeft geen economist te zijn, om te zien dat er voor augustus 2010 een wisselkoers van SRD 2.80,- voor de dollar gold en dat je thans voor een dollar SRD 7.60,- dient af te rekenen. Wie heeft voor deze enorme geldontwaarding zorggedragen in de afgelopen ruim 7 jaar? Welke regering heeft ons in deze financiële crisis gedompeld? Wie heeft voor de enorme geldverspilling gezorgd, waardoor de monetaire reserves op een gegeven moment zo zwaar moesten worden aangesproken? Wie heeft de inflatie, zoals we die thans kennen, in de hand gewerkt? Wie is er de oorzaak van dat de koopkracht thans aan diggelen ligt en zovelen zwaar verarmd zijn? Wie heeft gemaakt dat seniorenburgers thans pienaren en afhankelijk zijn gemaakt van aalmoezen van familie en vrienden in Suriname en het buitenland? Het enige wat men thans doet, is trachten de schuld van de zware crisis waar we nog steeds in zitten, van zich af te schuiven. De schuld op crises in het buitenland schuiven heeft vanaf het begin geen effect gehad, omdat we hier allemaal weten, wie de crisis in de hand heeft gewerkt en dat is niemand minder dan de regering Bouterse. Zij moet er dan ook voor zorgen, gezien haar verkregen regeermandaat, dat wij uit deze financiële ellende geraken. Het is ook bekend, dat de banken enorme dreunen hebben moeten opvangen en verwerken door de devaluaties van de SRD, ook dat zal men te zijner tijd ontkennen, omdat het nou eenmaal zo is, dat de regering Boutrerse nooit de schuld bij zichzelf wenst te zoeken. Dat we over het hoogtepunt van de crisis zijn geloven slechts weinigen en daar merken ook de meesten maar heel weinig van. De prijzen in de winkels zijn zeker niet gestabileerd en vertonen eerder een stijgende lijn. Ons blij proberen te maken met olievondsten die nog niet gedaan zijn en verder mijmeren over toekomstige grote ontginningen binnen de goudsector, zijn zaken die niet in de nabij gelegen toekomst verlichting zullen brengen voor het gehele Surinaamse volk. Het steeds maar praten over een crisis die grotendeels achter de rug is, kan dan niet meer zijn dan een zoethoudertje in een poging de algehele wrevel onder de samenleving te verminderen. Het is dan ook heel verstandig en gepast dat het bedrijfsleven ons allen adviseert niet in een jubelstemming te geraken. Er is nog geen olie gevonden en daarom moet men niet trachten ons blij te maken met een dode mus. Ook de meeropbrengsten uit de mijnbouwsector, zoals geschetst door president Adhin in De Nationale Assemblee, zijn niets anders dan toekomstverwachtingen waar we op de korte termijn absoluut niets aan hebben en vooral niet om snel uit de crisis te geraken. De overheid moet in de visie van het bedrijfsleven meer realiseren en minder beloven door steeds weer te vertellen wat haar voornemens zijn. Voornemens die in de praktijk over het algemeen steeds maar voor een heel klein deel worden gerealiseerd. Kortom, we zijn nog lang niet uit de ellende van de huidige crisis en degenen die ons steeds weer vertellen dat die ellende spoedig achter de rug is , doen telkenmale aan misleiding van dit volk.