SOCIAL MEDIA AAN BANDEN LEGGEN?

De Wet Elektronisch Rechtsverkeer wordt door velen in de samenleving gezien als een muilkorfwet die de vrije meningsuiting aan banden zal leggen en die bovendien vooral bedoeld is om de president te beschermen. Hoewel de huidige strafwetgeving burgers tegen belediging, smaad en laster beschermt, zal de Wet Elektronisch Rechtsverkeer het voor burgers aanzienlijk moeilijker maken om elkaar ongestraft via sociale media te beledigen en op bandeloze wijze laster te verspreiden.
Al geruime tijd is iets mij opgevallen op social media. Social media blijkt steeds vaker een platform te zijn, waarbij mensen hun mening geven, uitspraken doen die soms emotioneel geladen zijn of die ondoordacht worden gedaan. Soms zijn bepaalde discussies heel vruchtbaar en kan er veel informatie worden verschaft, maar je hebt ook bepaalde mensen die hoogstwaarschijnlijk de hele dag achter Facebook zitten en op alles reageren. En dan kan je alleen maar je hoofd schudden en concluderen: jij hebt er duidelijk geen kaas van gegeten. Daarnaast is er nog een probleem met social media en werknemers. Je moet dan denken aan werknemers die continu bezig zijn achter de computer, en eerder hun Facebook, Linked-in of WhatsApp checken of gewoon chatten. Dit is zeer schadelijk voor de werkgever die graag de maximale productiviteit uit zijn werknemers wenst te halen. Ook bij werving en selectie van nieuwe werknemers via internet, heeft social media voor- en nadelen. Werkgevers kunnen via een social media account een vertekend beeld krijgen, wat voor soort persoon zij wel of niet uitnodigen voor een gesprek. Als werkgever kan je regels stellen voor het gebruik van social media tijdens het werk. Echter zou je het gebruik nooit helemaal kunnen stoppen. De werknemer heeft recht op privacy en vrijheid van meningsuiting en moet daarom in bepaalde mate de mogelijkheid hebben om gebruik te kunnen maken van social media. Vrijheid van meningsuiting is een grondwettelijk recht dat rechten, maar ook verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens – goedgekeurd in 1948 – stelt dat: ‘Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat een mening te koesteren zonder inmenging’. Deze wet wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Wij Surinamers staan bekend om onze botheid en directheid. Vrijheid van meningsuiting zou volgens de mening van bepaalde personen kennelijk ook grenzeloos moeten zijn. Maar eigenlijk, als je even logisch nadenkt, is er wel duidelijk een grens. Namelijk, wanneer men op het punt komt waarbij een mening in conflict komt met de rechten van een ander of daar waar het strafrecht de grens stelt. Dat leidt dan meestal tot een belangenafweging. Dat iemand zich beledigd voelt, is bijvoorbeeld nog niet per definitie afdoende om de vrijheid van meningsuiting in te perken. Maar de vrijheid van meningsuiting verstrekt ook zeker geen vrijbrief om mensen maar zonder limiet te mogen beledigen.

S.B