De Wet op de Jaarrekening: wat betekent hij voor ondernemers?

Het heeft lang geduurd. Maar daar was hij dan, door De Nationale Assemblee (DNA) aangenomen op donderdag 31 augustus 2017: de Wet op de Jaarrekening. Jarenlang werd gesproken over deze wet en zijn er beloftes door verschillende regeringen gedaan dat hij eraan zat te komen. Nu pas na een intensieve samenwerking in de afgelopen periode tussen de Surinaamse Vereniging van Accountants (SUVA) en DNA, is deze wet op eerdergenoemde datum door onze volksvertegenwoordigers aangenomen. Wat zegt deze wet eigenlijk en wat zijn de gevolgen ervan voor verschillende organisaties?

De Wet op de Jaarrekening schrijft voor dat alle rechtspersonen verplicht zijn jaarlijks een jaarrekening op te stellen. Onder rechtspersonen vallen:

  1. a) de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de naamloze vennootschap
  2. b) een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma
  3. c) publiekrechtelijke rechtspersonen
  4. d) de stichting en de vereniging
  5. e) formeel buitenlandse vennootschappen.

Iedere rechtspersoon die verplicht is tot het opmaken van een jaarrekening, is verplicht tot openbaarmaking daarvan, tenzij daarvan vrijgesteld bij of krachtens de wet. Voor specifieke omschrijvingen van bovengenoemde rechtspersonen en eventuele vrijstellingen, wordt verwezen naar de wet.

De (enkelvoudige) jaarrekening dient ten minste de balans, de winst- en verliesrekening, het kasstroomoverzicht en het verloopoverzicht van het eigen vermogen en een toelichting op deze stukken te bevatten. Aan een geconsolideerde jaarrekening, een jaarrekening van een rechtspersoon met een of meerdere dochtermaatschappijen of andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft, worden aanvullende eisen gesteld. Het jaarrapport, oftewel het jaarverslag, dient te bestaan uit de jaarrekening, het bestuursverslag en overige gegevens, voor zover van toepassing (bijvoorbeeld het verslag van de raad van commissarissen en/of de controleverklaring van de accountant).

De bestuurders/directie van de rechtspersonen dienen jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening en, indien van toepassing, een bijbehorend bestuursverslag op te maken. Op grond van bijzondere omstandigheden kan deze termijn met ten hoogste zes maanden worden verlengd.

Voor het opstellen van een jaarrekening worden drie verschillende verslaggevingsstandaarden onderscheiden, te weten:

  1. a) fiscale waarderingsgrondslagen, zoals vervat in de Wet Inkomstenbelasting 1922, voor kleine rechtspersonen (waaronder kleine ondernemingen en micro ondernemers)
  2. b) de International Financial Reporting Standards for Small and Medium Sized Entities (IFRS for SME), voor middelgrote rechtspersonen
  3. c) IFRS, de uitgebreide versie of andere internationaal aanvaarde verslaggevingsstandaarden, die nader bij staatsbesluit zijn bepaald, voor grote rechtspersonen en Organisaties van Openbaar Belang (OOB’s).

De door rechtspersonen te hanteren verslaggevingsstandaarden zijn onder andere afhankelijk van de grootte van de rechtspersoon. Voor het bepalen van de grootte van de rechtspersoon zijn omvangcriteria vastgesteld, die in de onderstaande tabel zijn opgenomen:

Voor de waarde van de activa wordt uitgegaan van de waarde volgens de balans per einde van het boekjaar. De (netto-)omzet gaat uit van normale niet incidentele bedrijfsactiviteiten over het boekjaar. FTE’s betreft het gemiddeld aantal voltijds werkzame personen over het boekjaar. De beoordeling van de omvangcriteria geschiedt op basis van twee opeenvolgende balansdata, waarbij ten minste voldaan dient te worden aan twee van de drie criteria.

Organisaties van Openbaar Belang

Organisaties van Openbaar Belang (OOB’s) kwalificeren zich per definitie als te zijnde groot. Tot een OOB worden gerekend:

  1. d) in Suriname gevestigde naamloze vennootschap waarvan uitgegeven effecten openbaar worden verhandeld, dan wel een openbare notering hebben;
  2. e) een in Suriname gevestigde (onder toezicht staande) kredietinstelling;
  3. f) een in Suriname gevestigde (onder toezicht staande) verzekeraar;
  4. g) een in Suriname gevestigd (onder toezicht staand) pensioenfonds;
  5. h) parastatale instellingen.

Accountantscontrole

Kleine- en middelgrote ondernemingen kunnen vrijwillig (en zijn dus niet verplicht) de jaarrekening aan een accountantscontrole onderwerpen, tenzij de statuten of enig wettelijk voorschrift hen daartoe verplicht. De OOB’s of grote rechtspersonen zijn echter wel verplicht hun jaarrekening door een gecertificeerde accountant te laten controleren.

Consequenties van het niet opstellen van een jaarrekening

Aan het niet voldoen aan de wet zijn consequenties verbonden. Zo is de directeur van het ministerie belast met economische aangelegenheden (nu de Directeur van het ministerie van Financiën) bevoegd om de onderneming een boete van ten hoogste SRD 10.000 op te leggen in het geval van het niet tijdig opmaken van de jaarrekening. Bij het opleggen van een boete, alsmede bij de vaststelling van de hoogte van de boete, wordt in ieder geval rekening gehouden met de ernst en de duur van de overtreding. Bij een eerste overtreding wordt dus een (administratieve) boete opgelegd. Is er sprake van recidive, dan heeft de overheid de keuze: of weer een boete opleggen en het daarbij laten, maar zij mag ook het strafrechtelijk traject ingaan conform de bepalingen van de Wet Economische Delicten.

Overgangsbepaling

De wet treedt in werking met ingang van de eerstvolgende dag dat deze in het Staatsblad van de Republiek Suriname wordt afgekondigd. De omvangcriteria gelden voor de boekjaren die beginnen op of ná 1 januari van het jaar volgend op de afkondiging van de wet. De rechtspersonen waarop deze betrekking heeft, hebben bij de inwerkingtreding van deze wet een overgangstermijn van twee jaar gekregen om te voldoen aan de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften.