‘Laten we het kaf van het koren scheiden’

De afgelopen twee weken woedde er een felle discussie in het parlement, de samenleving en ook op sociale media, over het frauderapport dat minister Jerry Miranda gepresenteerd heeft in De Nationale Assemblee (DNA) en waaruit NDP- parlementariër Rashied Doekhie laatst nog geciteerd heeft. Volgens dit rapport heeft de VHP zich schuldig gemaakt aan het verduisteren van SRD 119 miljoen. VHP-parlementariër Mahinder Jogi gevraagd naar een reactie, zegt dat het kaf van het koren gescheiden moet worden. Hij herinnert zich dat president Desiré Bouterse, ongeveer vijf jaar geleden in het parlement heeft gezegd dat hij de helft van de VHP kan opsluiten voor corruptieschandalen, maar hiervan is niets  terechtgekomen.

Jogi merkt op dat Bouterse wel tijd heeft om de procureur-generaal, Roy Badjnath Panday, de opdracht te geven om het 8 Decemberstrafproces stop te zetten en het vertrouwen in hem op te zeggen, maar dat hij niet de moeite neemt om de procureur-generaal te schrijven om het zogenaamde frauderapport van de VHP te onderzoeken.

Hij benadrukt dat de president niet alleen dit rapport, maar ook dat aan Ramon Abrahams en de bouw van de brug over de Coppename- en Surinamerivier moet laten onderzoeken. Jogi zegt   dat tijdens de Nieuw Front regering, men er niet voor schroomde om de eigen ministers aan te pakken wegens corruptieve praktijken, namelijk Siefgried Gilds en Dewanand Balesar. Hij geeft aan dat er opeens een rapport tevoorschijn is gekomen toen de VHP het had over de aankoop van de asfaltplant in het parlement. De parlementariër heeft de regering opgeroepen om dit rapport in te dienen bij de voorzitter van het parlement, Jennifer Geerlings-Simons, zij het door kan geleiden naar de procureur-generaal voor verder onderzoek.

Jogi legt uit dat bij het aantreden van een nieuwe regering, het bestuur door blijft werken. Zo geeft hij aan dat lopende projecten onder minister A bij het aantreden van minister B gecontinueerd worden, maar dat minister A dan niet meer verantwoordelijk is, maar dat B erop moet toezien dat alle zaken betreffende het project volgens de regels verlopen. Dat Miranda beweert dat er een achterstand is in het betalen van aannemers  uit de periode 2006- 2010, kan volgens Jogi liggen aan het feit dat de verschillende ministers die onder de regering Bouterse I en Bouterse II lopende projecten stop hebben gezet.

Het is dan volgens hem de verantwoordelijkheid van de zittende ministers dat ervoor te zorgen aannemers uitbetaald worden, indien dit niet is gebeurd.  Jogi benadrukt dat al deze zaken onderzocht dien te worden door het Openbaar Ministerie en dat wie zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie, vervolgd dient te worden conform ons Wetboek van Strafrecht.

door Johannes Damodar Patak