DRAAIEN OM DE HETE BRIJ

In onze hoofdstad vertoeft al geruime tijd  een aantal Cubanen dat voor een vluchtelingenstatus van de United Nations High Commission for Refugees (UNHCR), in aanmerking wenst te komen. Het UNHCR wordt vertegenwoordigd door het Rode Kruis, gevestigd op de hoek van de Rode Kruislaan en de Gravenberchstraat. De groep Cubanen beroept zich erop dat ze politieke vluchtelingen zijn en daarom in aanmerking willen komen voor de vluchtelingenstatus om daarna naar een ander land af te reizen. Deze Cubanen vragen dus niet aan onze regering om asiel. Men heeft ook laten doorschemeren, niet staan te springen om zich in Suriname te vestigen. De groep beijvert zich daarom ervoor de vluchtelingenstatus te bemachtigen. Al maanden komt men bijna dagelijks naar het kantoor van het Rode Kruis in de hoop toch nog de gewenste status te verkrijgen. Waarom het Rode Kruis deze status  nog niet heeft verleend of heeft kunnen verlenen, is ons niet duidelijk en het zou toch wenselijk zijn dat het Rode Kruis daar mededelingen over doet.  Onlangs heeft president Bouterse in het parlement gesteld dat de Cubanen geen aanspraak zullen kunnen maken op asiel , hetgeen overigens niet door de groep wordt nagestreefd. De president was daarom voorbarig om zo snel uit te halen naar de groep vreemdelingen.  Ondertussen heeft ook de minister van Buitenlandse Zaken (BuZa), Pollack-Beighle contact opgenomen met de Cubaanse autoriteiten en de zaak van de Cubanen in ons land, die voor de vluchtelingenstatus in aanmerking wensen te komen, aan de orde gebracht.  De Surinaamse bewindsvrouwe kreeg van de Cubaanse autoriteiten te horen dat de groep gerust naar Cuba kan terugkeren en dat ze helemaal niet hoeft te vrezen voor sancties.  Wie dat gelooft , gelooft nog steeds in sprookjes.  Mevrouw Pollack-Beighle dient als geen ander te weten, dat Cuba een communistische dictatuur is waar politieke tegenstanders in de gevangenis belanden en waar de mensenrechten nog steeds worden geschonden.  Pollack-Beighle mag daarom geen moment geloven dat de Cubanen die hier vertoeven en de vluchtelingenstatus wensen, geen groot risico lopen bij terugkeer op het grootste Caribische eiland. De Surinaamse regering onderhoudt zeer goede relaties met Cuba en daarom wenst men geen conflict te hebben met Havana over  een groep Cubanen die de vluchtelingenstatus ambieert.  Zowel president Bouterse als zijn minister van BuZa draait om de hete brij heen en zit met deze kwestie in de maag.  De mensen terugsturen naar het hol van de leeuw, zou absoluut niet een goede zet zijn en zou kunnen leiden tot de zoveelste schending van de mensenrechten door het regiem onder leiding van Ráoul Castro. Het wordt daarom naar onze mening de hoogste tijd dat de mensen hun vluchtelingenstatus krijgen en vertrekken naar hun volgende bestemming. In onze hoofdstad vertoeft al geruime tijd  een aantal Cubanen dat voor een vluchtelingenstatus van de United Nations High Commission for Refugees (UNHCR), in aanmerking wenst te komen. Het UNHCR wordt vertegenwoordigd door het Rode Kruis, gevestigd op de hoek van de Rode Kruislaan en de Gravenberchstraat. De groep Cubanen beroept zich erop dat ze politieke vluchtelingen zijn en daarom in aanmerking willen komen voor de vluchtelingenstatus om daarna naar een ander land af te reizen. Deze Cubanen vragen dus niet aan onze regering om asiel. Men heeft ook laten doorschemeren, niet staan te springen om zich in Suriname te vestigen. De groep beijvert zich daarom ervoor de vluchtelingenstatus te bemachtigen. Al maanden komt men bijna dagelijks naar het kantoor van het Rode Kruis in de hoop toch nog de gewenste status te verkrijgen. Waarom het Rode Kruis deze status  nog niet heeft verleend of heeft kunnen verlenen, is ons niet duidelijk en het zou toch wenselijk zijn dat het Rode Kruis daar mededelingen over doet.  Onlangs heeft president Bouterse in het parlement gesteld dat de Cubanen geen aanspraak zullen kunnen maken op asiel , hetgeen overigens niet door de groep wordt nagestreefd. De president was daarom voorbarig om zo snel uit te halen naar de groep vreemdelingen.  Ondertussen heeft ook de minister van Buitenlandse Zaken (BuZa), Pollack-Beighle contact opgenomen met de Cubaanse autoriteiten en de zaak van de Cubanen in ons land, die voor de vluchtelingenstatus in aanmerking wensen te komen, aan de orde gebracht.  De Surinaamse bewindsvrouwe kreeg van de Cubaanse autoriteiten te horen dat de groep gerust naar Cuba kan terugkeren en dat ze helemaal niet hoeft te vrezen voor sancties.  Wie dat gelooft , gelooft nog steeds in sprookjes.  Mevrouw Pollack-Beighle dient als geen ander te weten, dat Cuba een communistische dictatuur is waar politieke tegenstanders in de gevangenis belanden en waar de mensenrechten nog steeds worden geschonden.  Pollack-Beighle mag daarom geen moment geloven dat de Cubanen die hier vertoeven en de vluchtelingenstatus wensen, geen groot risico lopen bij terugkeer op het grootste Caribische eiland. De Surinaamse regering onderhoudt zeer goede relaties met Cuba en daarom wenst men geen conflict te hebben met Havana over  een groep Cubanen die de vluchtelingenstatus ambieert.  Zowel president Bouterse als zijn minister van BuZa draait om de hete brij heen en zit met deze kwestie in de maag.  De mensen terugsturen naar het hol van de leeuw, zou absoluut niet een goede zet zijn en zou kunnen leiden tot de zoveelste schending van de mensenrechten door het regiem onder leiding van Ráoul Castro. Het wordt daarom naar onze mening de hoogste tijd dat de mensen hun vluchtelingenstatus krijgen en vertrekken naar hun volgende bestemming.
*****
Op zondag 23 juli werden enkele personen aangehouden op verdenking van het willen plegen van een terroristische aanslag  en daarenboven het onderhouden van relaties met terreurorganisaties  die internationale bekendheid genieten.  Inmiddels verkeren de verdachten nog in arrest en is kort geleden de raadslieden toegang tot de aangehouden verdachten verstrekt. De verdachten ontkennen plannen tot het plegen van terroristische aanslagen te hebben gehad of beraamd.  Dat is op zich geen onbekend verschijnsel bij verdachten die strafwaardige handelingen zouden hebben gepleegd en waartegen  de bewijslasten worden verzameld. Het Openbaar Ministerie (OM) is nog bezig  met de zaak en werkt aan een uitgebreid dossier waarvan een deel aan de raadslieden van de verdachten is verstrekt.  In het belang van het verdere onderzoek en de vervolging, geeft het OM niet alle details  vrij.  Over niet al te lange termijn zal bekend worden wat er precies toe geleid heeft dat deze mensen werden aangehouden en waarom er  thans zelfs logistieke steun uit de VS aan de Surinaamse justitie werd verleend in deze kwestie.  Deze steun kwam niet zomaar tot stand en daar dient te allen tijde toch wel rekening mee gehouden te worden. Terrorisme heeft namelijk thans een zeer grensoverschrijdend karakter dat zich niet beperkt tot één werelddeel.