VES luidt noodklok over begroting

De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) heeft middels een open brief aan De Nationale Assemblee (DNA) de noodklok geluid ten aanzien van de door de regering ingediende begroting. De vereniging doet een dringend beroep op alle 51 DNA-leden “ongeacht of u zich rekent tot de oppositie of coalitie, om “uw partijloyaliteit ondergeschikt te maken aan uw verantwoordelijkheid naar degenen die u hebben verkozen – het volk van Suriname- en de door de regering voorgestelde begroting 2017 te amenderen, aangezien deze buitenproportioneel is en de economische crisis in ons land zal consolideren.” Verder wordt op de DNA-leden het beroep gedaan “de begroting 2017 zodanig te amenderen dat deze meer in lijn wordt gebracht met de financieel-economische draagkracht, met hogere belasting- en niet-belasting inkomsten en lagere uitgaven waaronder subsidies, die tevens meer gericht is op het faciliteren van (particuliere) productiegroei.

De inhoud van de brief van de VES luidt als volgt: “In juni 2017 hebben wij, op uw uitdrukkelijk verzoek, onze inhoudelijke commentaren op zowel het Ontwikkelingsplan 2017-2021 als op de Ontwerpbegroting 2017 aan De Nationale Assemblee (DNA) doen toekomen.

Uit de Begrotingsbehandeling, welke nu openbaar is en waarvoor wij onze complimenten doen toekomen, is gebleken dat diverse leden dankbaar gebruik hebben gemaakt van onze bijdrage. In ons advies, waaraan de meeste in Suriname woonachtige ervaren planeconomen hebben meegewerkt, hebben wij aangegeven, dat gezien de huidige financieel-economische situatie, de begrote uitgaven ad SRD 8.146 miljoen buitenproportioneel hoog zijn. Tevens hebben wij aangegeven, dat hiertegenover, de begrote inkomsten ad SRD 3.931 miljoen veel te laag zijn.

Immers, de begrote uitgaven zouden de begrote inkomsten met meer dan 100 procent overschrijden. De uitgaven dienen derhalve drastisch te worden verlaagd, met name de niet-dringende/ noodzakelijke uitgaven zullen (verder) moeten worden beperkt c.q. uitgesteld. Ook de subsidies zullen verder moeten worden teruggebracht. De inkomsten dienen danig te worden verhoogd door versterking van het belastingapparaat, waarbij zowel de belasting- als de niet-belastinginkomsten verder moeten worden verhoogd.

Daarenboven zijn wij recentelijk opgeschrikt door de gewijzigde Begroting 2017 waarin de Regering, ondanks de vele uitdrukkelijke waarschuwingen, de uitgaven in plaats van verlaagd verder verhoogd met 0,5 miljard en de inkomsten in plaats van verhoogd met 0,3 miljard verlaagd. Het begrotingstekort neemt daardoor toe met SRD 0.8 miljard en bereikt een recordhoogte van boven de SRD 5 miljard. Een begrotingstekort van een dergelijke omvang in tijd van economische crisis, waarvan het tekort alleen kan worden gedekt door nieuwe leningen, is buitensporig en disproportioneel.

Daarnaast gaat de Regering voorbij aan de economische betekenis van het wettelijk kredietplafond, welke niet zonder reden gemaximeerd is op 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en met uw toestemming reeds ruim is overschreden. De adviezen van het maatschappelijk middenveld lijken uitdrukkelijk genegeerd te worden door de Regering, blijkens het ontbreken van de noodzakelijke – impopulaire – hervormingsmaatregelen welke vereist zijn om de economie weer op het juiste spoor te brengen. Hierdoor wordt het probleem verschoven naar de toekomst. Door de hoge rentekosten – die over de eerste zeven maanden van 2017 al SRD 0.5 miljard bedroegen – en de aflossingslasten, zal de ruimte voor ontwikkelingsinvesteringen die nodig zijn om tot productiegroei te komen, tot een minimum worden gereduceerd. Dit zal, mede gezien het ontbreken van noemenswaardige incentives ter stimulering van de particuliere productie, ontegenzeggelijk leiden tot verdere negatieve economische groei en verslechtering van de crisis.

Het is uw plicht elke verdere verslechtering van onze economie te voorkomen. Een tekort van deze omvang zal leiden tot verdere verarming van de bevolking. Indien de leiding van het land, Regering en DNA, voortgaat in de noodzakelijke bezuiniging en ‘de tering naar de nering zet’, zullen wij als burgers onze verdere bijdrage aan de gezondmaking van onze economie leveren. Wij weten als economen dat de crisis niet uit zichzelf zal verdwijnen en beseffen ons terdege dat wij hiervoor verdere offers zullen moeten brengen. Onze bereidheid offers te brengen gaat dan wel uit van de harde eis dat de Regering gerichte economische en fiscale hervormingen doorvoert, die zullen leiden tot een verbetering van onze economie en de verdere verarming van onze burgers bestrijdt.”