‘Goede omschrijving nodig over beledigen van de president’

Stephen Tsang, NDP-assembleelid en voorzitter van de commissie van rapporteurs van de conceptwet ‘Elektronisch rechtsverkeer’, heeft gisteren in De Nationale Assemblee (DNA) aangegeven, dat met deze wet strafrechtelijke vervolging voor het beledigen van de president verscherpt zal worden. Ook zal het voor burgers moeilijker worden elkaar ongestraft via sociale media te beledigen en ongebreideld lasterinformatie te verspreiden. Bestuurskundige August Boldewijn zegt desgevraagd dat het belangrijk is om te weten wat men onder het woord ‘beledigen’ verstaat. Hij geeft aan dat wanneer het gaat om kritisch zijn, er op de bal en op de man gespeeld kan worden.

“Als de president een maatregel heeft genomen, waarmee ik het niet eens ben, mag ik ernstig kritiek hierop leveren”, aldus Boldewijn. Hij legt uit dat het niet door de beugel kan als iemand een president bijvoorbeeld een koe of een beest noemt. Hij zegt dat in die hoedanigheid hij er wel een voorstander van is dat er wordt opgetreden, want de president is niet geboren als een koe of een beest. Hij zegt verder dat er wel kritiek geleverd mag worden op zaken die de president heeft gedaan, maar niet op de persoon zelf. Daarom zegt Boldewijn dat vooral politici hiermee rekening dienen te houden. Hij voert aan dat mensen de president een moordenaar roepen, maar dat er hiervoor tot nog toe geen bewijs is. Hij stelt dat het om een ethische norm gaat, waarbij het gaat om de functie van de president en de rol die hij vervult. Boldewijn merkt op dat het in sommige landen zelfs zo is, dat het beledigen van de hond van de president al strafbaar is.

Boldewijn brengt in herinnering de uitspraken van de toenmalige minister van Justitie en Politie, Eugene van der San, die een parlementslid ‘een koe’ noemde. Hij is van mening dat er rekening gehouden moet worden dat Suriname een onafhankelijke staat is, waar verschillende ambassades vertegenwoordigd zijn met hun tolken en ook nog journalisten uit het buitenland. Hij legt uit dat mensen in het parlement elkaar niet op zo een manier kunnen bejegenen. De bestuurskundige vertelt dat de taak van het parlement is om controle op de regering uit te oefenen en niet om ruim van te voren, voordat zaken bekend zijn, aan te geven dat zij de regering zal ondersteunen, doelend op NDP- parlementariër Andre Misiekaba in de kwestie van Suralco. Hij zegt dat het in Amerika en Engeland zo is dat parlementariërs geen nevenfuncties mogen vervullen. Echter merkt Boldewijn op dat bij ons er DNA- leden zijn die kritiek leveren op de regering, maar tevens ook advies geven aan de regering als ambtenaar (beleidsadviseur).

Over het aan banden leggen van sociale media, zegt Boldewijn dat het voor de regering moeilijk zal zijn om dit te doen, omdat de beheersstructuren en de leiding van sociale media in het buitenland gevestigd. Hij is er in ieder geval geen voorstander dat de regering over gaat tot het verbieden van sociale media, zoals dat in communistische landen gebeurt. Boldewijn voert aan dat de regering via publiciteitsmedia en scholen mensen ervan bewust moet maken wat de gevolgen kunnen zijn van het verspreiden van leugens op sociale media. De bestuurskundige heeft zelf meegemaakt dat mensen hem dood hebben verklaard op sociale media, waarna hij bestormd werd met telefoontjes. Het verspreiden van leugens op sociale media is volgens hem te vergelijken met gooien van vuil in ons milieu. Tegen deze achtergrond denkt Boldewijn dat er een bewustwordingscampagne moet worden gestart.