‘Beleid moet altijd gericht zijn op solidariteit’

“Dat er nu een speciale oproep komt voor en solidariteitsfonds, betekent dat de solidariteit niet goed tot uiting komt in het beleid van de overheid”, zegt Carl Breeveld, DOE-parlementariër. Hij is van mening dat beleid over het algemeen gericht moet zijn op solidariteit, rechtvaardigheid en transparantie.

Marinus Bee, Abop-parlementariër, heeft afgelopen maandag wederom gepleit voor een solidariteitsfonds, waarbij goed verdienende ambtenaren, DNA-leden, ministers, staatsraadsleden, directeuren, onderdirecteuren en RvC-leden tussen de 1½-2 procent van hun salaris of loon gedurende twee jaar moeten afdragen aan dit fonds. Breeveld noemt dit voorstel een handige opzet, maar blijft erbij dat solidariteit er automatisch is als het opgenomen is in het beleid, waardoor er geen onnodige faciliteiten gecreëerd hoeven te worden die er normaliter hadden moeten zijn.

“Solidariteitsdingen zijn crisisdingen. De naschoolse opvang en de sociale pakketten zijn allemaal op solidariteit gericht, maar zijn uiteindelijk een ‘njang patu’ geworden”, zegt Breeveld. Hij vindt dat er bij dit soort zaken vooral controle op de regel moet komen om te voorkomen dat zaken averechts gaan werken.

Ook is Breeveld van mening dat de overheid niet onnodig mag uitgeven. Dit zegt hij in het kader van het voorstel om de Algemene Kinderbijslag (AKB) te verruimen van vier naar zes kinderen per gezin. De sociaal-economische omstandigheden hebben gemaakt dat gezinnen thans niet uitkomen met hun salaris. Breeveld zegt dat hij zich de situatie van mensen met grote gezinnen kan voorstellen, maar is van mening dat verruiming alleen moet gelden voor gevallen waarbij de ouders financieel niet in staat zijn voor hun kinderen te zorgen. “De verruiming moet niet direct voor een ieder gelden”, zegt Breeveld. Hij is voorstander van een standaardbeleid waar er eventueel een uitzondering is op de algemene regel, zodat de overheid niet onnodig geld uitgeeft. Hij noemt als voorbeeld de basiszorgverzekering, waarbij de overheid beloofde alle kinderen tussen 0 en 16 jaar te zullen verzekeren, terwijl achteraf bleek dat er gezinnen zijn die zelf daartoe financieel in staat zijn.