Ministerie van NH belooft een lijst van alle concessiehouders te publiceren

Het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen  (NH) heeft de gemeenschap toegezegd om nog voor 1 juli 2017 een lijst met alle mijnbouwconcessiehouders in Suriname, te zullen publiceren. Dit plan moet zeker toegejuicht worden, omdat er vele vraagtekens over het juiste aantal en de juiste locatie van de actieve en geregistreerde concessiehouders bestaan.

Er zijn in deze sector, en zeker  vanaf  de periode van het  beheer door de Pertjajah Luhur werkelijk veel en grote problemen geweest, maar er zijn ook meerdere problemen intussen opgelost. Ik hoop wel dat het ministerie erin slaagt, om binnen deze maand juni de resterende problemen in verband met de correcte registratie op te lossen, alvorens tot  totale publicatie over te gaan.

Het ministerie van Opbouw, dat later werd vernoemd tot ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, was vroeger het enige ministerie dat door de regering werd betrokken bij de uitgifte en registratie van concessies. Voor landbouwgronden was er intensief overleg met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Daarbij werd er zorg voor gedragen dat de landbouw en de mijnbouwactiviteiten elkaar niet negatief konden beïnvloeden of overlappen. In de laatste periode van het Nieuw Front, kreeg de Pertjajah Luhur onder leiding van Salam Somohardjo het ministerie van ROGB in beheer, en trok een deel van het beheer van gronden naar dat ministerie. Hierdoor waren de zaken betreffende gronden op twee verschillende ministeries, met ook verschillende administraties en verschillende administratieve tradities, voor zover men op het jonge ministerie van ROGB van tradities zou kunnen spreken, samengebracht. Dit was het begin van overlappingen en hiaten in de registraties van het grondbeleid en de daarmee verbonden gronden. Er werden met opzet of door gebrek aan overleg gronden uitgegeven, die reeds eerder aan anderen waren toegewezen, en het kon zelfs gebeuren dat de documenten van reeds toegewezen gronden  verdwenen, of werden weggemoffeld om de gronden  de status van vrije gronden te kunnen geven, om die daarna , eventueel  na voorzien te zijn van  smeergelden aan gelieerde personen of organisaties, te kunnen toewijzen. Dit is op grote schaal in Para gebeurd en ook in Saramacca, zeker ook in de periode toen de PALU dit ministerie van NH beheerde. Als voorbeeld kreeg een bouwbedrijf  landbouwgronden, maar beperkte zich tot houtkaalkap en het gedogen van het planten van marihuana, voor gebruik van zijn in dienst zijnde veldpersoneel.

In de huidige  regeerperiode zijn er ook op recent uitgegeven gronden  vele houtladingslocaties aan de Afobakaweg ontstaan. Daarbij zijn er  recentelijk ook  locaties bijgekomen  waarbij er hout ter plaatse in gesloten containers voor export wordt geladen, met opties tot smokkel van in het gebied gedropte  cocaïne in uitgeholde boomstammen of in tassen. Door de overlappingen van gronden  kon het gebeuren dat eerlijke en volkomen strafbladloze seniorenburgers in de mijnbouw op dezelfde locatie moesten werken ,als ervaren criminelen van onder de 30 jaar in de marihuanalandbouw, of de illegale goudmijnbouw.

Ik hoop dat het ministerie van NH een goede en volledige lijst met daarop alle individuele burgers, naamloze vennootschappen, bouwbedrijven, handelshuizen, stichtingen, staatsbedrijven, doorsneeburgers, sociale toppers en als ambteloze burgers ook ex-militairen, ex-politieambtenaren, ex-ministers en ex-presidenten op de lijst mag, kan, en zal aangeven. Indien dat niet lukt voor 1 juli 2017, mag dat ook  op 1 augustus, want het volk heeft meer aan correcte en volledige informatie een maand later, dan een selectieve lijst voor  het kleine aantal ‘grote burgers’ en een  lijst met probleemgevallen van dubbele toewijzingen van terreinen  voor het grotere aantal ‘normale en kleine burgers’. De meerderheid van gewone  burgers  verdient dit niet in een democratie.

 Ingezonden

Drs.E.G.Monsels