Ravage op Braamspunt

Het springtij in de nacht van donderdag op vrijdag heeft een grote ravage aangericht op Braamspunt. Met name de zeeschildpadden, die daar een legplaats zoeken voor hun eieren, zijn getroffen. Vooral omdat de barrière van dode bomen en takken nog veel breder geworden is dan die op vele plaatsen al was.
De golven zijn gemiddeld 10 tot 20 meter verder gekomen dan de vloedlijn van de laatste tijd. Dat betekent dat die, door uitdroging grijs is ge-worden, houtafval een stuk verder terechtgekomen is en daarvóór nieuw hout uit zee is blijven liggen. Dus zeeschildpadden komen daar niet meer overheen – als ze er al niet in vast komen te zitten – en dan maken ze ofwel rechtsomkeert, zonder gelegd te hebben, of ze graven een kuil onder de (nieuwe) vloedlijn en dan is hun nakomelingschap sowieso geen lang leven beschoren.
Afgezien van die verdubbeling van de boomresten was in de ochtend goed zichtbaar dat heel wat nesten het tij niet hadden overleefd. Over-al slingerden eieren rond, met of zonder embryo, en de vroegtijdig geboren schildpadjes waren een gemakkelijke prooi voor de tientallen loerende roofvogels in de lucht.
De springvloed vestigt extra aandacht op het meest westelijk deel van het gebied – de punt – waar de monding van de Surinamerivier be-gint. Daar hoopt zich minder afvalhout op en breidt het zandstrand op de oever zich uit landinwaarts. Geen wonder dat er steeds meer schildpadden een nest ma-ken. Maar daar krijgen ze wel te maken met gemeenschappen van vissers én bedrijven die uit zijn op de winning van schelpzand.
Kort voor de vloed, op donderdagmorgen, lagen daar drie schepen die met draglines bezig waren zich vol te laden. Daar troffen waarnemers van ’s Lands Bosbeheer op nog geen dertig meter van het eerste schip nog een vers nest aan, dat overigens naar alle waarschijnlijkheid door honden was leeggehaald. En terwijl ze daar bezig waren, arriveerde een politiesloep met een zestal mannen onder wie functionarissen van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen.
Het gezelschap zocht eerst contact met de bemanning van de drie schepen en begaf zich vervolgens naar het vissersgehucht in de naaste omgeving. Naar eigen zeggen in het kader van een rapport, dat ze moesten uitbrengen aan de regering. Voor zover bekend, zijn er geen boetes uitgedeeld of andere maatregelen getroffen. Opvallend was wél dat een dag later, op vrijdagmiddag, een van de drie schepen verdwenen was en het derde, meest landinwaarts verankerde, schip totaal verlaten leek en aan de achterkant slagzij maakte.
Wordt het niet eens tijd dat minister Dodson als de verantwoordelijke bewindspersoon in deze werkelijk openheid van zaken verschaft? Als hij de mond vol heeft van openbaarheid van bestuur inzake de mijnbouwsector zoals begin april, toen hij al-les op alles zette om toegelaten te worden tot het EITI (Extractive Industries Trans-parency Initiative), moet die openheid in dit geval ook mogelijk zijn.
Alle betrokkenen hebben daar baat bij en de zeeschildpadden niet in de laatste plaats. Laat hij dan ook meteen de uitwassen in de toerismesector aanpakken, want daar schijnen bepaalde uitbaters niet te begrijpen dat geduld en respect hier een absolute vereiste zijn. Zolang ze van deze natuurlijke rijkdom een goedkope kermisattractie maken, zijn ze verkeerd bezig.

Theo Ruyter