‘Intimidatie en provocatie is cultuur bewind Bouterse’

Tijdens de protestmanifestatie van het Burgercollectief, gisteren op het Kerkplein, bleek de politie goed vertegenwoordigd voor de begeleiding van het protest. Echter ging op een gegeven moment de Mobiele Eenheid (ME) in hun bekende donkerblauwe voertuig voorbij. Toen zij  de groep actievoerenden passeerden, maakten ze een pistoolvorm met hun vingers en lachten, terwijl ze zogenaamd op de betogers ‘schoten’. VHP-parlementariër Mahinder Jogi, zegt desgevraagd dat het de cultuur is die het bewind van Bouterse uitstraalt. “De ME is een getraind orgaan, maar als de regering zich zo opstelt, is het aannemelijk dat deze organen zich zo gaan gedragen”, zegt Jogi.

Desondanks is hij van mening dat de ME, maar ook de politie, zich onpartijdig moet opstellen. “Ze moeten hun werk doen zoals het opgenomen is in het handvest van de politie en andere wettelijke bepalingen”, meent hij.

De parlementariër is van mening dat zulk gedrag van de politie, aanleiding kan zijn tot andere uitlatingen. Jogi zegt dat het korps al een behoorlijk negatief imago heeft gehad in de afgelopen tijden. Ze moeten volgens hem voorzichtig zijn, om zo verdere imagoschade te voorkomen.

“Ze moeten zich behoorlijk gedragen, zodat de samenleving nog altijd respect heeft voor ze”, benadrukt Jogi.

Protestmanifestatie 20 mei

De districtscommissaris van Paramaribo-Noord, Mike Nerkust, heeft de gevraagde vergunning voor de protestmanifestatie van 20 mei voor het Kerkplein geweigerd. Jogi zegt dat de vergunning normaal gegeven kon worden, want voor een protestmanifestatie zijn er voorwaarden waaraan de betogers zich dienen te houden. “We hebben een vrije democratie. De oppositie heeft de vrijheid om de massa op te roepen om de situatie in het land aan hen voor te houden. Daarbij is er geen sprake van een ongeoorloofde actie”, aldus de VHP-parlementariër. Ook wijst hij erop dat indien de situatie uit de hand zou mogen lopen, de politie erbij is om de orde te handhaven. De weigering van de vergunning, geeft volgens Jogi aan dat de regering bang is voor de opkomst, omdat zij weet dat een groot deel van de samenleving het huidige beleid afkeurenswaardig vindt. “De regering heeft in het parlement de meerderheid, maar buiten het parlement is het niet meer zo”, benadrukt Jogi.

door Richelle Mac-Nack