Hoge wereldmarkprijs olie stimulans voor exploraties Staatsolie

De afgelopen twee jaar was de olieprijs op de wereldmarkt zo laag, dat Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. niets kon doen aan exploraties. Dit zegt Rudolf Elias, managing director van Staatsolie, in een interview met De West. Hij wijst erop dat iedere verdiende cent gebruikt moest worden voor het uitbetalen van salarissen en schulden aan leveranciers, waardoor er geen geld was om aan exploratie te doen. Elias zegt dat er begin dit jaar een verandering hierin is gebracht en dat de oliemaatschappij bezig is te exploreren binnen hun eigen olievelden, waarbij gekeken wordt naar de diverse mogelijkheden om de olievelden uit te breiden. Hoewel de schommelingen in de wereldmarktprijs van olie niet echt invloed hebben op Staatsolie, benadrukt Elias, dat hoe hoger de prijs van olie is, hoe beter het is voor het bedrijf. “Staatsolie kan met het geld dat ze extra verdient, gaan zoeken naar olie zodat de productie op peil gehouden wordt en de raffinaderij gevoed kan worden”, verklaart de topman van Staatsolie.  Elias benadrukt dat het vinden van olie veel geld kost, maar dat dit juist het belangrijkste is. Momenteel haalt staatsolie slechts 20 procent van alle olie die er is uit de grond. Elias zegt dat er met nieuwe technieken naar gestreefd wordt om dit te verhogen naar 35 procent.

Behalve dat extra inkomsten betekenen dat Staatsolie kan exploreren, betekent het ook meer inkomsten voor de overheid. Elias: “Van iedere dollar die Staatsolie verdient, gaat 36 cent naar de belasting en 32 cent gaat voor dividend naar de overheid. De overige 32 cent wordt gespaard voor exploratie.”

De prijsdaling heeft volgens Elias direct invloed op de verkoop van diesel en gasoline van Staatsolie, omdat deze op basis van de wereldmarktprijs verkocht worden. Voor de verkoop aan de lokale retailers komt er een premie bovenop de wereldmarktprijs die de administratieve kosten en het transport moeten dekken. De prijs bij de pomp wordt bepaald door de retailers en het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH).

De premie van de retailers en de government take ligt vast, hetgeen volgens Elias wil zeggen dat de prijs bij de pomp zal dalen als de prijs op de wereldmarkt daalt. Hij wijst er wel op dat de prijs bij de pomp niet automatisch zal dalen, want als de voorraad tegen een hogere prijs is gekocht, zal die eerst verkocht moeten worden.

Verwachtingen wereldmarktprijs

Opec en de voormalige Sovjet-Unie zijn, gezien hun machtige positie, de grootste beïnvloeders van de wereldmarktprijs voor ruw olie. Zij zijn een samenwerking aangegaan en leveren 50 procent van alle olie die geproduceerd wordt in de wereld. Naast deze twee leveranciers zijn er ook kleine bedrijven in Amerika die olie produceren. Bij een bepaalde prijs gaan ze concurreren met de rest van de wereld. Gezien de constante groei van de wereldbevolking en de economie, is er steeds meer energie nodig. Oliemaatschappijen spelen daarop in en produceren zoveel mogelijk olie. Elias wijst er dan ook op dat de prijs zal dalen als het aanbod blijft stijgen. “Nu de olieproductie van alle maatschappijen gelijk is, stijgt de prijs niet”, zegt hij.

Op dit moment is er een prijsdaling merkbaar, maar dit is volgens hem niet desastreus. Dit komt volgens hem omdat de oliehandelaren vrezen dat Opec en de voormalige Sovjet-Unie op de  vergadering van maandag 15 mei aanstaande, geen overeenstemming bereiken om de olieproductie naar beneden te brengen. Als deze twee olieleveranciers geen concensus bereiken en hun landen vrij laten; zal er naar zeggen van Elias een overschot aan olie ontstaan en zal er een prijsdaling komen. Maar hij wijst er wel op dat men verwacht dat er een overeenkomst bereikt wordt waarin gesteld wordt dat men zich aan een bepaald quotum moet houden, dit zal wel een prijsstijging teweeg brengen.

Kijkend naar de groei van de wereldeconomie en de samenwerking tussen Opec en de voormalige Sovjet-Unie, die de olieproductie zodanig aan banden willen leggen dat zelfs de Amerikaanse oliemaatschappijen het niet meer zullen redden, verwacht Elias dat per eind 2017 de olieprijs op de wereldmarkt zal stijgen tussen USD 55-65 per vat.

Afzet

Elias zegt dat Staatsolie genoeg produceert om de Surinaamse markt te voorzien van brandstof. Staatsolie produceert 17.00 barrels en Suriname heeft 14.000 barrels nodig. Toch is er een onbalans, de managing director zegt dat niet heel Suriname voorzien kan worden van gasoline, omdat het bedrijf niet voldoende gasoline kan produceren. Van de 4600 barrels die ons land nodig heeft, produceert Staatsolie 2000 barrels. Wat de diesel betreft, wordt er genoeg geproduceerd. Dertig procent daarvan wordt geëxporteerd en de overige 70 procent wordt lokaal verkocht. Behalve dat er geëxporteerd wordt naar Trinidad en Guyana, zijn er ook handelaren die afzetten op de Franse eilanden. De olie die lokaal verkocht wordt, is ook afgestemd op de wereldmarktprijs, deels om smokkel te voorkomen.

Toekomstperspectief

Elias is zeer positief gestemd over de off-shore exploraties. “In ons bekken is er veel olie gevonden”, benadrukt hij. “In oktober dit jaar zullen er weer boringen gedaan worden en begin 2018 zullen er twee boringen gedaan worden”, zegt Elias. Hij is er heilig van overtuigd dat we aan de vooravond staan van grote olievondsten, die ook nog commercieel aantrekkelijk zullen zijn.

-door Richelle Mac-Nack-