LIEGEN HEEFT GEEN ZIN

Gillmore Hoefdraad moet ons via het propaganda-apparaat van de overheid geen knollen voor citroenen proberen te verkopen. Het gaat niet goed in het land en er zijn vooral helemaal geen tekenen, dat erop korte termijn een verbetering in de volkshuishouding zal optreden. Een ieder die naar de winkel gaat om levensmiddelen te kopen, wordt geconfronteerd met sterk verhoogde prijzen die het gevolg zijn van de devaluaties van de SRD en de daarna volgende inflatie op alle goederen en diensten. Hoefdraad kan ons alleen wijsmaken dat er sprake is van een kentering en dat er positieve vooruitzichten zijn, als de mensen zien dat er een stabiele wisselkoers is voor de dollar en of de euro en de prijzen in de winkels niet meer stijgen. De man zal ons zijn verhaal alleen kunnen doen geloven als we zien dat onze koopkracht niet meer daalt en we weer een beter leven met goede vooruitzichten hebben. Zolang hij ons allerlei mooie verhaaltjes vertelt en wij duidelijk zien dat wij dagelijks armer worden, hebben wij niets aan zijn bla bla bla. Bovendien ontkomen velen niet aan de indruk dat er meer geld, dat niet gedekt is, in omloop wordt gebracht. Van de vele muntjes die na 2012 zijn geslagen, weten wij thans zeker dat die passen in het plaatje van de monetaire financiering. Wat ons ook is opgevallen, zijn de splinternieuwe en nog naar drukinkt riekende coupures van 5 en 20 SRD. De afgelopen week heeft het gerenommeerde ratingbureau Standard & Poor’s uit de Verenigde Staten van Amerika ons via een verlaagde rating erop gewezen dat de verhaaltjes van Hoefdraad als zoete koek genomen kunnen worden en dat de realiteit een geheel ander beeld vertoont. Tijdens het regiem van onze André Telting op de Centrale Bank, hadden we stabiele wisselkoersen met een volledig in waarde gedekte SRD en werden we daarvoor dan ook beloond met steeds betere ratings door hetzelfde Standard & Poor’s, Moody’s , Fitch en de Wereldbank. Ook het IMF was vol lof over de wijze waarop governor Telting de Centrale Bank leidde. Dat is allemaal in de afgelopen zes jaar stukgeslagen door de beunhazen die door de NDP de macht kregen in dit land. Standard & Poor’s heeft deze week glashard gesteld dat het slecht gaat met ons land en dat wij absoluut geen goede vooruitzichten hebben, als uitgegaan wordt van het huidige financiële en economische beleid van de regering Bouterse. Standard &Poor’s verlaagde onze kredietwaardigheid dan ook van B+ naar B. Sinds het aantreden van de regering Bouterse I en II is dit de zoveelste verlaging van de kredietwaardigheid van Suriname. In 2016 werden we al afgewaardeerd door hetzelfde ratingbureau en gingen we van BB- naar B+. Ook toen werd aangegeven dat het vooruitzicht voor ons land negatief was. Standard & Poor’s komt ook dit keer niet tot een andere bevinding. Door het meergenoemde bureau wordt aangegeven dat er in 2016 een aanzienlijke economische krimp heeft plaatsgevonden die in een hogere overheidsschuld resulteerde, met als gevolg een aanzienlijke valutadevaluatie en een daaropvolgende hoge inflatie. Standard &Poor’s verwacht wel dat het reële bruto binnenlands product (BBP) dit jaar een impuls zal krijgen vanwege een volledig productiejaar van de Merian goudmijn van Newmont. Deze impuls zal echter van weinig effect zijn vanwege de doorlopende fiscale aanpassingen en dalingen in de reele lonen van de bevolking. Over de verdere bevindingen van Standard & Poor’s, schreven wij in onze editie van donderdag j.l. onder de kop: ‘Standard & Poor’s verlaagt credit rating opnieuw’ het volgende:

‘Met doorlopende fiscale aanpassingen wordt onder andere bedoeld het steeds verhogen van de government take (bij de brandstofprijs). Daarnaast wordt naar mogelijkheden gekeken om een belasting over de toegevoegde waarde (btw)- en motorrijtuigenbelasting in te voeren. Het gevolg hiervan is een steeds lager besteedbaar inkomen naast het feit dat het reële inkomen al gedaald is, vanwege de stijgende wisselkoers. De bevolking zal dus nog minder te besteden hebben, met als gevolg een zwakke binnenlandse vraag naar producten en diensten, terwijl het stuwen van een economie juist een stijgende vraag hiernaar nodig heeft. Een stijgende vraag betekent meer economische transacties en bedrijvigheid, meer geld dat uitgegeven wordt, wat dan resulteert in een verhoogde productie van verschillende sectoren.

De kredietbeoordelaar is van mening dat de checks and balances, welke een vereiste is binnen een sterk institutioneel raamwerk van een land, van Suriname zwak zijn. Slecht economisch management heeft de duurzaamheid van de overheidsfinanciën en daarmee de economie aangetast. De stand-by overeenkomst met het International Monetair Fonds (IMF) van US-dollar 480 miljoen, waarvoor de bevolking nog de hartelijke felicitaties van de president heeft ontvangen, is stopgezet, omdat de regering de in het plan gestelde doelstellingen niet heeft behaald. Deze houden onder andere in het verhogen van brandstofbelastingen en het elimineren van elektriciteitssubsidies. Standard & Poor’s verwacht daarnaast dat de wisselkoers voor de US-dollar ietwat zal stijgen in 2017.

De rating van ons land reflecteert het gebrek aan monetaire flexibiliteit. De Centrale Bank van Suriname (CBvS) heeft weinig monetaire tools om grote invloed uit te kunnen oefenen op de macro-economische omstandigheden.

Obligatielening

De rating van de obligatielening van US-dollar 550 miljoen, het persoonlijk ‘succesje’ van onze minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, wordt door Standard & Poor’s als onbeveiligde schuld beschreven en krijgt ook de rating van B, waarmee wordt bedoeld dat aan deze obligaties een hoog investeringsrisico kleeft. Dat werd al onderschreven door het feit dat het toegekende rentepercentage van 9,25 procent hoger lag dan de marktrente die toen (bij uitgifte van de obligatielening) voor overheidsobligaties werd uitgegeven.

Bovengenoemde door Standard and Poor’s genoemde punten staan haaks op wat ons voorgeschoteld wordt door assembleeleden van de coalitie en enkele ministers. Die geven namelijk aan dat de groei en/of het herstel van onze economie al is ingezet en dat wij binnenkort de vruchten daarvan zullen plukken. Op sociale media zijn sommige ministeries en publieke figuren zelfs een mediaoffensief gestart om het herstel van de economie te onderschrijven met allerlei statistieken en tabellen waaruit groei en herstel zou moeten blijken. Met het meest recente rapport van S&P worden we met onze neus op de feiten gedrukt. De verwachting is dat andere kredietbeoordelaars, zoals Fitch en Moody’s, in de nasleep van Standard & Poor’s, ook hun credit rating van Suriname zullen verlagen.’

Tot zover de aanhaling uit onze editie van donderdag 27 april jongstleden.

Wij moeten eigenlijk het ten zeerste waarderen, dat een onafhankelijk en dus niet aan de NDP gelieerd instituut als Standard & Poor’s, in zijn rapportage en de gestelde rating ons precies voorhoudt hoe slecht het wel met ons gaat en dat het gevoerde beleid van deze regering nergens toe leidt en ons bij een eventuele continuering in nog grotere ellende zal doen belanden. Ook worden we geconfronteerd met feiten en vertelt Standard & Poor’s hoeveel waarde we nog kunnen hechten aan sprookjes, verteld door een minister van Financiën. We wachten nu nog op de beoordeling van het IMF. We durven nu reeds te voorspellen dat ook het IMF geen rooskleurig beeld van de verrichtingen van dit kabinet zal schetsen.