Jogi: ‘President moet zijn bejaardentehuis opruimen’

President Desiré Bouterse moet volgens VHP-parlementariër Mahinder Jogi, zijn bejaardentehuis op zijn kabinet opruimen. Hij geeft aan dat het Kabinet van de President niets voorstelt en een hele rommel is op dit moment. Jogi vindt het belangrijk dat de president aan crisismanagement doet door een team samen te stellen dat continu het beleid dat wordt uitgevoerd, evalueert. Hij is van mening dat de president geen raad meer weet met ons land. Over de onlangs gehouden persconferentie, zegt Jogi dat de president steeds dezelfde zaken belooft, maar in feite geen grip meer heeft op het bestuur van ons land. Hij merkt op dat er in geen enkel ander land een president twee weken lang weg blijft om zich te oriënteren in het binnenland. Jogi merkt op dat het juist de president is die het binnenland uit het hoofd kent en hij vraagt zich daarom af waarom hij dan twee weken nodig had. De VHP-parlementariër is van mening dat de president voor andere zaken is vertrokken naar het binnenland, namelijk om propaganda te maken voor zijn politieke partij NDP. De trip van de regeringsdelegatie heeft de staat ongeveer SRD 500.000 gekost. Jogi benadrukt dat de president zoveel geld uitgeeft, terwijl de Anton de Kom Universiteit geen toiletpapier kan aanschaffen. De president kan volgens Jogi zijn monoloog wel houden op een persconferentie, maar kan dat niet in De Nationale Assemblee (DNA), omdat hij daar keihard aan de tand wordt gevoeld. Dat de president gewoon door gaat met het onderhandelen met Alcoa/Suralco op basis van een verworpen Memorandum of Understanding, geeft volgens Jogi aan dat de president zich niet druk maakt met DNA. Hij betwijfelt ernstig de potentie en de capaciteiten van de president om enige redding te brengen voor ons land. Ook de kwestie van de zandafgravingen te Braamspunt zijn volgens Jogi een vergeten zaak geworden voor de regering. Hij vraagt zich af als de president eerder ervoor kiest dat Paramaribo onder water loopt of om enkele persoonlijke belangen van zijn vrienden te behartigen die bezig zijn met het afgraven van zand.

door Johannes Damodar Patak