TERECHT OF ONTERECHT?

Is Suriname verworden tot een veilige haven voor internationaal gesignaleerde misdadigers? Doen wij er alles aan om criminelen die door Interpol gezocht worden een veilig onderkomen te bieden? Gaan wij zelfs zover, om dit soort door Interpol gezocht gespuis van Surinaamse reisdocumenten te voorzien, omdat zij toevallig hun paspoort hebben verloren? Gaan wij zelfs nog verder dat wij dergelijk internationaal gezocht uitschot tijdelijk in dienst nemen bij een ministerie van Financiën en ook bij onze moederbank? Wordt er voor deze mensen niet vooraf een diepgaand antecedentenonderzoek gepleegd, alvorens ze verblijf te gunnen en daarenboven werk bij de overheid te verstrekken? In het geval van de Roemeense crimineel Vlah die het afgelopen weekend door de politie het land werd uitgezet, zijn al deze vragen eigenlijk niet moeilijk te beantwoorden. Vlah vertoefde hier zeker dertien jaar en beweerde over de Zuid-Afrikaanse nationaliteit te beschikken, hetgeen een aperte onwaarheid betrof. De in Suriname door de justitie als persona non grata beschouwde Vlah, is wel degelijk dezelfde persoon die al jaren door de Roemeense autoriteiten werd gezocht voor grootschalig gepleegde fraude en valsheid in geschrifte. Aan zijn identiteit viel niet te twijfelen en hij is inmiddels door de Roemeense autoriteiten ingesloten. De Surinaamse kortgedingrechter achtte de eventuele uitzetting van Vlah de afgelopen week niet terecht . De rechter achtte het verweer van gedaagde, dat eiser internationaal ( strafrechtelijk )in opspraak is gekomen en dat hij via de Interpol site wordt gezocht, niet aannemelijk.. Uit de door gedaagde overgelegde uitdraai van de Interpol site, kon volgens de rechter niet worden afgeleid, dat de persoon die daarop is afgebeeld, dezelfde persoon is als eiser. Op grond van het voorgaande kwam de kantonrechter tot de conclusie, dat het ook niet aannemelijk was dat het belang van de openbare orde en rust en de nationale veiligheid vordert dat eiser ( Vlah) het land moest worden uitgezet. De door de eiser gevraagde voorziening werd daarom toegewezen als in het dictum te melden. De rechter besliste voorts de beschikking van 7 februari 2017 te schorsen totdat de bodemrechter over de rechtmatigheid daarvan heeft beslist. Verklaarde het vonnis zover nodig uitvoerbaar bij voorraad. Na het vonnis van de rechter diende het ter betekening aan het Openbaar Ministerie c.q. de procureur-generaal te worden aangeboden. Deze betekening had naar verluidt op 14 maart nog niet plaatsgevonden. De procureur- generaal, de hoogste vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in deze mr Baidjnath Panday, heeft dit weekend dus op geen enkele wijze een exploot ter betekening van dit vonnis in ontvangst genomen of mogen nemen. Waar in de kwestie Vlah nauwelijks of niet over gerept is, betreft de uitvoering van een ministeriële beschikking die betrekking heeft op de openbare orde rust en veiligheid. Op de gebruikelijke wijze is de plaatselijke politie bij deze zaak betrokken om uitvoering te geven aan deze beschikking en beperkte de rol van het Openbaar Ministerie zich slechts tot het fysiek in vrijheid stellen van Vlah, een en ander op gezag van het kortgedingvonnis, inhoudende de opschorting van de vreemdelingenbewaring. Bij de uitzetting uit Suriname werd hier dus niet gehandeld op basis van het strafproces, maar er werd gehandeld vanuit het bestuursrecht. Er is naar verluidt derhalve niet in strijd met het meergenoemde vonnis van de kortgedingrechter gehandeld. Suriname koos in deze zaak om geen veilig heenkomen aan een Roemeense crimineel, die door Interpol gesignaleerd werd, te bieden.