ONACCEPTABELE INTIMIDATIE

Monseignieur Karel Choennie van de rooms-katholieke gemeente in ons land, heeft onlangs een onderhoud aangevraagd en gekregen met president Bouterse. De rode draad van het gesprek tussen het staatshoofd en de bisschop, behelste het voortslepende 8 december moordproces waarvan bekend is dat het staatshoofd bereid is alle registers uit de kast te trekken om dit proces te beëindigen en de verdachten straffeloos te houden. Bisschop Choennie wenst gerechtigheid en heeft zich, zoals bekend, geschaard achter de nabestaanden van de slachtoffers die unaniem wensen dat het proces ongestoord wordt voortgezet en dat de Krijgsraad tot een uitspraak komt. Het standpunt van de eerwaarde bisschop is duidelijk en hoe Bouterse over dit proces denkt, weet zo langzamerhand ook een ieder.  De zaak sleept zich voort, op 20 april is de volgende zitting binnen dit proces en dan zal er toch wel meer duidelijkheid komen. Althans, dat hopen de nabestaanden en ook de verdachten die een uitspraak wensen.  Waar het de voormelde bisschop hoofdzakelijk om gaat, is wat er kan gebeuren in het post 8 decemberproces mochten er uitspraken komen die niet in het voordeel van de verdachten, waaronder ook de hoofdverdachte, zullen blijken te zijn. De bisschop wenst het liefst dat de rust, vrede en veiligheid voor een ieder na het proces gewaarborgd blijven.  Maar als we de  uitlatingen van vertegenwoordigers van de mensenrechtenorganisaties,  Stichting 8 december 1982 en de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede, mogen geloven, dan heeft president Bouterse tijdens het onderhoud met bisschop Choen-nie verklaard dat hij onrust en geweld verwacht indien hij veroordeeld wordt. Beide organisaties bestempelen deze mededeling van Bouterse aan de bisschop als onacceptabele intimidatie, omdat het juist de grondwettelijke taak van de regering is de rechtsstaat te beschermen en onwettig geweld te voorkomen en of te neutraliseren.  Met deze mededeling aan de bisschop heeft Bouterse een schot voor de boeg gegeven en thans glashard meegedeeld dat, indien er een veroordeling tegen hem komt, er problemen zullen volgen. Bouterse, de hoofdverdachte, geeft met deze macabere mededeling aan dat zijn volgelingen, gevraagd of ongevraagd, zullen overgaan tot geweld tegen personen en instanties.  Wij vragen ons in gemoede af of het staatshoofd nog niets geleerd heeft sinds de moorden van 8 december 1982, nu bijna 35 jaar geleden. Is de man thans op hoge leeftijd uit eigenbelang wederom bereid de mensenrechten te schenden en over leven of dood te bepalen?  Vragen die hij zelf moet beantwoorden en waarbij hij ook de keus heeft goed na te denken over wat de consequenties kunnen zijn voor hemzelf ons geliefd land en de gehele bevolking.  Mocht de huidige president wederom kiezen voor de optie van methoden die bij een machtsstaat horen, dan brengt hij het gehele land in nog grotere problemen. Ook dient hij er rekening mede te houden dat het buitenland de zaak op voet volgt. Is Bouterse misschien vergeten wat er op 25 oktober 1983  gebeurde op het Cari-bische eiland Grenada, na-dat zijn Caribische vriend en premier Maurice Bishop door zijn revolutionaire landgenoten werd vermoord.  We denken dat het daarom heel verstandig is dat de huidige president op zijn schreden past, want je kan wel weten waar het geweld aanvangt, maar niet waar het eindigt.