Hof van Justitie beslist na 20 april inzake decemberstrafproces

Het Hof van Justitie (HvJ) zal kort na 20 april een besluit nemen in het 8 decemberstrafproces. Op de openbare zitting vandaag in het oude gebouw van het Hof van Justitie aan de Tamarindelaan 4, waren drie verdachten in het 8 decemberstrafproces afwezig, zij werden ook niet vertegenwoordigd op de zitting, ook is hun adres onbekend. De procureur-generaal (pg), Roy Baidjnath Panday, verklaarde aan de leden van het HvJ, dat uit onderzoek is gebleken dat de drie afwezige verdachten in Nederland wonen. De president van het Hof, Dinesh Sewrattan, heeft Mr. Baidjnath Panday opgedragen om de drie verdachten te dagvaarden voor de zitting van 20 april. De raadkamer werd gevormd door de magistraten: Dinesh Sewrattan, Anand Charan en Dennnis Kamperveen.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft appèl aangetekend tegen de beschikking van de Krijgsraad, die op 30 januari is uitgesproken. Het in appèl gaan tegen het besluit van de Krijgsraad is gebaseerd op artikel 376 uit het Wetboek van Strafvordering. De pg verzocht het HvJ om de beschikking/besluit van de Krijgsraad te vernietigen. In zijn betoog zei de pg dat de regering 20 redengevende en zwaarwichtige overwegingen heeft opgenomen in de resolutie, waaruit blijkt dat de staatsveiligheid in gevaar zou kunnen komen, als het strafproces wordt voortgezet.

De president van het Hof vroeg de pg op basis van welke wettelijke grondslagen zijn verzoek om het besluit van de Krijgsraad te vernietigen, is gebaseerd. Baidjnath Panday voerde aan dat er geen specifieke wet is waarop dit gebaseerd is, maar het rechtssysteem biedt volgens hem wel de ruimte hiervoor. Gerold Sewcharan, raadsman van de verdachte Edgar Ritfeld, vroeg via de president van het Hof aan de pg duidelijkheid op welke manier de staatsveiligheid in gevaar zal komen als de zaak van zijn cliënt wordt voortgezet. De pg is niet ingegaan op de vraag van de raadsman. Sewcharan vroeg het HvJ om het strafproces normaal voort te zetten. Ruben Rozendaal, ook een verdachte in het 8 decemberstrafproces, pleitte voor het voortzetten van het strafproces. Rozendaal gaf het Hof te kennen financieel niet in staat te zijn om een advocaat in de arm te nemen. Hij hield de president van het Hof voor dat het niet voortzetten van het proces zal betekenen dat hij niets anders zal zijn dan een waardeloos mens, die zichzelf liever van kant maakt. De zeer emotionele Rozendaal zei dat hij zich niet voor kan stellen dat er gevraagd wordt om een lopende zaak bij de rechter stop te zetten, vooral omdat het om een rechtszaak gaat die persoonlijk heel belangrijk voor hem en zijn nakomelingen is. “Ik wil weten of ik schuldig of onschuldig ben”, aldus de verdachte. Irvin Kanhai, raadsman van de meeste verdachten, waaronder ook hoofdverdachte Desiré Bouterse, zei tegen de journalisten dat het nog steeds de regering is die bepaald wanneer de staatsveiligheid in gevaar is en niet de rechterlijke macht. De raadslieden Kanhai, Frank Truideman en John Kraag, voerden aan dat zij zich terug kunnen vinden in het verzoek van het OM. Op de rechtszitting waren alleen de twee bovengenoemde verdachten aanwezig.

door Johannes Damodar Patak