Oranjetuin wordt nieuwe woonkamer Paramaribo

Stichting Dodenakkers.nl en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, werken samen aan de rehabilitatie van begraafplaats Oranjetuin. Allen zijn zij van mening dat de Oranjetuin behouden en heringericht moet worden. Elke grafsteen bevat namelijk historische verhalen over het Surinaams erfgoed en de Nederlandse geschiedenis. En deze moeten op een nieuwe manier behouden worden.

De Oranjetuin is in gebruik gesteld in 1757 en bestond toen alleen uit de middelste twee percelen. In de 19e eeuw werd er aan de oost- en westkant  een perceel toegevoegd  en werd er een bakstenen muur met twee poorten gebouwd. Op de begraafplaats zijn ongeveer 1.600 graven zichtbaar, maar het totale aantal wordt geschat op 2.400. Er is aan de vorm van de grafstenen af te leiden uit welke tijd ze stammen. Over het algemeen geldt: hoe ouder, hoe lager de grafmonumenten. In de 18e eeuw lagen de zerken op een lage opbouw van baksteen en bestonden de zerken uit Europees hardsteen of marmer. In de 19e eeuw kwamen er meer verticale monumenten en werden materialen als leisteen, bewerkt marmer, gietijzer en smeedijzer gebruikt. De Oranjetuin heeft een hoge historische waarde doordat er een groot aantal belangrijke personen begraven ligt.

De culturele waarde is terug te zien in de ontwikkeling van de Europese grafkunst door de eeuwen heen.

De begraafplaats is in de 18e eeuw puur functioneel aangelegd. Graven liggen naast elkaar zonder tussenruimtes. Hierdoor is het terrein momenteel slechts een bewaarplaats voor oude graven. Philip Dikland, bouwkundig deskundige monumentale restauratie, zegt dat de Oranjetuin hoge stedenbouwkundige potentie heeft, namelijk een openbare ruimte in het hart van de oude stad. Doordat de inwoners vroeger, voor de komst van het moderne verkeer, de beschaduwde straten als openbare ruimtes gebruikten, is er nu een groot tekort aan openbare ruimtes, terwijl de behoefte daaraan groeit.

Voor de herinrichting van de Oranjetuin zijn een aantal doelstellingen opgesteld. Zo moet de historische en de culturele waarde behouden blijven en moet het terrein worden ingericht als een verblijfsgebied, rustgebied of recreatiegebied voor de gehele bevolking van de stad. Dikland noemt de toekomstige Oranjetuin een “begraafplaats plus”: een begraafplaats met iets extra’s. De plannen voor de herinrichting zien er als volgt uit: het terrein wordt minimaal heringericht, zodat er gelopen kan worden tussen de grafzerken. Grafzerken worden gerestaureerd en sommigen worden geruimd, maar de graven worden niet verplaatst. Ook wordt er aan de rand van de Oranjetuin een columbarium geplaatst en komt er in het midden een museum met voornamelijk genealogische informatie. Er wordt verwacht dat 95 procent van de bezoekers naar de Oranjetuin komt voor recreatie en de overige 5 procent komt er voor de cultuur en de genealogie. Bezoekers laten vaak rommel achter, vandaar dat er een plan is opgesteld voor het onderhoud aan de tuin. Zo zijn er maandelijks kosten voor tuinlieden, overig personeel, tuinequipment, algemeen onderhoud en water- en stroomkosten.