Bouterse hét probleem en dé oplossing

Onlangs heeft de heer Sandew Hira, het eerste exemplaar van zijn boek ‘De getuigenis van president Bouterse’ aangeboden aan president Bouterse. Voor mij is het nu evident dat het bij de heer Sandew Hira, niet ging om dialoog en verzoening, maar om informatie te verzamelen voor zijn 400 pagina’s tellende boek met het oogmerk financieel voordeel te behalen. Het boek van de heer Sandew Hira zal absoluut geen dialoog teweegbrengen tussen de verdeelde groepen, integendeel, dit boek brengt juist meer verdeeldheid en verwijdering tussen de familie, samenleving en Sandew Hira. Met dit boek heeft hij juist de nabestaanden en zijn eigen familie gekrenkt en de familie zal hem dat zeker niet in dank afnemen.

Bij het in ontvangst nemen van het boek gaf de president te kennen dat er organisaties en individuen zijn die eigenlijk niet naar een oplossing zoeken. Deze uitspraak van de president vind ik ongehoord en absurd. Hij weet dat de nabestaanden al bijkans 35 jaren zoeken naar een oplossing voor de decembermoorden, zowel nationaal als internationaal.

Laten we heel eerlijk zijn, het 8 decemberproces gaat niet om een diepe maatschappelijke kloof, maar om politieke moorden, een misdrijf tegen de menselijkheid, derhalve moet dit probleem opgelost worden bij de rechterlijke macht. De zelfverklaarde amnestie, het misbruik maken van artikel 148, de zogenaamde waarheidsvinding en verzoening zijn geen oplossing.

De hoofdverdachte, Desi Bouterse, is hét probleem en dé oplossing. De hoofdverdachte werkt niet mee aan het 8 decemberproces, dus hij is hét probleem. Als de hoofdverdachte meewerkt aan het 8 decemberproces, is de oplossing binnen handbereik. Hij moet voor de Krijgsraad verschijnen en vertellen wat er op 8 december 1982 is gebeurd. That’sall. Laat de Krijgsraad dan een oordeel vellen.

Als president Bouterse zegt dat door middel van dit boek er een stukje geschiedenis is vastgelegd, vind ik dat klinkklare onzin. Zonder enige vorm van onderzoek en rechtspraak mogen wij geen anansitori’s over het gepleegde misdrijf in de annalen bijschrijven. De president voelt zelf aan dat dit boek voor veel kritiek zal zorgen, want hij weet precies dat hij niet de waarheid heeft verteld aan Sandew Hira. Het volk en de nabestaanden zijn niet geïnteresseerd in de fanchepane’s (dit woord heeft de president eens gebruikt) van Hira en de hoofdverdachte. Dus ze moeten ons niet komen opzadelen met hun zogenaamde waarheidsvinding, verzoening, dialoog, etc..

Sandew Hira zegt dat hij en president Bouterse een voorbeeld zijn van dialoog, dat is onzin, het is een opgelegde dialoog, een wanhoopsactie. Hij merkt ook zelf op dat de prijs van zijn project heel erg hoog is, het heeft geleid tot een breuk met zijn familie, maar dat was ook te verwachten.

Als je met een ondoordacht project begint en je min of meer weet wie jouw broer heeft vermoord en je gaat toch samenwerken met die persoon, dan zul je absoluut grote tegenstand krijgen van je familie.

Idris Naipal