EIGENLIJK NIET VEEL BEREIKT

Als we kijken naar de jongste onthullingen, gedaan met betrekking tot de onderhandelingen, gevoerd en nog gaande met de Alcoa, het moederbedrijf van de Suralco en een delegatie van de Surinaamse regering, over de toekomst van de bauxietindustrie in ons land, kunnen we reeds zeggen dat er voor ons land niet veel is bereikt.  De onderhandelingen zijn naar verluidt in een afrondende fase en er zal over niet al te lange termijn een akkoord worden ondertekend. Tegen 2019 en misschien wel 2020, zal de overdracht van de Brokopondo Krachtcen-trale aan Suriname plaatsvinden. Laten wij hopen dat wij tegen die tijd, technisch, organisatorisch en financieel, in staat zullen zijn deze waterkrachtcentrale op een verantwoordelijke wijze over te nemen en voor langere duur te runnen.  Er zijn mensen die vinden dat we de krachtcentrale maar moeten nationaliseren, omdat de Alcoa toch niets meer hier produceert en ook niet kan aangeven wanneer ze ooit weer van plan is in dit land te investeren.  Deze lui weten niet wat een overeenkomst inhoudt en dat er bij het sluiten van een overeenkomst, en dus ook bij de Brokopondo overeenkomst uit de ja-ren vijftig, zeer vermoedelijk boeteclausules zijn ingebouwd. Zouden we een dergelijke drastische stap nemen en nationaliseren dan lopen wij de grote kans dat de krachtce-trale na enige tijd toch stil komt te liggen, omdat wij niet in staat zullen zijn het noodzakelijke onderhoud te plegen. En dat wegens het simpele feit dat de onderdelen voor de turbines en hun bijbehorende apparatuur niet meer zullen worden geleverd en er een boycot tegen dit land volgt.  De Guyanese oud-president  Forbes Burnham, nu wijlen, dacht destijds ook gewoon de bauxietindustrie in dat land te kunnen nationaliseren. Nou, hij heeft het geweten en het Guyanese volk heeft de bittere pil uiteindelijk moeten slikken toen de Amerikanen weggingen. De gehele bauxietindustrie in het land bloedde toen ook dood en Guyana belandde in een zware recessie.  Het is dan ook wel verstandig door dialoog de kwestie van de overname van de stuwdam af te wikkelen en geen drieste en ondoordachte handelingen te plegen.  Maar als we kijken wat we kunnen verwachten van Alcoa, dan is er niet echt iets om op korte termijn blij over te zijn of voordeel uit te kunnen halen. Er zal een studie worden gemaakt met betrekking tot het ontginnen van de bauxietvoorraden in Bakhuys en hoe lucratief het allemaal kan zijn in de toekomst, geplaatst tegen de verschillende investeringen en het plaatsen van een nieuwe raffinaderij waarvoor  het ook nog niet duidelijk is waar de energie voor een dergelijke plant vandaan moet komen en welke investeringen daarvoor gepleegd zullen moeten worden.  Suriname krijgt het concessiegebied Nassau terug en alle bezittingen in Moengo en omgeving. Voorts mag ze de brug bij Rac a Rac behouden en wordt onder toezicht van de Alcoa de sterk verouderde raffinaderij te Paranam gesloopt.  Het is geheel onduidelijk binnen welk tijdsbestek de volgende investeringen in de bauxietsector zullen volgen. Alcoa geeft wel aan nog niet klaar te zijn met Suriname en wenst wel participatie in eventuele nieuwe activiteiten in het Bakhuys bauxiet areaal.  Naar onze mening zijn en blijven de toezeggingen van het bedrijf uit Pittsburgh in de VS erg vaag en valt er geen pijl op te trekken.  Wat wij kunnen proeven uit de houding van de Alcoa, is dat ze het niet graag heeft dat derden in Suriname de bauxietindustrie overnemen en haar het nakijken geven. De Surinaamse regering moet echter kiezen voor wat het beste en voordeligste voor dit land is en niet eindeloos wachten op mensen die beweren eens terug te willen komen voor het investeren in een industrie waar we een eeuw voordeel aan hebben gehad.  De onderhandelingen met de Alcoa zijn nog niet helemaal afgerond en het lijkt ons wel kies, dat Suriname van de Amerikanen eist dat ze concreet aangeeft wat en wanneer ze denken weer activiteiten in ons land te komen ontplooien, want zoals ze zaken er thans voor staan, is het niets anders dan koffiedik kijken en zeer duister.