Gebukt onder de Hollandse ziekte

De kaarten lijken geschud. Het was voor hem even wennenop het ministerie van financiën, na het vorstelijk presidentschap van de Centrale Bank, maar nu zit minister Gillmore Hoefdraad stevig in het zadel. Hij geniet het volle vertrouwen van de president van de republiek. Dus samen gaan ze de eindstreep halen en dan neemt hij het zaakje over. Voorlopig is er in de verste verte geen mens te bekennen, die daar een stokje voor kan steken. Toen Leigh en zijn mensen in november hun biezen hadden gepakt, lachte de toekomst hem toe. Inderdaad, het was niet zo slim, destijds, om het IMF een kijkje in de keuken te gunnen. Ach, iedereen maakt wel eens een foutje. Maar met die obligatielening had hij dat dubbel en dwars goed gemaakt en nu staat de koers vast: inzetten op stijgende goud- en olieprijzen, zoveel mogelijk lenen om nu een beetje armslag te hebben, de Chinezen te vriend houden als trouwe achtervangen het volkgewoon knollen voor citroenen blijven verkopen.

Verslaving
Door het beleid van deze regering heeft Suriname zich opnieuw vastgepind op zijn rol als grondstoffenleverancier, dat wil zeggen op een hoge mate van afhankelijkheid van vraag en aanbod op mondiale markten. Anders gezegd: je legt je lot als staat in handen van anderen, die een invloedrijke rol spelen op die markten. En dat is zeker het geval, wanneer je niet of nauwelijks moeite doet om althans een deel van die grondstoffen in eigen land te bewerken en zo de toegevoegde waarde in eigen zak te kunnen steken. Hoe hachelijk die afhankelijkheid is, weten we langzamerhand. Als je alleen al denkt aan de verwikkelingen in de bauxietsector, die het afgelopen jaar – na een veelbewogen eeuw – een roemloos einde kreeg. Intussen heeft wel een collectieve gewenning – om niet te zeggen verslaving – plaatsgevonden, waardoor het steeds moeilijker geworden is de bakens te verzetten en nieuwe wegen in te slaan. Juist dat hebben we de laatste tijd opnieuw mogen ervaren. Want wat is het hernieuwde geloof van de regering in de zegeningen van met name olie en goud anders dan gemakzucht en gebrek aan creativiteit? Je weet wat je hebt en je weet niet wat je krijgt. Vergelijk het maar met binnenlandbewoners, die als de nood aan de man komt – al is het maar vanwege het aanstaand schooljaar of de dure decembermaand – naar ‘de goudvelden’ gaan om in korte tijd even rijk te worden.

Dutch disease
De neiging te gaan voor het snelle gewin op de korte termijn, zonder veel aandacht voor de implicaties, heeft in het geval van staten al bijna veertig jaar geleden eennaamgekregenen welthe Dutch disease. De ironie van de geschiedenis…
Het gezaghebbende Britse blad The Economist lanceerde die in 1977, in het kader van een analyse van het beleid van de Nederlandse regering na een sterke stijging van de aardgasprijzen in het voetspoor van de eerste oliecrisis (1973). Volgens het blad waren de baten van die stijging gebruikt voor consumptieve doeleinden en met namevoor wat het blad beschouwde als socialistische stokpaardjes. De betrokken regering had zich, schreef men,verkeken op de gevolgen van de gasexport voor de internationale concurrentiepositie van het land. Die export werkte namelijk een appreciatie (waardevermeerdering) van de gulden in de hand en dat maakte andere producten en diensten duurder voor buitenlande importeurs. Met als gevolg minder export, dalende productie, werkeloosheid en – als het een tijdje zo doorgaat – recessie. In 1982werd de Hollandse ziekte door Max Corden en Peter Neary verwerkt in een economisch model met een bloeiende en een achterblijvende sector, waarin productie (en dus ook arbeid) verschuift van de laatste naar de eerste. Weer een aantal jaren later (1993) kwam de ziekte in een nog bredere bedding terecht, toen Richard Auty het begrip resource curse(er rust een doem op, er komt ongeluk van) lanceerde. Dat was gebaseerd op het actuele verschijnsel dat landen met een overvloed aan natuurlijke hulpbronnen, in het bijzonder onvervangbare zoals ertsen en aardolie, slechterpresteren op zowel economisch vlak (groei, werkgelegenheid) als in politiek opzicht (stabiliteit, democratisch gehalte, mensenrechten)dan andere landen.

Loterijen
Het verschijnsel wordt ook wel de paradox van de overvloed genoemd, omdat je zou verwachten dat een land met grondstoffen waar in de buitenwereld veel vraag naar is, wel op zijn pootjes terecht komt. Maar dat is allerminst vanzelfsprekend, heeft de praktijk uitgewezen. Wat dat betreft hoef je maar te denken aan de totaal verschillende manieren waarop mensen met geld omgaan. In studies over de curse wordt dan ook vaak verwezen naar loterijen, waarbij winnaars zich vaak geen raad weten met hun plotseling verworven rijkdom.
In een paper van het IMF uit 2012 met aanbevelingen voor het macro-economisch beleid van ontwikkelingslanden die rijk zijn aan exhaustiblegrondstoffen, worden 29 landen opgesomd, die bij uitstek tekenen vertonen van de curse. Ruim de helft van die landen ligt in Afrika en twee in Zuid-Amerika (Bolivia en Guyana). Suriname staat niet op die lijst, omdat het door de Wereldbank wordt gerekend tot de uppermiddleincomelanden, dat wil zeggen geen ‘ontwikkelingslanden’. Maar het wordt wel uitdrukkelijk, met 13 andere waaronder Venezuela, gerekend tot de landen die aan de vloek onderhevig zijn. Dat blijkt met name uit de discrepantie tussen het nationaal inkomen en de plaats die een land inneemt in de rangorde van de human development index (HDI). Onder alle landen in de wereld met olie, gas en mineralen als belangrijkste inkomstenbron, inclusief de Golfsta-ten, wordt Noorwegen algemeen erkend als de uitblinker. Dat land heeft een score van 0.94 (2011) op de HDI, terwijl aan het andere uiteinde de Democratische Reubliek Congo prijkt met 0.29 en Suriname ergens in het midden staat met 0.68.

Diversificatie
De regering heeft de afgelopen maanden met haar beleidskeuzes grote risico’s genomen. De aaneenschakeling van leningen spreekt voor zich. Dat je als regering altijd wel ergens geld kunt vinden, ook al maak je er in eigen huis een potje van, is overigens niet verwonderlijk. In ons huidig, wereldomvattend, financieel systeem moet kapitaal groeien en dan is kieskeurigheid niet aan de orde. Maar debiteuren blijven debiteuren en voor schuldeisers geldt hetzelfde.
Het feit dat men oude wijn in nieuwe zakken giet, betekent dat problemen die al sinds 1975 om een oplossing vragen wéér vooruitgeschoven worden en dat elke serieuze vernieuwing wordt geblokkeerd. De diversificatie van de economie bijvoorbeeld is opnieuw een hersenschim geworden. Hoe kun je in deze situatie, zoals de Palu op 9 december in haar partijcentrum, blijven roepen dat toerisme en landbouw de nieuwe pilaren zijn van de economie? Als je sectoren zoekt die geleden hebben onder de resource curse – in de Surinaamse versie – dan liggen die twee nog het meest voor de hand. Het is schering en inslag, zeker in de politiek, dat men tegengestelde dingen tegelijk wil.‘To want the cake and have it too’,wordtdatwelgenoemd. Mensen aansporen tot energiebesparing bijvoorbeeld, terwijl je hun energiekosten zwaar subsidieert. Of de verkeersveiligheid bevorderen zonder boetes uit te delen enskalians en toeristen accommoderen in één en hetzelfde gebied. De discussie over diversificatie stikt ervan.

Staatsgeheim
De meest verstrekkende gevolgen heeft, lijkt me, de onomwonden keus voor een intensievere exploitatie van het bos, dat waarschijnlijk – hoe ongerept het feitelijk is, is het best bewaarde staatsgeheim – nog altijd de grootste schat van het land vertegenwoordigt. Niet alleen voor zichzelf maar ook voor de rest van de wereld. De pathologische hang naar goud doet zich gelden voor de zoveelste keer. Voer voor psychologen, maar daar schieten we op korte termijn niet veel mee op. Ook bovengronds is trouwens heel wat aan de hand. De bosbouw woekert gestaag verder, te meer nu de SBB onherstelbaar gehavend lijkt. Als medewerkers van dat staatsbedrijf de hulp van houtondernemers moeten inroepen om hun werk te kunnen doen, is het wel erg diep gezonken. En niet te vergeten de twee nieuwkomers op dit terrein: Amazone Resources, het Nederlandse bedrijf dat aast op de export van rivierwater en het Chinese Zhong Heng Tai Investment, dat op 14 december – met behulp van de president zelve – eindelijk het eerste zaadje mocht planten voor een gigantische oliepalmplantage. In de oorspronkelijke plannen zouden voor dit laatste project tenminste 40.000 ha worden gekapt. En dan te bedenken dat elders in de ambtenarij al jaren mensen bezig zijn om internationale gelden binnen te halen, die bestemd zijn voor regeringen die ontbossing en bosverarming tegengaan. In dit geval gaat een land dat zich opstelt als o zo gevoelig voor een zeespiegelstijging en daar een financiële tegemoetkoming voor wil hebben, de eigen uitstoot van gassen die klimaatverandering in de hand werken verhogen.

Kolonisator
Misschien liggen hier wel kansen voor Nederland, met zijn resource curseavant la lettre. Nu dat land zelf, eindelijk, besloten heeft het aardgastijdperk te beëindigen. Een tijdperk dat begon met de ontdekking van ‘Slochteren’ in 1959 en leidde tot een landelijk gasnet en een vooraanstaande rol in de energievoorziening op Europees niveau, om tenslotte een hele provincie in het ongeluk te storten. Als er geen kinkin de kabel komt, is het land in 2030weer van het gas af. Zou het niet prachtig zijn, als de kolonisator en zijn trotse nazaat elkaar een tijd lang – op voet van gelijkheid – zouden ondersteunen en begeleiden in hun afkickproces. De een van het verdoemde aardgas, de ander van het minstens even verdoemde goud. Dan kan in één klap al dat fröbelgedoe met twinning en jumelage worden opgedoekt.Want zo’n proces zou pas echt zoden aan de dijk zetten.

Theo Ruyter