Santokhi stelt Bouterse vragen over ambassadeur Kanhai

Oppositieleider Chandrikapersad Santokhi heeft vandaag in zijn hoedanigheid als lid van de Departementale Commissie Buitenlandse Zaken van De Nationale Assemblee (DNA), een reeks vragen gesteld aan president Desiré Bouterse over ambassadeur Aashna Kanhai, Surinames diplomatieke vertegenwoordiger in India. Minister Niermala Badrising van Buitenlandse Zaken zou naar verluidt Asif Iqbal als honorair-consul voor Suriname in India uit zijn functie hebben ontzet, naar aanleiding van de correspondentie van het Indiaas ministerie van Buitenlandse Zaken over de vermelding van de grove schending die ambassadeur Aashna Kanhai had doorgestuurd naar minister Badrising over de honorair-consul. Het verwijt luidt onder meer dat Asif Iqbal tegen het Indiase protocol in, gehandeld zou hebben door het openen van een tweede kantoor in Hyderabad, zonder vooraf toestemming van de Indiase autoriteiten. De ambassadeur kwam onlangs zeer negatief in het nieuws, onder meer als gevolg van de roemloze onthulling van Asif Iqbal over haar handel en wandel.

Nu vraagt Santokhi zich af of de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken wel of geen wederhoor heeft toegepast enkel en alleen op basis van de doorgestuurde correspondentie van Kanhai. Overigens stelt de volksvertegenwoordiger in de brief aan Bouterse aan de kaak dat bij de opening van het kantoor in Hyderabad, ook Kanhai aanwezig was, hetgeen zou zijn gebleken uit beschikbare foto’s.

Lees de volledige brief hieronder:

Heer President,

Ondergetekende, Chandrikapersad Santokhi, lid van De Nationale Assemblée en eveneens lid van de Departementale Commissie Buitenlandse Zaken, benadert U hierbij krachtens artikel 86 van het Reglement van Orde, ter beantwoording van de hierna volgende vragen.

Zowel binnen- als buitenlandse berichten in de media, maken melding van de intrekking op 4 augustus j.l. van de aanstelling van dhr. Asif Iqbal als Honorair Consul voor Suriname in India voor de Staten Karnataka en Andhra Pradesh. Eveneens is vernomen dat dit bericht bevestigd is door de Minister van Buitenlandse Zaken, Niermala Badrisingh.

Volgens de mediaberichten, zou dhr. Asif Iqbal, tegen het Indiase protocol in gehandeld hebben, door het openen van een tweede kantoor in Hyderabad, zonder dat vooraf toestemming van de Indiase autoriteiten was verkregen. De correspondentie van het Indiaas ministerie van Buitenlandse Zaken over de vermelding van grove schending, met betrekking tot deze kwestie, is door Ambassadeur Ashna Kanhai doorgestuurd naar het Hoofdkantoor in Paramaribo. Naar aanleiding van voornoemde correspondentie heeft onze Minister van Buitenlandse Zaken gemeend om de heer Iqbal uit zijn functie te ontheffen  e.e.a. onder verwijzing naar het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen. Laatstgenoemde is inmiddels een civiel proces begonnen tegen Ambassadeur Kanhai en heeft reeds een klacht ingediend bij de Indiase minister van Buitenlandse Zaken.

De vraag die onmiddellijk rijst, is of de Minister van Buitenlandse Zaken, Niermala Badrisingh, naast de correspondentie van het Indiaas Ministerie van Buitenlandse Zaken, en alvorens tot maatregelen over te gaan, ook het principe van hoor en wederhoor heeft toegepast. Blijkens informatie is op 15 juli 2016, de dag waarop het kantoor in Hyderabad is geopend, in de Indiase media het volgende bericht verschenen:  ‘Republic of Suriname today announced opening of its Honorary Consulate office here and appointed Asif Iqbal as the Honorary Consul’. Ambassadeur Aashna Kanhai, van huis uit jurist, was volgens fotobeeldmateriaal, bij de opening aanwezig. Was het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet op de hoogte van het voornemen voor het openen van een kantoor in Hyderabad? Hoe kan de opening van het kantoor in Hydrabad, met aanwezigheid van Ambassadeur Kanhai, hebben plaatsgevonden zonder toestemming van de ambassade, namens en voor wie dhr. Iqbal werkt?

Op social media circuleert inmiddels ook een persbericht van de ‘Asian/Arab’ Kamer van Koophandel. In het persbericht wordt onder meer aangegeven dat na de ontheffing van dhr. Iqbal als HC van Suriname, voornoemde KvK afziet van verdere investeringen van 8 miljoen USD, ten behoeve van de Surinaamse sport. Ook ander belastend materiaal tegen Ambassadeur Kanhai wordt genoemd in het persbericht. Met dit persbericht, dat internationaal onder investeerders rondgaat, wordt een negatief signaal afgegeven, wat de reputatie van Suriname volstrekt niet ten goede komt.

Op de Surinaamse ambassade in India hebben zich eerder ook incidenten voorgedaan, onder meer het ontslaan van een chauffeur die langer dan tien jaar op de ambassade in New Delhi heeft gewerkt met een goede staat van dienst. Ook de chauffeur heeft een proces aanhangig gemaakt tegen Ambassadeur Kanhai door wie hij is ontslagen.

Krachtens artikel 101 van onze Grondwet hebt U, heer President, de leiding over de buitenlandse politiekvoering, waarvan ontwikkeling van de internationale rechtsorde een van de speerpunten is.

De rol van beeldvorming in de internationale politiek is een oud gegeven. Voor een belangrijk deel is het internationale imago van een land sterk afhankelijk van wat de buitenlandse pers over dat land bericht. Het imago van Suriname in binnen- en buitenland bepalen wij Surinamers met z’n allen; ook onze diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland. Dit brengt een collectieve verantwoordelijkheid met zich mee voor het bewaren en behouden van onze integriteit.

Voorop daarin staat dat het diplomatiek- en consulair personeel van de ambassade, met respect en fatsoen dient te worden bejegend. Dit alles, los van politieke beoordelingen en los van welke politieke invloed ook. Wij moeten te allen tijde behoedzaamheid betrachten met de kwalijke effecten van een schandaal of incident. Het ministerie van Buitenlandse Zaken had deze kwesties met betrokkenen op een correcte wijze behoren op te lossen, door onder meer het principe van hoor en wederhoor toe te passen. Helaas blijkt zulks niet het geval te zijn geweest, met alle nadelige gevolgen van dien.

Teneinde, in mijn hoedanigheid van lid van de Buitenlandse Commissie van DNA een correct oordeel te vormen over de onwelgevallige drukte rond onze hoogste diplomatieke vertegenwoordiger in India, doe ik U, heer President, hierbij de volgende vragen toekomen:

  1. Berust de hele bedoening rond H.C. Asif Iqbal op waarheid? Zo ja, kunt U, of via U, de Minister van Buitenlandse Zaken, uitleg geven over de ware toedracht van deze zeer onwelkome aangelegenheid? En hoe zit de MoU met de ASIAN/ARAB Kamer van Koophandel in elkaar?
  2. Indien uiteindelijk mocht blijken dat onze ambassadeur in India zich heeft schuldig gemaakt aan onhoorbare en/of niet correcte handelingen, wat zullen daarvan de repercussies zijn?
  3. Hoe, en dan bedoel ik op welke wijze, denkt U, met betrekking tot deze onverteerbare affaires, de onderste steen boven te zullen krijgen? (Einde brief)