Reactie Waarnemend President van het Hof van Justitie op gesprekken met staatshoofd

De recente berichtgevingen hebben de Waarnemend President van het Hof van Justitie aanleiding gegeven het volgende persbericht te doen uitgaan:

De Waarnemend President van het Hof van Justitie is bij brief van 15 juni 2016 door de President van de Republiek Suriname uitgenodigd voor een constitutioneel overleg. Daarbij is voornamelijk gesproken over het door de minister van Justitie en Politie geconstateerde constitutionele vraagstuk. De bespreking is op 16 juni 2016 begonnen op het Presidentieel Paleis en op 23 juni 2016 voortgezet. Daarbij waren ook aanwezig de voorzitter van De Nationale Assemblée en de minister van Justitie en Politie. In de brief van de President van de Republiek Suriname is vermeld dat de brief van de minister van Justitie en Politie van 14 juni 2016 binnen de Regering aanleiding heeft gegeven tot ernstige bezorgdheid over het voortbestaan van de rechtsstaat. Tijdens het voortgezette overleg is de Waarnemend President van het Hof van Justitie meegedeeld dat de bewindsvrouw haar brief van 14 juni 2016 heeft vervangen door een andere brief.

Over de inhoud van de brieven van de bewindsvrouw is de Waarnemend President van het Hof van Justitie tijdens de besprekingen op 16 en 23 juni 2016 door de President van de Republiek Suriname geïnformeerd. Uit deze informatie is het de Waarnemend President van het Hof van Justitie gebleken, dat de Regering zich ook zorgen maakt over de staatsveiligheid.

De Waarnemend President van het Hof van Justitie heeft tijdens de besprekingen desgevraagd kenbaar gemaakt, dat hij niet op de hoogte is van feiten en omstandigheden die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat er sprake is van een constitutionele crisis. Hij heeft opgemerkt dat de rechtsgang in de Decemberzaak zijn beloop heeft en dat het aan de betreffende advocaten is om in samenspraak met hun cliënten te bepalen op welke wijze de verdediging wordt gevoerd en welke rechtsmiddelen beschikbaar zijn. De Waarnemend President van het Hof van Justitie is tijdens de besprekingen uiteraard niet ingegaan op de inhoud van de Decemberzaak die bij de Krijgsraad in behandeling is, waarvoor de President van de Republiek Suriname en de voorzitter van De Nationale Assemblée begrip hadden.

De Waarnemend President van het Hof van Justitie hecht eraan te benadrukken dat elke alleensprekende rechter of kamer van rechters die een zaak ter beoordeling is voorgelegd, de zaak onafhankelijk en onpartijdig beoordeelt met inachtneming van de wettelijke, grondwettelijke en verdragsrechtelijke bepalingen. Deze normen kunnen niet leiden tot gevaar voor de rechtsstaat en ook niet tot verstoring van de constitutionele verhoudingen.