Surinamers verpauperen met de dag

Op zaterdag 12 maart 2016 belde ik een cambiohouder en ik vroeg hem wat de koers op dag is voor de euro en dollar. Hij zei letterlijk tegen mij: “Ik koop de euro voor 6.40 en ik verkoop die euro voor 6.55. De dollar koop ik voor op 5.80 en ik verkoop het voor 5.90.” Voor mij was het duidelijk dat de prijzen met deze koersen, in de winkels dan ook dagelijks de lucht ingaan; vooral producten die met dollars of euro’s geïmporteerd worden. De prijzen van de Surinaamse producten die in SRD ‘s verhandeld worden, zoals vis, rijst, groente, cassave etc. vallen wel mee. Al twintig jaren horen wij dat Suriname het zeventiende rijkste land van de aardbol is. Deze positieve berichten hebben ook de rest van de wereld bereikt. Iedereen dacht dat Suriname met nauwelijks 541.638 inwoners (volkstelling 2012) en met een oppervlakte van 163.820 km² een Paradijs /een Dubai, een Singapore, een Koeweit, was. Iedereen dacht dat in het zeventiende rijkste land van de aardbol het geld voor het oprapen lag. Honderden Aziaten kwamen in Suriname en bouwden kolossale panden; kolossale supermarkten, kolossale zinkplatenfabrieken etc. in Paramaribo en in de districten. De meeste broeders uit Azië realiseerden zich niet dat wij nauwelijks 120.000 tot 130.000 huishoudens in Suriname hebben. In alle rapporten lezen wij dat 70% van de Surinaamse samenleving beneden de armoedegrens leeft.

Het zeventiende rijkste land?

Wie moeten wij allemaal de schuld ervan geven dat alle Surinamers binnen vijf jaar ongeveer 50% armer geworden zijn. Suriname is nog steeds een importland. Wij moeten bijna alles importeren, zoals: naalden, auto’s, medicijnen, suiker, koffie, cacao, textiel, auto-onderdelen, banden etc. Gelukkig hoeven wij geen rijst en groente te importeren. Om rijst te produceren, moeten wij wel tractoren, kustmest, diesel, insecticiden e.a. importeren. In 2012 was de dollarkoers 2.80 en nu is de dollarkoers meer dan 5.60. In alle eerlijkheid moeten wij deze regering verantwoordelijk stellen voor het verkwistend beleid. Vanaf 2010 is de regering op grote voet gaan leven en heeft geen rekening gehouden met de terugval van inkomsten uit de grondstoffen. Ten tijde van de presidenten voor 2010, werkte op het kabinet een beperkt aantal mensen. Uit bronnen hebben wij vernomen dat op het kabinet nu meer dan vijf maal zoveel mensen werkzaam zijn dan voor 2010. De AOV- gelden zijn verhoogd (een goede zaak); kinderbijslag werd verhoogd; de naschoolse opvang heeft enorm veel kapitaal opgeslokt en de resultaten in het onderwijs zijn niet noemenswaardig te noemen; onnodig veel mensen zijn in dienst genomen bij de overheid.

Vertekend beeld voorgeschoteld voor 2015

In de periode 2010-2015 werd door de regering (vooral monetaire autoriteiten) en de volksvertegenwoordigers van de coalitie een prachtig beeld voorgeschoteld aan de bevolking over de monetaire situatie in Suriname. Overal hoorden wij de mensen zeggen dat het geweldig goed gaat met Suriname. Meneer Misiekaba die vaak hysterisch (ik zal het woord ‘winti’ niet gebruiken) wordt op het podium, vergeleek Suriname met Dubai. De heer Abdoel zei dat er geen devaluatie zou komen; de vakantiegangers die uit Nederland kwamen, waren vol lof over Suriname (vooral bij straatinterviews). De president werd de hemel ingeprezen; goed geschoolde Surinamers collaboreerden met de huidige machthebbers en adoreerden de president. Kort voor de verkiezingen hoorde ik op de staatsradio dat wij (doelende op de nakomelingen van de slaven) 300 jaar in Suriname zijn en anderen die nauwelijks 140 jaar in Suriname zijn (doelende op de nakomelingen van de immigranten), nimmer president van Suriname mogen worden. Op zeer subtiele manier werden etnische snaren bespeeld. De bespeling van de etnische snaren heeft mede eraan bijgedragen dat de V-7 partners, zoals de NPS, BEP, SPA en DA-91, het politieke gelag hebben moeten betalen.

De leraren hebben hun stem laten horen

Ik ben ruim 14 jaar lid van de BVL geweest (onder voorzitterschap van Wilgo Valies). De leraren werken bijzonder hard. Het lesgeven valt redelijk mee, maar het corrigeren van de honderden blaadjes per repetitie- of SO-ronde, is zeer inspannend en tijdrovend. De leraren moeten goed betaald worden. Wat deze stelling betreft, sta ik volledig achter de leraren. Niet alleen de leraren zijn armer geworden, maar alle Surinamers pinaren vanwege het wanbeleid van de huidige machthebbers. Het maximumsalaris van een volledig bevoegde leraar (MO-B of drs.) is ongeveer SRD 4000,00 per maand. Het nettobedrag ligt tussen de SRD 2800 en SRD 3000. In euro’s uitgedrukt is dit nettobedrag ongeveer (3000/ 6.95)x euro = euro 458,00. In het zeventiende rijkste land (Suriname) verdient een volledig bevoegde leraar een nettobedrag van ongeveer euro 458,00. Op deze wijze kan ik voor elke werkende Surinamer (een onderwijzer, een politieman, een douanier, een cipier, een winkelverkoper) het nettobedrag in euro’s berekenen. Het is niet de schuld van de leraren; het is niet de schuld van de onderwijzer; het is niet de schuld van de landbouwer, maar wij allen zijn verantwoordelijk voor deze situatie, omdat wij geen lering trekken uit het recente verleden. De overheid heeft geen geld en de leraren moeten ook niet veel verwachten van deze regering.

Wat je zaait ga je oogsten

Zolang de Surinamers bereid zijn corrupte politici in het machtscentrum te behouden; zolang de Surinamers bereid zijn om op figuren te stemmen die op hen lijken en geen kennis van zaken hebben; zolang de Surinamers bereid zijn figuren te adoreren die corrupt zijn; zolang Surinamers bereid zijn politieke leiders blindelings te ondersteunen, zal er geen verandering in dit land komen en wij zullen in armoede blijven leven.

Dit artikel wil ik besluiten met een citaat van dominee Martin Luther King (1929-1968): ‘Ik heb een droom dat ooit mijn vier kleine kinderen in een land zullen leven, waar zij niet beoordeeld zullen worden op de huidskleur(etniciteit), maar op hun karakter’.

Ingezonden: Hardeo Ramadhin