25 JAAR GELEDEN

 2 – 7 april 1990

Brunswijk zegt dat hij ondanks alles met het Nationaal Leger verder wil praten. Enkelen van zijn commandanten hebben daar echter moeite mee. Als voorwaarde voor het praten met bevelhebber Desiré Bouterse, zegt Brunswijk dat de legerleiding moet kunnen aantonen dat zij te vertrouwen is. Hiernaast moet de bevelhebber de garantie geven dat hetgeen zich heeft voorgedaan – de arrestatie van Brunswijk en de dood van twee manschappen van het Jungle Commando – zich niet meer zal voordoen. “We zullen de vrede kost wat kost bereiken”, zegt Brunswijk.

De duizend kilogram cocaïne die door het Jungle Commando te Moengo was onderschept, is door de justitiële autoriteiten vernietigd. De vierkoppige bemanning van het Columbiaans vliegtuig dat de cocaïne vervoerde, is ontvlucht, doordat de manschappen van het Jungle Commando die met de bewaking van het viertal belast waren, in paniek raakten na de arrestatie van Brunswijk. Hierdoor zagen de buitenlanders kans te ontvluchten.

De vergadering van de Assemblee eindigt met het aannemen van een motie waarin de Regering wordt gevraagd om de vredesbesprekingen zo spoedig mogellijk te hervatten. Het parlement dringt er eveneens op aan maatregelen te nemen ten aanzien van de algemene opsporingsbevoegdheid van de Militaire Politie, zodat er niet gevreesd hoeft te worden voor herhaling van de werkwijze die in de afgelopen dagen veel bezorgdheid heeft doen rijzen.

Delen van het personeel van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) voeren weer acties. Reden hiervoor is de houding van LVV-minister Saimin Redjosentono en diens staf met betrekking tot een overeenkomst die met het personeel bereikt was. De minister zou een andere interpretatie aan het nog in te stellen overlegorgaan hebben gegeven, terwijl er over dit orgaan al een overeenkomst is bereikt.

Het Jungle Commando slaat met betrekking tot de ontvluchting van de bemanning van het vliegtuig dat cocaïne naar Suriname vervoerde, groot alarm. De aangehouden vier mannen waren in het Patamaccagebied toen zij ontvluchtten. Er zijn patrouilles het bos ingestuurd om de voortvluchtigen op te sporen.

Hesdy Jubitana en Romeo Winter bevinden zich niet in Frans-Guyana, zoals de mensenrechten organisatie Alfobigi ’88 beweerde. Rita en Sylvie Winter, zusters van Romeo, vertrokken naar Cayenne en hun pogingen om hun vermiste broer tegen te komen, liepen op niets uit.

President R.Shankar zegt de Nationale Assemblee van Suriname toe om binnen twee weken een ontwerpwet te zullen indienen, inhoudende de intrekking van de opsporingsbevoegdheid van de Militaire Politie. Dit gebeurde nadat de NPS-assembleeleden in een eerdere vergadering hadden gedreigd om de Openbare Vergadering niet te zullen bijwonen, omdat een motie waarin de NPS spijkers met koppen wilde slaan, niet door de keel van de VHP-top kon.

De commissie Rijstgebeuren in Coronie dringt bij minister Redjosentono van Landbouw, Veeteelt en Visserij erop aan dat voorzien wordt in een rechtstreekse vertegenwoordiging van Coronie in de inputscommissie.

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Paramaribo, is de tripartiete commissie, waarin zitting hebben Suriname, Frankrijk en het Hoge Commissariaat voor vluchtelingen van de Verenigde Naties, in vergadering. De vergadering staat in het kader van de hernieuwde pogingen gunstige voorwaarden te schepen voor de vrijwillige terugkeer van de vluchtelingen die in Frans-Guyana verblijven.

De Bond van Ambtenaren bij de Bestuursdienst (BAB) is in gesprek met ministerWerner Vreedzaam van Regionale Ontwikkeling. Zoals bekend, zijn de personeelsleden bij de Bestuursdienst al langer dan twee maanden in actie. Al elf maanden wachten de personeelsleden bij de Bestuursdienst op de uitvoering van een overeenkomst die met de minister was overeengekomen. De overeenkomst handelt onder meer over benoemingen en de aanpassing van salarissen.

De politie van Nickerie ontvangt wederom bericht van de onveilige situatie in het Coran-tijnkanaalproject. Ditmaal doen vijftien arbeiders van het aannemingsbedrijf Doebe aangifte, nadat zij geconfronteerd werden met zwaar gewapende mannen van indiaanse afkomst, vermoedelijk Tucajana’s, gekleed in camouflagepakken met hoge zwarte sschoenen.

De Regering ontkent dat de indiaanse dignitarissen die voor vredesoverleg in Paramaribo kwamen, een slechtere behandelling hebben gehad dan de bosnegers. Een ieder heeft dezelfde behandeling gehad. De dignitarissen beschuldigen de Regering van discriminatie. Om die reden hebben zij de Regering de rug toegekeerd en zich aangesloten bij de Tucajana’s.

De directeur van de Melkcentrale zegt dat het bedrijf onder moeilijke omstandigheden moet werken. Aan prijzen en winstmarges kan niets gedaan worden zolang de overheid vindt dat de Centrale niet duurder dan 45 cent mag verkopen, terwijl de kostprijs per liter f 1,10 bedraagt. Er zou ook sprake van zijn dat de Melkcentrale 10 miljoen gulden gesubsidieerd kreeg. Dit bedrag zou vicepresident Arron hebben genoemd tijdens de MOP-behandeling. De Melkcentrale ontving echter slechts 1.6 miljoen, waarvan 1.2 miljoen bestemd is voor het machinepark.